Posts tonen met het label privéleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label privéleven. Alle posts tonen

maandag 5 augustus 2013

Cloud Appreciation Society

Bovengenoemd genootschap werd in 2004 opgericht door Gavin Pretor-Pinney. Ik las vorig jaar een interview met hem in de Volkskrant naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek Clouds That Look Like Things en ik heb dat artikel zorgvuldig bewaard, want ik vond het allemaal even leuk wat meneer Pretor-Pinney zei. En dat boek leek me ook geweldig.

'Naar wolken kijken is een tijdverdrijf zonder doel. Je bereikt er niets mee,' zegt hij. 'Naar de wolken kijken of naar de golven staren [daar heeft hij ook een boek over geschreven] zijn manieren om iets te doen zonder iets te doen. Net als meditatie. Het legen van je geest, het vertragen van je tempo. Dat is goed voor lichaam en ziel.'

De Cloud Appreciation Society kreeg al gauw een hoop leden en Pretor-Pinney het steeds drukker met die wolken, maar: 'Ik wil helemaal niet rondrennen, op zoek naar wolken, grabbelend naar mijn camera en statief om ze vast te leggen. Het meest interessante is natuurlijk het moment van het zien, het ervan genieten. En het laten gaan.'

Ik ben dus niet woest gaan wolkenjagen, maar eerlijk gezegd heb ik zijn advies om elke dag een paar minuten omhoog te kijken ook niet braaf opgevolgd. Terwijl ik het toch helemaal met hem eens ben, dat het de kunst is om de schoonheid te ontdekken, 'juist in het dagelijkse spul dat overal om ons heen is'.

Onlangs moest ik weer aan het genootschap van Gavin denken. Ik zag niet een wolk die op een ding leek, maar een gat in een wolk die op een mens leek. En omdat ik mijn camera in m'n tas had zitten heb ik dat gat gefotografeerd. Toen ik later naar huis fietste ben ik zeiknat geregend, maar dat mocht de pret geheel niet drukken.

Ik heb me wederom voorgenomen vaker naar de lucht te kijken.

Toulouse 23 juli 2013

maandag 20 augustus 2012

drukdrukdruk


Het komt niet alleen door de verhuizing, maar die verklaart wel waarom het nog eventjes stil zal blijven. Binnenkort berichten vanuit Toulouse!

dinsdag 3 april 2012

Windjack


Toen mijn vader ruim 20 jaar geleden overleed, vroeg ik aan mijn moeder of ik zijn windjack mocht hebben. Het verbaasde haar een beetje. Het was geen bijzonder windjack. Mijn vader was van de generaties van degelijke kleding. Geen modegrillen, maar gewoon goed spul dat lang meeging. Heel lang. Zo draag ik nog steeds zijn ochtendjas, die toch zeker 30 jaar oud is. Niets mis mee.

Er was een tijd dat mijn vader sommige van zijn truien met zijn dochters moest delen, toen wij de leeftijd en wens hadden elke ook maar enigszins vrouwelijke vorm te verhullen in ruimvallende kleding. Truien droeg hij toch alleen maar in zijn schaarse vrije tijd, net als ribbroeken. En dat windjack.
Bijgaande foto is uit 1965. Een jas voor vakantie en een enkele fietstocht in het weekend. Toen er eindelijk, ergens in de jaren '80, een wat hipper jasje voor in de plaats kwam, bleef het windjack aan de kapstok hangen, want er was helemaal niets mis mee.

Nu is het tijd om de zolder van ons oude Franse huis op te ruimen en opeens dook het windjack weer op. Het was vies, een beetje schimmelig, ik draag het nooit en ik ben goed in weggooien. Het zat dus bijna in de vuilniszak, maar het lukte me niet. Destijds wilde ik het windjack hebben, omdat het voor mij zo bij mijn vader hoorde. Na twintig jaar voelt dat niet anders. Dus heb ik het gewassen en aan de kapstok gehangen. Het hoorde bij hem en het hoort bij mij. Daar is niets mis mee. 


maandag 26 maart 2012

Wortels en takken (2)


Mijn zoon is al enige tijd Fransman. Hij woont hier al langer dan in Nederland en voelt zich meer Frans dan Nederlands. Bovendien wil hij kunnen stemmen. Nee, ik vind het niet erg dat mijn zoon Fransman is. Integendeel, ik ben er trots op. Ik ben er trots op dat hij kort na zijn 18e verjaardag zijn naturalisatie in gang zette. Het is een duidelijk gebaar, een echte keuze.
Maar ergens in mij wilde iets dat hij ook Nederlander bleef. Ik kan dat niet met duidelijke argumenten onderbouwen. Die zijn er ook niet. Nederland is een keurig Europees land. Frankrijk is een keurig Europees land. Hij hoeft noch in het ene, noch in het andere land in dienst. Beide landen hebben mooie en irritante trekjes.
Het is gewoon omdat eh… nou ja, omdat je er geboren bent. Omdat je familie Nederlands is. En oké, ook om de Nederlandse staat en het gezeur over dubbele nationaliteit een beetje te sarren. Want zo vaderlandslievend ben ik ook weer niet. Ik vraag me zelfs af, of ik ook Frans zal worden. En of ik dan recht heb op een officiële ontnederlanding, waarbij alle paspoorten van ontrouwe Nederlanders – de verraders die zomaar de nationaliteit van een ander land verkozen – verbrand worden en we vervolgens met pek en verbrandde paspoortsnippers besmeurd het land uit worden gestuurd.

En dan ben ik Française, niveau tak. Met één paspoort. Ik heb dan gekozen voor één land, zoals Nederland wil. Dan kan ik mijn nieuwe vaderland niet meer ontrouw zijn. Ik lees alleen nog maar Le Monde en nooit meer de NRC. Ik eet geen erwtensoep, vergeet André Hazes en verbrand mijn Nederlandse boeken. Dat gebeurt neem ik aan vanzelf, als je geen Nederlands paspoort meer hebt. Ik kan dan ook voor Frankrijk gaan spioneren in Nederland. En als Nederland en Frankrijk in oorlog raken, zing ik alleen de Marseillaise.
 
Waar je wel of niet hoort, waar je wortels liggen, waar anderen denken dat je wortels liggen of zouden moeten liggen, of die wortels belangrijk zijn en zo ja waarom, het blijft intrigerend.
Je hebt eeuwenoude bomen die nooit van hun plaats komen. En je hebt bloemen die hun zaadjes door de wind laten verspreiden over de aardbol.
Misschien ben ik een paardenbloem. 


woensdag 30 november 2011

De tijd van de kalenders

Vroeger hadden wij thuis een adventskalender met een tekening met veel sneeuw en engeltsje en kerstbomen, en achter 25 december een kerststalletje. Later had ik zoiets ook voor mijn kinderen. Als je er na de feestdagen een tijdje een stevig boek op legde, bleven die deurtjes het jaar daarop ook wel weer dicht zo lang het nodig was.

Met de moderne adventskalender is dat anders. Daar moet achter elk deurtje iets lekkers zitten en het jaar daarop is-ie niet meer bruikbaar. Ook wel leuk, vonden  in ieder geval mijn kinderen, maar is het nou echt nodig?En moeten ze echt zo vreselijk lelijk zijn?

Gelukkig zijn er ook nog wel mooie houten adventskalenders te vinden die je elk jaar opnieuw kunt vullen. Dat wil zeggen, ik weet dat ze bestaan, maar heb zelf nog geen mooie kunnen vinden.

Het adventskalender-dieptepunt zag ik onlangs in de Carrefour.


zondag 11 september 2011

Spullen


Wie wat bewaart, heeft soms wat teveel.
Dat gevoel heb ik als een boek niet meer in de boekenkast past, ik iets zoek en alleen maar zaken vind die ik vergeten was, of tijdens een opruimactie. En dan ben ik niet eens extreem bewaarderig.
Het gevoel overviel me een tijd terug ook toen we in de bloedhitte wat van dat teveel aan de mens probeerden te brengen op een vide grenier, tussen allemaal andere mensen die dat ook probeerden. Kopers waren er weinig, want die zaten met een koel drankje aan de rand van het zwembad, of onder een grote eikenboom.
Na een tijdje kon ik alleen maar denken: wat veel spullen! Zoveel spullen! Wat moeten we allemaal met al die spullen? (Spullen kun je ook in gedachten lekker dik uitspreken, met een uitgezakte u en luie ellen).

Toen kreeg ik dat ook met bezigheden. Je hebt van die momenten, zeker in het freelance bestaan, dat de ene opdracht na de andere binnenkomt waarop je, omdat je ook de barre tijden kent waarin er juist niets komt, eigenlijk altijd ja zegt. En ondertussen was het zomervakantie, moest de hond geopereerd, bleek ik een kroon nodig te hebben, waren er vrienden en reisjes en uitjes en partijtjes, en moest het geld ook verdiend worden. Zo rolde ik niet eens van het een in het ander, maar stuiterde ongericht en onrustig rond. Het is dat je het niet zo lekker kunt uitspreken, bezigheden, maar ik vroeg me soms wel af wat ik met al die bezigheden moest.

Volgens bloghandboeken moet je je niet gaan excuseren dat je er weinig of niet was, als blogger.  Maar wat kan het mij schelen. Excusez-moi, maar het bloggen schoot er nogal eens bij in. En het zal nog wel een zooitje blijven. Maar ik hou er niet mee op. Want wie wat bewaart, die heeft wat hè. En een blog raak je op een vide grenier nog niet aan de straatstenen kwijt.

donderdag 16 juni 2011

L’homme est-il condamné à se faire des illusions sur lui-même?

Dat zijn niet mijn woorden. Ik weet niet eens of ik in staat ben ze te vertalen. "De mens is gedoemd om te illusies over zichzelf" zegt Google traduction (altijd leuk). Dat illusies volgens hen een werkwoord is (ik illus? Ik illusie?) is verrassend, maar 'gedoemd' is een goede.
Is de mens gedoemd illusies over zichzelf te maken? - zoiets. Het was het onderwerp dat zoon had uitgekozen vanmorgen, voor zijn examen filosofie. Terwijl men in Nederland op zijn eindexamenuitslagen wacht, of net binnen heeft, zijn de eindexamens hier vandaag begonnen.
Zoon heeft in vier uur tijd (langer hadden ze niet) tien kantjes volgeschreven over doem en illusies. Ik bekeek hem met een mengsel van gepast ontzag en moederlijke trots. Ik zou daar écht niet vier uur en tien blaadjes over vol weten te schrijven, daar maak ik me geen illusies over.

woensdag 27 april 2011

wie wat bewaart

heeft toch in ieder geval een paashaas. En een kuiken!

zondag 10 april 2011

zonder voorbedachten rade

Ik was verkouden, al een hele tijd, een beetje grieperig zelfs. Ik hoestte. Maar ik bleef toch - wellicht iets minder vaak - roken. Toen mijn pakje bijna leeg was en ik hoestend bedacht dat ik nieuwe tabak moest kopen dacht ik opeens 'hou toch op met die onzin', en dat heb ik toen gedaan. Dat is eigenlijk alles.

Ik besloot het tegen niemand te zeggen en wachtte af wanneer men het zou merken. Mijn vader, ooit een verstokt sigarenroker, heeft dat zo gedaan. Ik herinner me dat 'ie een keer 's avonds laat speculaasjes stond te eten, vlak bij de keukenkast. Dat verbaasde me, want hij was geen snoeper, maar dat hij toen al een paar dagen niet gerookt had was me volledig ontgaan. Mijn moeder ook, want die ging rustig door met het kopen van zijn sigaren (zo ging dat in die jaren - moeder kocht wekelijks het rookgenot van vader), tot ze verbaasd constateerde dat er zoveel doosjes in de kast stonden dat het deurtje nauwelijks dichtging. (Ik overdrijf misschien, maar zo herinner ik het me. Het is al lang geleden).

Na een paar dagen heb ik het toch maar tegen dochter gezegd, omdat ze een tijd terug had gezegd haar wiskundecijfer op te halen, als ik zou stoppen met roken. Ze moest dus aan het werk. Zoon moest het ook weten, want die had de in zijn ogen even risocoloze belofte gedaan geen boeren meer te laten, als ik niet meer zou roken. 'Ik dacht, dat doe je toch nooit,' zei hij onlangs enigszins verongelijkt.
Dat zijn leuke bijkomstigheden, maar het belangrijkst is dat je zelf op een dag besluit ermee op te houden. Dat is het enige wat voor mij in ieder geval werkt. Al bijna zeven weken.

vrijdag 28 januari 2011

Vleermuizen

De favoriete knuffel van zoon was een vleermuis. Max heet-ie. En net zoals Titia de trol nog altijd op mijn kamer staat, staat Max nog steeds bij zoon. Meestal draagt hij een door mij gebreide muts, met twee gaatjes voor de oren. Hij heeft een paar brandgaatjes van de keer dat hij te dicht bij het vuur was gaan zitten (zoiets moet je ook niet doen, als vleermuis), maar verder ziet hij er nog even lief uit als toen ik hem lang geleden kocht, ergens in Engeland.

In ons oude huis in ons oude dorp hingen er nog lange tijd een paar vleermuizen op zolder. Soms vlogen ze rondjes door het huis, steeds dezelfde rondjes, op zoek naar de opening waar ze altijd doorheen konden vliegen, totdat wij het huis betrokken en er een raam van maakten. Ooit hing er zelfs een héél klein vleermuisje boven het bed van dochter, die dat helemaal niet eng vond. Ze kende Max tenslotte ook.

©Luke Marsden/Newspix/Rex
Vleermuizen hebben, ook als ze geen knuffel zijn, heel lieve gezichtjes. Ik zag het onlangs nog bevestigd op bijgaande foto. 130 verweesde vleermuisjes die in Australië gered zijn na de overstromingen. Vond ze zo lief, dat ik het niet kon laten het plaatje over te nemen.

woensdag 12 januari 2011

nooit meer klagen

Het leek me niet nodig 2011 met veel toeters en bellen en goede voornemens in te luiden; tenslotte heb ik in 2010 al een flinke nieuwe start gemaakt en dat hoef je niet nog eens over te doen als het jaartal toevallig verandert. Gestopt met roken ben ik ook nog niet.
Maar toch heb ik me ergens in de eerste dagen van januari iets voorgenomen dat door de timing wel onder de goede voornemens geplaatst kan worden: ik ga niet meer klagen, niet meer zeuren en niet meer boos worden, zelfs niet op mijn gesalarieerde medemens die toevallig ambtenaar is.

Ik bleef dus geduldig en vriendelijk aan de telefoon toen ik bij het Tribunal informeerde waarom ze me voor een tolkdienst in augustus nog steeds niet betaald hadden. Ik wenste de mevrouw ter afsluiting zelfs een bonne année, terwijl ze me net verteld had dat het nog wel een paar maanden kon duren in verband met de "periode de transition" die de rechtbank doormaakte. Een uitdrukking om te onthouden: "Het spijt me, maar ik kan uw factuur voorlopig nog niet betalen. Ik bevind me momenteel namelijk in een overgangsperiode die nog wel een paar maanden kan duren." Als ik meteen was gaan blaffen en briesen, zou ze mij deze geweldige zin vast onthouden hebben. Nu liet ze zich zelfs ontvallen dat de tolken al sinds juni niet betaald zijn, wat niet alleen een interessant weetje is, maar waar ook enige troost van uit gaat: er zijn mensen die al meer dan zeven maanden wachten!
De telefonische verkoper heb ik weliswaar meteen de mond gesnoerd, maar door hem een prettige dag en veel succes te wensen; een theepot zonder deksel - ja, gebroken - is ook een theepot; dat prijzen altijd omhoog en nooit omlaag gaan is kun je zien als een positieve, want opgaande, ontwikkeling, en dat de Ursaff nog niet op mijn reuze vriendelijke mailtje heeft geantwoord komt omdat ze heel goed over hun antwoord nadenken.

Deze positieve instelling gaf mij een tevreden en vrolijk gevoel. Helaas - ik begon me net af te vragen of ik kans maakte op de nobelprijs voor vrede - had ik daarna een terugval, nota bene tegenover een leerling. Toen ze voor de zoveelste keer zei dat iets 'typiquement français' was, en er in een adem bij vertelde hoeveel beter dat in Engeland was, kreeg ik een soort hersenvernauwing die alleen bij echte woedeaanvallen optreedt. Ik vond dat ik me nog redelijk in de hand hield: ik heb het rode waas voor mijn ogen weggeknipperd, gezegd dat ze ook gewoon naar Engeland kon terugkeren en vervolgens snel het oefenboek geopend.

Nu vraag ik me af: zou ik me beter gevoeld hebben, als ik ook hier vriendelijk en aardig was gebleven, of juist als ik zou hebben toegegeven aan mijn impuls haar goed door elkaar te schudden en te zeggen, nee, schreeuwen, dat ze nou eindelijk eens moest ophouden met dat eeuwige gezeur en die afschuwelijke arrogantie om haar vervolgens voorgoed uit mijn klas en leven te bannen?

zaterdag 8 januari 2011

Stadsleven

Ik woon nu dus in Mirande. Dat is slechts 20 minuten van mijn oude dorp vandaan, en in Nederlandse ogen is ook Mirande een dorp, maar hier is het een stad. Er wonen meer dan 4000 mensen! Vergeet niet dat in onze departementshoofdstad Auch ongeveer 20.000 mensen wonen. Er zijn dorpen in Nederland met meer inwoners, maar het is de grootste stad van de Gers.

Mirande is een sous-préfecture (de vroeger voor mij zo raadselachtige SP op een wegenkaart) met bijbehorend groot gebouw, de mairie is ook opvallend groot en dagelijks (!) geopend, en verder zijn er twee lagere scholen (een katholieke en een openbare), een collège, twee lycées (waaronder een lycée agricole), een cinéma, drie supermarkten, diverse boetiekjes, minstens vier kroegen, meerdere restaurants en zelfs een kebabtent. Dan heb ik het nog niet eens over bakkers en kappers, want die zijn gewoon niet te tellen.

De kinderen kunnen opeens lopend naar school, of in de stad (ja hoor, lach maar) afspreken met vrienden zonder eerst hun ouders als taxichauffeur te boeken. Als ik dan één tip mag geven aan eventuele emigranten: voor opgroeiende kinderen (en hun ouders) is wonen in een stad(-je) toch wel reuze aangenaam.

vrijdag 7 januari 2011

Het proces

Scheiden is een soort rouwproces, is me verteld. En net zoals rouw niet keurig de chronologie volgt van, wat is het, ontkenning, verdriet, woede en berusting, zo schommelt de scheidende ook van hoogte- naar dieptepunten en weer terug. In onwillekeurige volgorde wisselen gevoelens elkaar af, omdat ze nu eenmaal niet de boeken en andere handleidingen op dit vlak lezen.

Van vrijheidseuforie naar doffe eenzaamheid, van zoete nostalgie naar introspectieve twijfel, van lachen naar huilen, dat kan, als het even mee- of tegenzit, elkaar binnen luttele uren afwisselen. Maar terugkijkend moet toegeven dat er toch steeds een fase was, waar één van die gevoelens de overhand had. Ik ben heel boos geweest, en verschrikkelijk verdrietig, en ontkennend zeker ook. Nu durf ik voorzichtig te stellen dat ik in het rustiger vaarwater van de berusting lijk te zitten. Waar steeds meer levenslust doorheen borrelt die voor zover ik weet niet op dat lijstje stond, maar dat kan aan mij liggen.

woensdag 5 januari 2011

AV

Ons huis in mijn dorp staat te koop. Het stond al voorzichtig op één website, maar nu is het ook bij een makelaar, en op nog een website. Nu is het echt.
Veranderingen gaan stapje voor stapje, zeker in mijn eigen hoofd. Als het uit mijn mond komt, is het hoofd meestal alweer een stap of wat verder.

Van de zomer woonde ik nog half-half in mijn dorp, maar sinds september ben ik fulltime Mirandaise. Ik kom nog wel in mijn dorp, maar het is steeds minder mijn dorp. Het huis is nog wel ons huis. Straks, als het verkocht is, zijn alleen de kinderen nog 'onze', en de herinneringen. De zomeravonden bij de barbecue, daar denk ik het vaakst aan. Dan de winteravonden bij de haard. De dorpsfeesten. De wandelingen rondom het meertje, picknicks aan de Baïse, spelletjes rond de keukentafel, de uil op zolder, de Pyreneën in de verte... Hoe het huis langzaam het onze werd, muur voor muur en kamer voor kamer. Hoe we deel van het huis en deel van het dorp werden.
©Alexander Vinogradov
 

Het is moeilijk, soms, en pijnlijk, maar niet meer zo pijnlijk dat het niet de wijde wereld in kan. Het is bijna een zoete pijn, de zoete pijn van nostalgie, van wat voorbij is en mooi was en nooit meer terugkomt. En het biedt ruimte voor nieuwe mogenlijkheden, want in tegenstelling tot de meerderheid der Fransozen, ben ik een optimist.

Voor wie wat meer plaatjes wil zien kijke hier (in het Frans) of hier.

zaterdag 25 december 2010

wit


Ik denk altijd tijd voor van alles te hebben in Nederland, maar dat is niet waar. Het was deze keer ook iets lastiger er te komen, en zich verplaatsen van a naar b valt ook niet mee. Maar er is wel tijd voor de sneeuw.

vrijdag 10 december 2010

Echt hema!

Ik was dus in Parijs en kon het niet laten even naar de Hema te gaan. Ze hebben net een filiaal in het centrum geopend; in Créteil zaten ze al.
Het was niet zo groot als de doorsnee Nederlandse Hema, en ze hadden geen pepernoten, marsepein, chocoladeletters of hemaworsten, maar wel de "bekende Nederlandse stripfiguren Jip en Janneke" zoals de meneer, die de hele tijd door de zaak wandelde met een microfoon om het toch al enthousiaste publiek tot meer aankopen te bewegen, vertelde.Ik heb een notitieblok met heerlijke doodgewone lijntjes aangeschaft voor een heerlijk doodgewone hemaprijs. Wat een feest.

Later waren we ook nog in de "concept store" Merci. Een concept store is gewoon een warenhuis als je het mij vraagt (maar over dit soort zaken wordt mijn mening zelden gevraagd), zij het dat men heeft gekozen voor één bepaalde stijl (ofwel: concept) voor alle producten. In praktijk betekent dat, dat je in een concept store 165 € voor een wel aardig T-shirtje moet betalen, en 15 € voor een draagtas die maar kort mee zal gaan als je hem gebruikt voor hetgeen hij bedoeld is, namelijk boodschappen dragen, en die in net iets andere vorm één euro kost bij Shopi.
Toch was het ook in de concept store opvallend druk. Waar halen al die mensen toch het geld vandaan? En hebben zij dan niet het gevoel verschrikkelijk belazerd te worden?

maandag 8 november 2010

Narrenschip

Een oud-collega van mij is nar. Dat was hij nog niet toen we collega waren, althans niet fulltime, maar inmiddels reist hij al zo'n 20 jaar met zijn narrenschip over de wereldzeeën. Toen hij in 1989 dat narrenschip kocht en haar de Azart doopte, zei hij dat er ooit een tram door Amsterdam zou rijden met als eindpunt Azartplein. Ha ha, zeiden wij. Nu rijdt tramlijn 10 door Amsterdam met als eindpunt het Azartplein. Het heeft me geleerd dat je niet te snel haha moet zeggen als iets je onmogelijk lijkt. Als ik in Amsterdam ben neem ik graag lijn 10, als een soort eerbetoon aan de droom van een nar.

We gingen dus naar de Azart - narrenschip, zottenschuyt, ship of fools, nef des fous (zie ook hier) - die momenteel in dat Port Saint Louis ligt.
Ik was al lang niet op de Azart geweest en had August, nar en inmiddels ook kapitein, al evenlang niet gezien. Maar sommige dingen en mensen en de sfeer die erbij hoort blijven gelukkig vertrouwd, hoeveel er verder misschien ook verandert.
Een rondvarend narrenschip als één van de vaste punten in het leven; het lijkt misschien met elkaar in tegenspraak, maar het kan.

zaterdag 2 oktober 2010

Generatiekloofje

Gisteren hebben we onze Duitse correspondents uitgezwaaid. Er waren er acht in Mirande, en twee daarvan logeerden 10 dagen bij ons. Allebei 14 jaar en behoorlijk goed in Frans. Bij vertrek stonden alle meisjes, Duits en Frans, te huilen. De jongens hadden volgens dochter ook rode ogen, en eentje haastte zich na het zwaaien om die reden (volgens dezelfde bron) meteen naar de wc. Ik vond het zelf trouwens ook moeilijk het droog te houden, kijkend naar al die betraande gezichten.

Duitse scholieren moeten veel over Duitslands verleden leren, lezen en bespreken. De oorlog, natuurlijk, en alles wat daarmee samen hangt. Die Welle, voor mijn kinderen gewoon een interessante film, is voor hen verplichte stof. De val van de Muur, die voor deze kinders toch ook al geschiedenis is: gesneden koek. Misschien verbaasde het me daarom zo, dat ze nooit van Derrick gehoord hadden. Derrick is hier nog bijna dagelijks op televisie. Niet op prime time, dat nou ook weer niet, maar ergens rond een uur of twee 's middags. Mijn hardhorende buurman kijkt er vaak naar, ik hoor regelmatig een overigens Franssprekend Derrick uit zijn ramen schallen. Toen ik dacht daar een leuke opmerking over te maken, keken de correspondents mij glazig aan. Derrick, Harry, Horst Tappert? Ze hadden geen idee.

De generatiekloof zit soms daar waar je hem niet verwacht.

vrijdag 17 september 2010

een goed tomatenjaar

Even dacht ik dat het was omdat ik zo vreselijk leuk en aardig ben, maar toen ik voor de vijfde keer binnen enkele dagen een zak tomaten kreeg aangeboden en bovendien de wanhopige blik in de ogen van de schenker zag, begreep ik dat het een te goed tomatenjaar was. Aan mijn eigen plantjes had ik dat niet gemerkt.

De foto is echt van vandaag; tot op heden heb ik vier tomaten geoogst.
Zo kun je tijdens een kort moment van tomaten-in-ontvangst-nemen een hoop te verwerken krijgen: je kunt geen tomaten kweken zoals andere mensen dat kunnen, en je bent niet vreselijk leuk en aardig, maar gewoon een tomatendumppersoon.
Nu moet ik al die gul geschonken tomaten ook nog gaan inmaken.

maandag 2 augustus 2010

Speelgoed



Onlangs was het eindelijk zo ver: Toy Story 3 was ook in de plaatselijke bioscoop te zien. Ik ben een grote fan van Toy Story. Van alle films die ik met mijn kinderen gezien heb, staan Toy Story 1 en 2 op eenzame hoogte naast elkaar. Deel drie is daar nu naast komen staan. Ik heb gehuild van het lachen en gehuild tout court, want ik huil vrij makkelijk om films (en boeken) en heb het opgegeven me daar tegen te verzetten. Dat werd nog makkelijker toen zoon een paar jaar terug, kijkend naar mijn betraande gezicht aan het eind van Brokeback Mountain, jaloers verzuchtte: ‘Ik wou dat ik kon huilen om een film’. Waarom had ik me al die jaren naar de wc gehaast aan het eind van elk mooi verhaal?

Ik ben beslist niet de enige Toy Story-fan; de film kreeg bijvoorbeeld  vijf sterren van Coen van Zwol in de NRC. Gaat dat zien,  met of zonder kinderen en wellicht een beetje geloof in het feit dat speelgoed leeft. Na de film keek ik even naar Titia, de trol die me al sinds mijn tweede levensjaar gezelschap houdt. Zou hij (mijn Titia is een jongen) het misschien toch gezelliger vinden met meer speelgoed om zich heen, ’s nachts als ik slaap?