zaterdag 27 december 2008

kerst


In mijn dorp is de kerstboom pas afgelopen maandag voor de mairie neergezet. Dat is behoorlijk laat vergeleken met de meeste huisgezinnen en de omliggende dorpen.
Ik hou wel van die terughoudendheid. Dat het een vrij sobere kerstboom is kan ik ook wel waarderen. Iets eerder heeft onze burgemeester vier van de in totaal vijf lantaarnpalen voorzien van een knipperende lichtjesslinger. Beetje frivool, maar vooruit. Ik vind het al geweldig dat mijn dorp niet aan de hangende kerstman doet; zo’n pop die zogenaamd een huis probeert in te klimmen en geheel verwaaid en verdraaid ongemakkelijk aan de gevel hangt. Los van het feit dat de kerstman niks meer is dan een opgeblazen nep-sinterklaas is het gewoon geen gezicht. Al vind ik de vermenging van kerstman met kerststal nog erger. Twee dorpen verderop vliegt in de rijkst versierde tuin een kerstman per neon-helicopter (ik dacht dat die man in een slee zat, maar goed) naar de kerststal toe.
Als ik dat zie ben ik extra blij dat ik in mijn dorp woon en nergens anders.

dinsdag 2 december 2008

Bergen


In de winter kun je de Pyreneeën veel vaker zien dan in de zomer. ’s Zomers kan zelfs de meest helder blauwe lucht in het niks verdwijnen. En als je dan wel bergen ziet, betekent dat regen volgens boeren en buren.

In de winter lijkt het juist of iemand de wolken aan de horizon een stukje optilt, waar de bergen stralend onder staan. Bovendien zie je ze ’s winters veel beter. Wonderbaarlijk hoe zulke massieve gevallen ’s nacht op hun tenen tientallen meters naar voren kunnen lopen. Soms lijkt het alsof je ze kunt aanraken als je even dat veld oversteekt. Of toch ook nog het volgende, maar daarachter…

Vroeger had ik het niet zo op bergen. Te groot, vond ik, en te veel. Als je er al in slaagde er eentje te beklimmen, dan zat er daarachter gewoon weer één. Dat heb ik niet meer. Als ik de Pyreneeën in de verte zie, heb ik het oude zeegevoel. Het opgewonden en blije gevoel dat ik vroeger had als je na een lange reis opeens dat enorme zee-oppervak zag opdoemen. Dat het zicht op de bergen niet zo oneindig is als dat over de zee stoort me niet meer. Na elke berg komt nog een berg, en het leven is eindig, c’est comme ça. Dat zal de leeftijd wel wezen.