Posts tonen met het label Russisch leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Russisch leven. Alle posts tonen

zondag 14 september 2014

waterautomaten


Zo ging dat nog in 1987 in de Sovjet-Unie: 1 kopeke voor een glas water (met bubbels), 3 kopeken als je er ook wat siroop in wilde. Ik vond het toen zo normaal, dat ik niet het lagere deel heb gefotografeerd, daar waar een glas stond (een glazen glas, geen plastic), en waar een minuscuul fonteintje zat waar je dat glas boven kon omspoelen.  

Ik vond wel een plaatje van zo'n automaat op internet, tussen foto's van vervallen fabieken:





In een oude Ogonjok las ik dat de automaten opkwamen onder Chroesjtsjov. Hij was in 1959 in de Verenigde Staten en was onder de indruk van de maïsproductie, en van de automaten voor koffie, frisdrank, pasfoto's enzovoort. "Je gooide er geld in, het product viel naar beneden, je consumeerde het en het plan was vervuld", aldus Ogonjok. Een jaar later stonden er in de Sovjet-Unie al 10.000 waterautomaten. 

Misschien was het niet enorm hygiënisch, maar ik dronk er regelmatig een glaasje aan. Van grote steden krijg je dorst. En zo heb ik, begrijp ik nu, regelmatig het plan vervuld, zo niet over-vervuld.  

vrijdag 16 november 2012

Anna Politkovskajastraat






Als nieuwe bewoner van Toulouse krijg ik zo af en toe kortingsbonnen en dergelijke in de brievenbus. Onlangs zat daar een wat klunzig A4tje van de Simply Market bij, dat een onderdeel van de toch niet zo klunzige Auchan is. Men stelde me 750 happy in het vooruitzicht, een soort spaarpunt begreep ik. Dan moet je dus weer aan zo'n klantenkaart en daar heb ik geen zin meer in. Het velletje hing al boven de oudpapier-bak, toen ik het adres zag: 2 rue Anna Politkovskaïa.

Vandaag ben ik dus toch even naar de Simply Market, en vooral naar de rue Anne Politkovskaïa gegaan. Hij ligt vlak bij de Ponts Jumeaux, een wat rommelig knooppunt van drie kanalen en twee afritten, waar ik Toulouse gewoonlijk binnen rij. De buurt is een mengsel van oude huisjes, rommelige bedrijfjes en nieuwe, niet eens lelijke flats. Een beetje een uithoek, maar het lijkt erop dat er steeds meer niet-eens-lelijke flats bij komen, terwijl de rommeligheid verdwijnt. En in het centrum van de stad komen er nu eenmaal niet gauw nieuwe straten vrij.

Thuisgekomen ging ik toch even googelen om te zien of er in andere steden, en in andere landen, misschien ook Anna Poltikovskaja straten, streets, strassen of rues zijn. De enige stad die ik vond was Tblisi.

woensdag 6 april 2011

Toeval

Vandaag kreeg ik het boekje binnen dat ik voor Zwijsen heb geschreven. Zwijsen is een educatieve uitgeverij, en het boekje is bedoeld voor leerlingen van groep 7/8 en niet in de gewone boekhandel te verkrijgen.
Het speelt zich grotendeels in Rusland af, en om nog wat meer informatie over Rusland kwijt te kunnen heb ik er een weblog bijgemaakt.
In het boekje speelt de kraanvogel een belangrijke rol. Toevallig ging ik vandaag even een vertalinkje (niet van dat boekje, maar van een diploma) naar een Russische kennis brengen, die mij als dank een flesje wodka gaf met de naam kraanvogels.
Ik geef toe, het is niet een waanzinnig spannend verhaal, maar ik vond het toch leuk. Misschien neem ik er vanavond een glaasje kraanvogelwodka op.

zondag 12 december 2010

Pirosmani

In Parijs ook Georgisch gegeten, in een heel klein restaurantje, waar het design duidelijk niet op de eerste plaats kwam. Lekker was het wel, en ze hadden een mooie copie van een van Pirosmani's eet-schilderijen in de zaak hangen, toevallig net boven onze tafel. De enige andere decoratie was een grote spiegel. Georgië is een mooi land waar ze heerlijk eten maken en prachtig zingen, en waar niet alleen Stalin, maar ook Pirosmani werd geboren.

Voor wie het toevallig niet weet: Niko Pirosmani (voluit Pirosmanashvili) was een Georgisch kunstenaar, geboren in 1862 en overleden in 1918. In het Georgisch ziet zijn naam er zo uit: ნიკო ფიროსმანაშვილი. Dat kan ik ook niet lezen, maar mooi is het wel. 
Pirosmani was een autodidact die zijn brood vooral verdiende met het schilderen van uithangborden voor winkels, café's en restaurants. Zijn brood verdienen is bijna letterlijk op te vatten, aangezien hij die borden vaak schilderde in ruil voor kost en inwoning, en een glaasje erbij.

Hij werd gewaardeerd door zijn stadgenoten - hij leefde in Tiflis, nu Tblisi, de hoofdstad van Georgië - en ook door de Russische avantgarde, die in hem zag wat de Franse avantgarde in le douanier Rousseau zag: een pure kunstenaar.
Zoals het pure kunstenaars wel vaker vergaat, stierf Pirosmani arm en eenzaam. Maar hij is niet vergeten; google alleen zijn naam maar eens.

maandag 29 november 2010

Andere portretten

Een heel ander Russisch plaatje zag ik toevallig in Le Figaro.
In Hongarije worden op 6 december meer dan 200 van dit soort objecten geveild, verzameld in pakhuizen en ministeries "waar zij de afgelopen twintig jaar stof hebben verzameld", zo citeert Trouw (die er geen plaatje bij plaatste) de politicus Bence Retvari. "De staat wil deze communistische relieken niet meer."

Wie er wel zo'n reliek wil, moet zich naar Boedapest haasten. De opbrengst komt ten goede aan de slachtoffers van de slibramp.

vrijdag 19 november 2010

Meisjes


Ik kan er niet genoeg van krijgen, van de foto's uit het archief van Sergei Prokudin-Gorski. Prokudin-Gorski was niet alleen fotograaf, maar ook uitvinder en chemicus. Door negatieven met rood, groen en blauw licht te bewerken werd hij een van de uitvinders van de kleurenfotografie.
In 1909 ging hij in opdracht van tsaar Nicolaas Rusland fotograferen. Een stoomschip, een treinwagon met donkere kamer en een Ford stonden hem onder andere ter beschikking om door het land te reizen. Deze meisjes fotografeerde hij toen ook, zo'n 100 jaar geleden.

Blijkbaar zijn mijn hersenen zo geconditioneerd, dat ik bij zwart-wit of sepia denk aan oud en voorbij, en bij kleur dat het ook gisteren had kunnen zijn. Zelfs als ze kleding aan hebben die inmiddels niet meer dagelijks gedragen wordt. Ze doen me denken aan prachtige, maar treurige Russische liedjes, over meisjes die uitgehuwelijkt gaan worden. Treurliederen die op de eerste dag van de huwelijksfestiviteiten gezongen werden; op dag twee kwamen de vrolijke liedjes.
Afgaand op de hoofddoeken is alleen de middelste nog ongehuwd.

Prokudin-Gorski verliet Rusland na de revolutie, met medeneming van 2300 negatieven. Ze kwamen uiteindelijk terecht in de Library of Congress in Washington die ze inmiddels on line heeft gezet (hier bijvoorbeeld). Hoe het met de geportreteerden afliep vind je er niet. Zo hoort het ook. Ze hadden er tenslotte ook gisteren kunnen staan.

maandag 1 november 2010

Nog één keer

Het is herfstvakantie en we gingen onder andere naar Montpellier. Ik begon er niet over, maar zoon wilde  graag Lenin zien. En ik wilde eigenlijk wel even checken of ik in september de goede Lenin onder het plastic had herkend. Dat bleek gelukkig te kloppen.



Toch was het geen Lenin zoals ik Lenin ken. Hij is te dun, te petiterig. Te Frans.

Kijk, zo ken ik hem.

maandag 27 september 2010

Treinen

Gisteren hoorde ik op het radionieuws dat voor het eerst sinds 1914 de trein Moskou - Nice in Nice was gearriveerd. Een reis van 52 uur door 7 landen voor 300 tot 1.200 euro, enkele reis.

Heerlijk lijkt me dat, door al die landen boemelen en dan eindigen in de tweede 'Russische' stad van Frankrijk. Nice heeft een Russische kerk, een Russische begraafplaats en er staan nog diverse villa's van de rijke en/of adelijke Russen van voor de revolutie, waaronder le Château de Valrose van Baron van Derwiess, Russisch spoorwegmagnaat van weleer. En dan heb je ook nog het Chagall museum! En de Middellandse Zee natuurlijk, maar die heeft verder niks Russisch.

Aangezien het voor mij een  beetje om is om via Moskou naar Nice te reizen vanuit de Gers, ligt het trouwens meer voor de hand de reis andersom af te leggen.

dinsdag 14 september 2010

Kadootje

Vermoedelijk zijn er aardig wat mensen die ergens achter in de kast een melkkannetje, vaas of zoutvaatje hebben staan dat ze ooit cadeau hebben gekregen, en dat ze alleen tevoorschijn halen als de schenker op bezoek komt. Je hebt destijds niet durven zeggen dat je het niet zo mooi vond, misschien zelfs beweerd dat je het prachtig en praktisch vond, en nu zit je er mee.

Ik moet daar altijd aan denken bij de Russisch-Georgische kunstenaar Zoerab Tsereteli. Tsereteli geeft ook lelijke kadootjes. Het lastige is dat het in zijn geval loodzware beeldhouwwerken betreft, en zoiets zet je niet even in de kast tussen het zoutvaatje en die smakeloze vaas.


In Rusland, en vooral in Moskou, staan een hoop beelden van Tsereteli, waaronder de schrikbarend lelijke Peter de Grote. (Ik ben niet de enige die het lelijk vind, kijk hier maar eens).Tsereteli's verweer tegen de kritiek, die ook hem niet kon ontgaan, was dat er aanvankelijk ook veel kritiek was op de Eiffeltoren. 

New Jersey kreeg een oog met traan (een 'stenen clitoris' noemt Coen van Zwol het in bovengenoemde link), waartegen ter plaatse een grote protestbeweging op gang kwam, terwijl met zijn beeld van Columbus (kadootje aan de VS) tijden geleurd is, tot het uiteindelijk weer terug kwam in Rusland alwaar Columbus' hoofd vervangen zou zijn door dat van Peter de Grote en zo een plekje vond in Moskou.

En nu heeft Tsereteli met een cadeau aangeklopt in Condom, hier in de Gers. Ik was daar niet bij, natuurlijk niet, anders had ik nog kunnen roepen 'Pas op! Niet open doen! Het is Tsereteli met een kadootje!'
Het is niet eens de eerste keer dat Tsereteli iets aan Frankrijk schenkt; er staat bijvoorbeeld een buste van Balzac van zijn hand in Cap d'Agde, een beeld van paus Johannes Paulus in Ploërmel en in Moskou, voor hotel Kosmos, staat een gouden de Gaulle. De Franse staat was dus in principe gewaarschuwd.

Deze keer betreft het een beeldengroep (gewicht: 5,5 ton) van de drie musketiers, en de gelukkige ontvanger was Aymeri de Montesquiou, verre nazaat van musketier d'Artagnan en tevens senateur. Geen domme man, die de Montesquiou, want hij schonk het beeld op zijn beurt aan de stad Condom die er een plaatsje voor moest zien te vinden.

Het is vorige week onthuld. Ik moet er nog naar gaan kijken, misschien.

zaterdag 11 september 2010

de stralende toekomst

Onlangs was ik in Montpellier. Kort daarvoor had ik gelezen over een reeks standbeelden die Georges Frêche, voorzitter van de agglomeratie Montpellier en een vrij controversieel persoon, daar had laten neerzetten.
Het gaat om vijf "grote mannen van de 20e eeuw", die begin volgend jaar door nog vijf mannen (m/v; Golda Meïr zit daar ook bij) gevolgd zullen worden.
Het kreeg nogal wat aandacht in de Franse pers, want het gaat om Georges Frêche, ze kostten bijna twee ton per stuk en één van die grote vijf is Lenin. (De overigen zijn Jaurès, Churchill, de Gaulle en Roosevelt.)
Lenin is, aldus Frêche, "l'homme qui a changé la face du monde au XXe siècle."
Bij de volgende vijf zit ook Mao, en daarna, heeft Frêche vorige week aangekondigd, wil hij ook nog een beeld van Stalin bestellen. Maar zover is het nog niet.

Lenin in zonnig Montpellier, dat wilde ik wel eens zien. In Rusland zie je 'm tenslotte steeds minder, en ook minder zonnig. En aangezien ik er als veredeld chauffeur was met teveel vrije tijd, kon dat makkelijk. Ze staan niet in het hart van Montpellier, de grote mannen, maar in de nieuwe wijk Odysseum, waar behalve het beginpunt van de nieuwe tramlijn veel grote winkels, grote flats, grote bioscopen en grote cafés zijn, dus dat paste leuk. De beelden zelf waren echter niet heel groot en bovendien bleken ze wel neergezet, maar nog niet onthuld. Of misschien wel onthuld, maar toen weer ingepakt.

Het hele grotemannenplein is namelijk nog  niet af, je kon er alleen door een hekwerk naar kijken. Wie er verder waar stond onder het plastic weet ik niet, maar Lenin herkende ik meteen. De avondzon scheen door het plastic heen en zo zag ik zijn opgeheven arm, die ons zelfs onder plastic en tenmidden van verderfelijke kapitalistische nieuwbouw nog altijd de weg naar de stralende toekomst probeert te wijzen.

dinsdag 29 juni 2010

Russisch Parijs


Vandaag lag het zomernummer van 'Leven in Frankrijk' in de bus. Daar heb ik geen abonnement op, maar er staat een artikel van mij in over Russische plekken in Parijs. De foto's zijn van Machteld Schoep. Omdat er maar drie foto's bij staan zet ik er een - zelfgemaakte - detailfoto bij van de lantaarnpalen op de Pont Alexandre III, waar het artikel mee opent. Zo kun je tenminste echt zien dat de tweekoppige adelaar erop staat.

Ik ken Machteld al een tijdje. Toen mijn ouders naar Venlo verhuisden, vlak voor de zomervakantie van 1969, vonden ze het een goed idee me alvast even naar mijn nieuwe school te sturen. Toen ik mijn eerste zeer schuchtere schreden op de speelplaats zette, kwam er een meisje op me afrennen dat vroeg of ik haar vriendinnetje wilde worden. Ik knikte, et voilà.

We doen meer projecten, Machteld en ik. Als je op haar site kijkt onder 'binnen', zijn er enkele foto's van mon village te zien (ons dorpsportret) en bij 'buiten' enkele salles de fêtes. De andere foto's zijn ook erg mooi.

zondag 23 mei 2010

kunstroof

Ik zeg wel vaker dat Frankrijk op Rusland lijkt. Ik dacht het ook toen ik las over een kunstdiefstal uit het Musée d'art moderne de la Ville de Paris, waar in de nacht van 19 op 20 mei een Braque, Léger, Matisse, Modigliani en Picasso (samen zo'n 100 miljoen euro waard) werden meegenomen. Vooral hoe ze die konden stelen deed me aan Rusland denken: het alarmsysteem functioneerde al sinds 30 maart onvolledig en was nog steeds niet gerepareerd: men wachtte op een onderdeeltje. De camera's deden het wel, en er zijn beelden van een man met capuchon, die ruim een kwartier rustig door drie van de twintig zalen wandelt en precies weet wat hij wil meenemen. Dat er geen alarm zou afgaan wist hij blijkbaar ook. Dat er niemand naar de videobeelden zat te kijken is een beetje verdacht. Ik zie dan meteen dronken gevoerd beveiligingspersoneel voor me, dat voor die schermen ligt te snurken. Het kan natuurlijk ook dat ze opeens in een jaguar rondrijden.

In Rusland heeft een kwart van de musea geen enkel beveiligingssysteem en is het in veel andere museua bijzonder slecht van kwaliteit. Er worden zo'n 50.000 museumstukken vermist. Le Monde schrijft dat er in 2009 20 museumdiefstallen plaatsvonden in Frankrijk, en dat dat er 9 minder waren dan in 2008, maar daaruit blijkt niet hoeveel er nog zoek is. Hopelijk ietsje minder.

Het blijft een fraai staaltje laksheid, waarbij de bestelling voor dat onderdeeltje waarschijnlijk nog ergens op een bureau ligt te wachten op een goedkeuringsstempel. Of misschien ligt het al weken op een postkantoor te wachten tot het opgehaald wordt.
Het was overigens een keurige dief; het venster wat hij losschroefde om naar binnen te komen heeft hij netjes, zonder breken, op de stoep gezet.

dinsdag 30 maart 2010

Moskouse metro


Gisterenochtend werd ik wakker met het bericht over een explosie in de Moskouse metro. Enkele minuten later over een tweede. Ik nam de radio mee naar de badkamer om het nieuws niet te missen. Om 7 uur hoorde ik om welke metrostations het ging. Om half 8 (inmiddels in de auto) zei de Moskou-correspondent van France Inter licht verongelijkt dat er nog geen beelden op de Russische televisie waren. Alsof radioluisteraars op beelden zitten te wachten. Alsof we so wie so beelden willen. Je kwam met je auto het centrum niet in, vertelde de correspondent ook, nog steeds verongelijkt.
Raar vak, correspondent. Als het nieuws op zijn actueelst is heb je weinig te melden, en als je meer te melden hebt is het niet meer actueel.

De rode lijn waar de stations aan liggen is de lijn die ik ooit het meest gebruikte; vanuit Joego-Zapadnaja en, later, station Universitet. Ik stel me de mensen voor die in deze metro zaten. Een paar studenten, een illegale bouwvakker uit Tadzjikistan op weg naar het andere uiteinde van de stad, een schoonmaakster, schoolkinderen, verkoopsters op weg naar hun kraampje, een paar lagere ambtenaren. (Hogere ambtenaren, zakenlieden en politici nemen de metro tenslotte niet.)
En twee vrouwen met explosieven om hun middel die als enige wisten, toen ze de lange roltrappen omlaag namen, dat ze nooit meer naar boven zouden komen.

vrijdag 19 maart 2010

Een ander blog

Ik lees regelmatig het blog van Michel Krielaars, correspondent in Moskou voor de NRC. Toen zijn voorganger, Coen van Zwol, ermee ophield moest ik even afkikken; ik zat soms schaterend achter mijn computer als ik diens stukjes las. Maar na tweeënhalf jaar ben ik niet alleen aan Michel gewend, ik kan zijn bijdragen ook steeds meer waarderen. Ze zijn wat zachter, soms ook wat filosofischer van toon.

Vandaag las ik zijn stukje van afgelopen dinsdag (inmiddels staat er alweer eentje bij) en hij verwoordde een vraag die in Rusland ook door mijn hoofd ging, maar er niet zo mooi uitkwam. Krielaars reist rond in de provincie Kaliningrad en als hij wat oude kazernes bezoekt bij Baltiisk schrijft hij:
“In de kazernes wonen nu gewone burgers, die het gevoel hebben dat ze op de mooiste plaats op aarde wonen. (…) Vreemd toch altijd, dat gevoel van sommige Russen dat het zo prachtig is op een plek waar wij het eigenlijk diep en diep treurig vinden. Komt dat nu doordat ze niet anders zijn gewend, doordat ze een bijzonder gevoel voor treurigheid hebben of doordat ze accepteren wat ze hebben en ze dat kleine beetje voor zichzelf willen prijzen?”

De reacties eronder kon ik deze keer goed aan, alleen de - duidelijk Russische - Konstantin heeft het niet helemaal begrepen: “iedereen heeft verwarming, internet etc.” schrijft hij. Daar ging het nu even niet over. En het gaat ook niet over Russen bekritiseren. Zeker het laatste deel van Krielaars mogelijke verklaringen is positief, en iets waar we eigenlijk wel een voorbeeld aan kunnen nemen.

dinsdag 23 februari 2010

Coco en Igor


Onlangs zagen zoon en ik Coco en Igor, een film over de relatie die Coco Chanel en Igor Stravinsky waarschijnlijk nooit hadden. Zoon wilde de film zien omdat het de nieuwste film van Jan Kounen is, en daar is hij fan van. Kounen verfilmde namelijk 99 francs, een roman van Fréderic Beigbeder, en daar is hij ook fan van. Ik ging mee vanwege de Russische connectie. Dat Kounen in Utrecht geboren is ontdekten we pas later. De film is gebaseerd op de roman van Chris Greenhalgh, leraar Engels te Sevenoaks. Daar hebben we beiden verder niks mee.

Ik ging met gemengde gevoelens, wat vooral kwam omdat de laatste film die we en famille zagen – Persécution – bepaald geen feest was. De eerste 10 minuten keken we nog in blijde afwachting, daarna vroeg ik me een minuut of 20 af of de film intellectueel te hoog gegrepen was aangezien ik het lijden van de hoofdpersonen niet kon vatten, en daarna heb ik me een uur zitten ergeren aan het gehuil en het zelfmedelijden, waar eigenlijk weinig aan te vatten was. Waar is de tijd gebleven dat we samen naar Toy Story gingen?

De openingsbeelden – van de eerste opvoering van Le sacre du printemps – waren mooi. En Diaghilev lijkt op Diaghilev en spreekt écht Russisch. Stravinsky – gespeeld door Mads Mikkelsen – had wel een flink accent, maar hield het meestal bij da en njet. Met Coco sprak hij Frans. Hun relatie loopt stuk als hij haar zegt dat ze slechts een “vendeuse des tissus” is, een stofjesverkoopster. Lullige opmerking, maar ik vond 'm in de film toch al niet zo sympathiek. Coco trouwens ook niet. Het was allemaal erg esthetisch verantwoord. Het huis van Coco is tot en met de deurklink geheel art deco en zwart-wit, en als Coco en Igor het doen op de pianokruk gaat haar stijlvolle Chanelcreatie niet uit. En hoe ze haar no. 5 creëert had meer weg van een Chanelreclame. Coco wordt niet voor niks door Anna Monglalis – hét gezicht van Chanel – gespeeld.

Zoon was het op al deze punten niet met me eens. Dat Coco en Igor het in het echt waarschijnlijk nooit met elkaar gedaan hebben vond hij ook geen probleem. 'Het is toch een film,' zei hij licht geïrriteerd toen we terugreden. Waarom dan zoiets verzinnen als je de rest zo waarheidsgetrouw brengt, vroeg ik me nu in stilte af. Omdat je met een film over een oppervlakkige vriendschap minder publiek trekt natuurlijk. Alleen een trouwe fan en een Ruslandfanaat, dat schiet niet op.

dinsdag 10 november 2009

De muur

Gisteren was het dus 20 jaar geleden dat de Muur viel. Radio France Inter en een heleboel andere zenders zaten de hele dag in Berlijn, en ik zat veel in de auto. Daar kreeg ik via de radio allerlei stukken Berlijn op het stuur. ’s Avonds begreep ik dat er ook erg veel televisie in Berlijn was, en staatshoofden en andere people. Ik werd er een beetje moe van.

Ten eerste is het dat oprukkende ‘het is XX-jaar geleden’-gedoe in het algemeen. Het lijkt alsof journalisten niks liever doen dan iets te herdenken dat 10, 20 of 40 jaar (het hoeft al lang geen feestelijke 25, 50 of 100 jaar meer te zijn) geleden plaatsvond, zodat ze niet hoeven na te denken over dingen die nu spelen. In 2008 heb ik zo vaak gehoord dat mei 1968 veertig jaar geleden was, dat ik nog steeds een onprettig snelle hartslag krijg als het jaartal ‘68 genoemd wordt.

En dan dat voortdurende zelfingenomen gepraat over vrijheid en democratie, toen “wij” (het democratische westen) “hen” (het onderdrukte oosten) bevrijdden. Toen zij eindelijk door hadden dat wij gelijk hadden. De woorden vrijheid en democratie zijn zoveel ge(mis)bruikt, dat ze bijna al hun glans verloren hebben.
Ik was in 1989 ook blij dat de muur viel, dat er een eind kwam aan het ene na het andere totalitaire regime, dat grenzen, archieven en monden opengingen. Ik herinner me de euforie nog goed, het optimisme, de hoop en de verwachting.
Wat er twintig jaar later van over is, zijn fastfood en porno. Communisme werd kapitalisme. Dat heeft niks met vrijheid te maken. Ik heb helemaal geen zin de hele tijd aan die teleursteling herinnerd te worden.

zondag 9 augustus 2009

benzine


Toen ik voor het eerst met de auto in Rusland kwam, heb ik aardig wat tankstations gefotografeerd. Verlaten oorden waren dat toen, in de jaren ’80. Ze zagen er ongeveer zo uit als dit Franse geval, met dien verstande dat deze al geruime tijd gesloten is en die in Rusland wél functioneerden. Of in ieder geval open waren. Of ze benzine in voorraad hadden was destijds een tweede.
Tegenwoordig zien Russische tankstations er heel anders uit. Benzine is het probleem niet meer. Dat was het hier ook niet. Meer een kwestie van klandizie misschien.

zaterdag 8 augustus 2009

Ambtenaren

Ik las ‘Kleine Landjes. Berichten uit de Kaukasus’ van Jelle Brandt Corstius. Daar schrijft hij ergens: “Rusland is waarschijnlijk een van de weinige landen waar jonge mensen het liefst van alles bij de overheid willen werken”. Dat is geen erg journalistiek onderbouwde zin, maar het is een boek, geen krantenartikel.

Ik moest meteen aan Frankrijk denken, waar ruim 70 % van de jeugd zegt het liefst ambtenaar te worden. Werken bij de overheid biedt zekerheid, prettige secundaire arbeidsvoorwaarden en een vroeg pensioen, maar ik vind het wel schokkend dat zoveel jeugd daar nu al mee bezig is. Dat zal de generatiekloof wezen.
“Wie bij de overheid zit kan namelijk onbeperkt geld verduisteren en steekpenningen in zijn of haar zak steken,” verklaart Brandt Corstius de Russische ambtenarenambitie. Dat is in Frankrijk dan toch weer anders.

donderdag 6 augustus 2009

Russisch Frankrijk


Ik heb dus iets met Rusland.
Misschien komt het daardoor dat ik Frankrijk soms erg op Rusland vind lijken. En omdat we over een paar dagen voor drie weken naar Rusland gaan, ga ik hier vast wat Russische stukjes Frankrijk bezoeken. Niet de officiele dingen (daar kan de liefhebber hier voor terecht), maar dingen die mij aan Rusland doen denken. Subjectieve associaties zeg maar.

Een van de dingen die ik Russisch - of misschien moet ik hier zeggen ‘sovjet’ – vind, zijn de woonkazernes waar de Franse gendarme moet wonen. Ik vind ze minstens even treurig als een doorsnee sovjetwijk in een Russische provinciestad. Ik weet niet of de gendarme er zelf wél gelukkig is. In de schoolkrant van mijn zoon las ik ooit een interview met een gendarme, waarin de vraag ‘Vindt u het leuk bij de politie?’ met een kort “nee” beantwoord werd. De jonge interviewster vroeg niet verder. Misschien is dat ook helemaal niet nodig.