Posts tonen met het label werkend leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkend leven. Alle posts tonen

dinsdag 14 juni 2011

Dan maar in papieren vorm

als ik het al bloggend enigszins laat afweten.
Sinds enige dagen namelijk in de winkel: het zomernummer van Leven in Frankrijk, met een lang artikel over Toulouse en een kortere over Bleu de Lectoure, wat geen kaas is maar dat wist iedereen natuurlijk. Geschreven - dit voor alle duidelijkheid, want waarom zou ik er anders melding van maken - door mij.

Na lang nadenken en veel rekenen ben ik tot de conclusie gekomen dat degene die het blad alleen maar zou kopen om iets van mij te lezen, nog geen halve cent per michgelsenwoord betaalt. En dan heb je al die andere artikelen er gratis en voor niets bij!

Omdat het me niet lukt een pdf-bestandje van een van de pagina's hier neer te zetten, maar de vlag van Occitanië, gefotografeerd op de binnenplaats van het Ostal d'Occitània, in Toulouse.

woensdag 9 maart 2011

stage

Op de een of andere manier ben ik ooit op een website van de Académie terechtgekomen - die voor onderwijs, en dan de afdeling Midi-Pyrénées - en dat als persoon die een 'stage d'anglais' kan verzorgen.
Ik kwam erachter omdat ik als zodanig benaderd werd door het lycée van Nogaro (ruim 50 kilometer ten noordwesten van Mirande). Ik wist wel dat ik ooit een poging had gedaan me daarvoor op te geven, maar daar had ik nooit meer iets op gehoord, dus het was wel een verrassing.
Toch wilde ik de beker aan mij voorbij laten gaan, omdat ik genoeg werk heb en het werken met drie vreemde talen me zelfs meer dan genoeg leek,  maar dat lycée kon niemand anders vinden, de onderdirectrice van het lycée was vreselijk enthousiast, en ik werd nieuwsgierig naar iets nieuws.

Dus vorige week heb ik 15 uur intensief Engels gedoceerd. Valt nog niet mee, 15 uur (verdeeld over tweeënhalve dag) vol praten, maar het is ons (ons, omdat de leerlingen vooral moesten praten, al moest ik verzinnen waarover en hoe het eruit te krijgen) gelukt.
Daarna heb ik, net als die leerlingen, even welverdiend van een paar dagen vakantie genoten.
Nogaro is trouwens erg lelijk. Heel erg lelijk zelfs. Misschien is het wel het lelijkste stadje van de Gers. Ik kom er zelden, ik heb er meestal niets te zoeken. En ik heb ook niks moois gevonden, toen ik in mijn eerste lunchpauze even ging rondwandelen. Behalve misschien de arena (voor de course landaise). De trots van Nogaro is overigens de racebaan. Maar of die nou mooi is...







dinsdag 18 januari 2011

Misschien is dit een staking?

Werd ik gebeld door de gendarme. Gelukkig op een keurige tijd, deze keer.
De vorige keer belden ze om 4 uur 's nachts. Wonderlijk hoeveel gedachten er door je hoofd kunnen schieten tussen het zinnetje "Bonsoir, ici la gendarmerie de Fleurance, vous êtes Madame..." en het toch meteen daarop volgende "Vous êtes interprète?" Ik zag op de begeleidende gedachtenbeelden zoon al zwaar gewond op een operatietafel liggen - hij werkte op dat moment op een camping in de buurt van Fleurance.
Toen ik, nog niet bekomen van de schrik, had toegezegd te kunnen tolken, zei de gendarme dat hij dan zo zou terugbellen of het werkelijk nodig was, en waar ik me in dat geval zou moeten melden. Hij belde inderdaad terug, zo'n anderhalf uur later, toen ik net weer in slaap was gevallen, omdat ik dacht dat-ie niet meer ging bellen. Een uurtje later melde ik me, fris gedoucht en met een termoskan koffie omdat ze bij de gendarme niet bepaald scheutig zijn met wat voor een versnapering ook, bij de gendarmerie van Auch. Dat was het klusje wat nog steeds niet betaald is van mijn vorige blogje.

Toen de mevrouw nu dus vroeg of ik zou kunnen tolken zei ik nogal aarzelend "ja". Ik kon wel, qua planning, maar wilde ik ook? Ik legde haar vriendelijk mijn dilemma voor.
"Nou, als u niet kunt, zou me dat prima uitkomen," antwoordde de agente.
"U bedoelt dat u liever heeft dat ik nee zeg?" Want dit was weer zo'n geval waarin ik denk het niet goed begrepen te hebben, beëdigd tolk of niet.
"Ze hebben me deze zaak ook maar in de maag gesplitst," vervolgde de agente, en ze begon een ingewikkeld verhaal waarin zowel Duinkerken als Litouwen voorkwamen. "Dus als ik zeg dat u niet wilt komen, aangezien uw vorige werk nog niet betaald is, dan is dat voor mij geen enkel probleem. Integendeel!"
"Nou, dan eh... wil ik niet," zei ik braaf.
De agente nam vrolijk afscheid, terwijl ik in verwarring de telefoon neerlegde. Sindsdien vraag ik me af: ben ik nu in staking bij de gendarme?

woensdag 12 januari 2011

nooit meer klagen

Het leek me niet nodig 2011 met veel toeters en bellen en goede voornemens in te luiden; tenslotte heb ik in 2010 al een flinke nieuwe start gemaakt en dat hoef je niet nog eens over te doen als het jaartal toevallig verandert. Gestopt met roken ben ik ook nog niet.
Maar toch heb ik me ergens in de eerste dagen van januari iets voorgenomen dat door de timing wel onder de goede voornemens geplaatst kan worden: ik ga niet meer klagen, niet meer zeuren en niet meer boos worden, zelfs niet op mijn gesalarieerde medemens die toevallig ambtenaar is.

Ik bleef dus geduldig en vriendelijk aan de telefoon toen ik bij het Tribunal informeerde waarom ze me voor een tolkdienst in augustus nog steeds niet betaald hadden. Ik wenste de mevrouw ter afsluiting zelfs een bonne année, terwijl ze me net verteld had dat het nog wel een paar maanden kon duren in verband met de "periode de transition" die de rechtbank doormaakte. Een uitdrukking om te onthouden: "Het spijt me, maar ik kan uw factuur voorlopig nog niet betalen. Ik bevind me momenteel namelijk in een overgangsperiode die nog wel een paar maanden kan duren." Als ik meteen was gaan blaffen en briesen, zou ze mij deze geweldige zin vast onthouden hebben. Nu liet ze zich zelfs ontvallen dat de tolken al sinds juni niet betaald zijn, wat niet alleen een interessant weetje is, maar waar ook enige troost van uit gaat: er zijn mensen die al meer dan zeven maanden wachten!
De telefonische verkoper heb ik weliswaar meteen de mond gesnoerd, maar door hem een prettige dag en veel succes te wensen; een theepot zonder deksel - ja, gebroken - is ook een theepot; dat prijzen altijd omhoog en nooit omlaag gaan is kun je zien als een positieve, want opgaande, ontwikkeling, en dat de Ursaff nog niet op mijn reuze vriendelijke mailtje heeft geantwoord komt omdat ze heel goed over hun antwoord nadenken.

Deze positieve instelling gaf mij een tevreden en vrolijk gevoel. Helaas - ik begon me net af te vragen of ik kans maakte op de nobelprijs voor vrede - had ik daarna een terugval, nota bene tegenover een leerling. Toen ze voor de zoveelste keer zei dat iets 'typiquement français' was, en er in een adem bij vertelde hoeveel beter dat in Engeland was, kreeg ik een soort hersenvernauwing die alleen bij echte woedeaanvallen optreedt. Ik vond dat ik me nog redelijk in de hand hield: ik heb het rode waas voor mijn ogen weggeknipperd, gezegd dat ze ook gewoon naar Engeland kon terugkeren en vervolgens snel het oefenboek geopend.

Nu vraag ik me af: zou ik me beter gevoeld hebben, als ik ook hier vriendelijk en aardig was gebleven, of juist als ik zou hebben toegegeven aan mijn impuls haar goed door elkaar te schudden en te zeggen, nee, schreeuwen, dat ze nou eindelijk eens moest ophouden met dat eeuwige gezeur en die afschuwelijke arrogantie om haar vervolgens voorgoed uit mijn klas en leven te bannen?

donderdag 9 september 2010

staken

Er wordt - dit is niet bepaald nieuws - in Frankrijk nogal eens gestaakt. Het duurde even voor ik begreep dat dat niet kwam omdat de vakbonden zo sterk zijn, maar juist omdat ze niet zo sterk zijn. In noorderlijker Europa wordt er eerder en meer onderhandeld tussen werkgevers, werknemers, regeringen en vakbonden dan hier, waardoor men hier (nog) sterker het gevoel heeft dat er niet naar hem of haar geluisterd wordt en de boodschap slechts stakend en demonstrerend overgebracht kan worden.

Als je in het onderwijs of het openbaar vervoer werkzaam bent valt zo'n staking ook meteen op. En als daar vaak gestaakt wordt, begint het - ondanks een zekere mate van begrip - te irriteren.Solidariteit is leuk, maar het gaat natuurlijk nooit over mijn salaris of arbeidsomstandigheden, om maar te zwijgen over een eventueel pensioen.

Als ik zou staken zou geen hond het merken, behalve mijn eigen hond, en ikzelf als ik de volgende dag extra veel werk heb. Nou heb ik ook niet te klagen over mijn werkomstandigheden of opdrachtgevers, behalve over eentje: de Franse staat.
Ooit heb ik me hier laten beëdigen als tolk/vertaler voor Nederlands en Russisch. Dat leek me een goede zet. Tot ik erachter kwam dat de rechtbanken, politie en andere aan het Ministerie van Justitie verbonden instanties een vergoeding (indemnité noemen ze het zelf) betalen die nog niet de helft is van wat een beëdigd tolk/vertaler in Nederland krijgt. Aan reistijdvergoeding doen ze niet, want: 'u krijgt toch uw kilometers vergoed?' Ik mag dus bijvoorbeeld twee uur in de auto zitten, één uur tolken en weer twee uur terugrijden en heb dan in vijf uur tijd 16,58 € verdiend. (Tolken Engels, Duits, Spaans en Italiaans krijgen slechts 13,26 € per uur, vanwege het belachelijke idee dat als er meer mensen die talen spreken er dus minder voor betaald hoeft te worden.). Vertalingen leveren13,91 € op per pagina, of daar nou drie woorden op staan, of 350. En dan duurt het een maand of drie, met uitschieters van een jaar als het tolken voor de gendarme betreft, voor ik betaald word. 
Mensen, het is een grof schandaal!

Ik heb wel eens overwogen af te reizen naar Parijs en mijn spandoekje uit te rollen voor het Ministerie van Justitie. Maar vooralsnog doe ik als de meeste beëdigde tolken en vertalers: opdrachten van het Ministerie van Justitie weigeren. Een permanent staking dus, nu ik erover nadenk.

donderdag 26 augustus 2010

De devaluatie van urgentie

Een tijdje terug zat er een verzoek om een devis (een prijsopgave) in mijn mailbox. Het was binnengekomen op een vrijdagmiddag. Door omstandigheden zag ik het pas zaterdagavond. Er stond met dikke zwarte en onderstreepte letters bij dat het URGENT was. Balen, dacht ik, dan is het na het weekend natuurlijk te laat. Toch belde ik maandag even op; het ging om een behoorlijk lange vertaling.

‘Maître P.? Die is er deze week niet,’ zei de secretaresse.
‘Het was urgent,’ antwoordde ik, ‘maar misschien heeft ze vrijdag al iemand gevonden.’ Volgens de secretaresse kon het best een weekje wachten, maar zo niet dan zou ze terugbellen. Je hebt urgent en eigenlijk niet zo heel erg urgent, begreep ik.

Het bleef stil, tot ik een dag of tien later alweer een URGENT! verzoek om een prijsopgave kreeg, van dezelfde mevrouw en voor dezelfde vertaling. Ik gaf mijn woordprijs, maar dat was niet genoeg, ze wilde graag weten hoeveel het precies zou gaan kosten. Ik ging braaf aan het tellen en stuurde daarna mijn prijsopgave snel terug, omdat het nu vast écht urgent was. Nooit meer iets gehoord.

zaterdag 13 februari 2010

laptoplove


Mijn laptop hield er opeens mee op. Om half vier deed hij het nog, en toen ik 3 uur later weer verder wilde werken: niks, noppes, nada.
Dat is heel erg. Mijn laptop staat mij bij in pak 'm beet 80% van mijn broodwinning, zij (mijn laptop is een vrouw: standvastig, verstandig & betrouwbaar) is mijn steun en toeverlaat, mijn collega, bazin en ondergeschikte, ze is niet mijn alles, maar wel veel.

Nadat ik op alle mij bekende manieren geprobeerd had haar te reanimeren, moest ik haar de volgende dag naar François brengen, een in Nederland geboren, in Engeland opgegroeide volledig verfranste professionele computernerd. Hij heeft zijn bedrijf aan huis, één dorp verderop.

Gisterenavond waren de berichten slecht. Haar hart, gek genoeg niet hartschijf maar harde schijf geheten, gaf geen tekenen van leven. (Nee, natuurlijk heb ik niet overal een back-up van.) De laatste berichten zijn iets beter. Ik kan hier alleen maar afwachten en hopen, frummelend op mijn hele kleine reiscomputertje en ronddolend met mijn usb-sleutel.
Ik ga zo een externe harde schijf bestellen. En een fruitmand voor mijn laptop.

Op de foto: mijn laptop op de operatietafel.

woensdag 10 februari 2010

kinderboekenweekthema 2010


Gesprek tussen een kinderboekenweekkenner (KBWK) en kinderboekenschrijfster Pauline Michgelsen (PM); een toneelstuk in één bedrijf.

KBWK en PM lopen elkaar toevallig tegen het lijf en blijven even staan babbelen.

KBWK: Het thema van de kinderboekenweek 2010 is bekend, wist je dat?
PM : Nee, leuk! Wat is het?
KBWK: (met een serieuze stem) De Grote TekenTentoonstelling.
PM : (trekt een heel vies gezicht en zegt niks)
KBWK: Heb je me gehoord, ik zei…
PM : Ja, ja, ik heb je gehoord. Maar… jasses! Ik vind een kleine teek al vies, een grote teek nog viezer, en grote teken… En dan een hele tentoonstelling! (rilt van afkeer).
KBWK: (kijkt bijzonder niet-begrijpend)
PM : Heb je er wel eens een grote teek gezien? Eentje die zich net volgezogen heeft met bloed? Met het bloed van mijn hond bijvoorbeeld? Wacht, ik zal er één voor je tekenen. (Haalt kladblok en pen uit haar tas). En wist je dat ze ziektes kunnen overbrengen? (Tekent ijverig verder). Jonge honden kunnen er aan dood gaan!
KBWK: Maar…
PM : Wat heeft zo’n thema nou met kinderboeken te maken? (Houdt haar tekening omhoog). Kijk! In het echt zijn ze dus nog enger, maar…
KBWK: (schreeuwt het uit) Het gaat niet over teken! Het gaat over TEKENEN. Tekeningen! Illustraties!
PM : (doet verschrikt een stap achteruit) Bedoel je…
KBWK: Ja! Tekenen, dat bedoel ik!
PM : (kijkt beteuterd naar haar teek-tekening). Maar ik kan niet tekenen.
KBWK: (iets rustiger) Je hebt anders net een teek getekend.
PM : Maar ’t gaat niet over teken tekenen.
KBWK: Het gaat over tekenen dus ook over teken tekenen.
PM : Maar ik vind een kleine teek al vies, een grote teek nog viezer, en grote teken…
KBWK: (loopt hoofdschuddend weg)
PM : (stopt de tekening in haar tas en loopt de andere kant op).

Van 6 tot en met 16 oktober 2010 is het weer kinderboekenweek, en dit jaar is het thema dus
De Grote TekenTentoonstelling – beeldtaal in kinderboeken.
Het gaat over tekeningen, plaatjes, illustraties en alle beelden die verhalen nog mooier maken, of die hun eigen verhaal vertellen. Scholen en bibliotheken kunnen kinderboekenschrijvers en –illustratoren uitnodigen (mij bijvoorbeeld, maar anderen worden ook graag gevraagd) via Stichting Schrijvers School Samenleving ofwel SSS.

maandag 1 februari 2010

Nieuwe roeping, oude passie (3 en slot)

Ondertussen bleef ik tussen de lieflijke groene heuvels van het Gasconse land – in blijde afwachting van mijn vast spoedige indiensttreding als docente Engels – toch verder zoeken naar werk, want diep van binnen had ik twijfels. Terecht, zoals in het vorige deel bleek.

Op internet zag ik dat het Hof van Europa correctoren zocht. Ik stuurde een mailtje met CV, kreeg na een week antwoord (en daar zaten feestdagen tussen), deed een test en twee weken later was de eerste te corrigeren tekst binnen.
Zo kan het dus ook.

Wellicht zal het in de toekomst nog eens knagen als ik een jonge Fransoos Engels hoor stuntelen - al zou de Académie daar meer wroeging over moeten hebben dan ik. Maar waarschijnlijk zijn ze daar te druk met het verstoppen van dossiers.

Een klas onwillige pubers Engels aan het verstand brengen ook niet écht mijn roeping. Eigenlijk wil ik gewoon lettertjes, woorden, toetsenborden, papier, beeldschermen en vulpennen. Ik wil mooie dingen schrijven en mooie dingen vertalen. Dat is mijn passie.
En om dat in alle rust te kunnen doen, ga ik daarnaast corrigeren.
Dat ken ik toevalig heel goet.

zaterdag 30 januari 2010

Nieuwe roeping, oude passie (2)


Toen ik na enkele weken nog niks gehoord had van de Académie, besloot ik zelf te bellen. Tenslotte zaten ze te springen om docenten Engels, en vooral om mij. Na een paar dagen had ik uiteindelijk de juiste mevrouw aan de lijn.

Ik : "Goededag. Ik wilde graag weten of uw mijn dossier in goede orde ontvangen heeft."
Zij : "Wanneer heeft u het gestuurd?"
Ik : "December vorig jaar."
Zij : (lichte teleurstelling in de stem – “bel later maar” werkt niet) "Ik zal even kijken."
Enkele minuten later :
Zij : "Nee, ik kan het niet vinden.”
Ik: "Het moet een flink pakket zijn." (Die portokosten!) "Het zou jammer zijn als het zoek is."
Zij: "Waar heeft u dat dossier heengestuurd?"
Ik : "Naar het adres dat op het formulier stond."
Zij : "Dus niet ter attentie van mij?"
Ik : (druk bladerend in mijn eigen map met kopieen)"Eh nee, uw naam stond er niet bij, maar eh…"
Zij: "We zijn hier met zo veel mensen! Als het niet ter attentie van mij is, zie ik het natuurlijk niet!"
Ik: (opgelucht het juiste blaadje gevonden te hebben) "Er stond dat het naar DPE5 moest."
Zij : "Dit is afdeling DPE4."
Ik : "O." (Waarom staat dat dan niet op het formulier?)
Zij: "U kunt het nog een keer sturen."
Ik: "Maar..."
Zij: "Heeft u een universitair diploma?"
Ik: "Voor Russisch ja. Ik begreep dat u…"
Zij: "Docenten Russisch zoeken we niet en u moet een diploma Engels hebben, anders heeft het geen zin iets te sturen. Goedemiddag!"

Natuurlijk, ik had moeten dubbelchecken of er werkelijk docenten Engels werden geworven die in het bezit zijn van een universitair diploma voor een andere taal. Toch was dit zo’n moment dat ik niet alleen dacht dat Frankrijk aan bureaucratie ten onder gaat, maar het ook heel erg hard wenste.

Wordt vervolgd (happy end!)

woensdag 27 januari 2010

Nieuwe roeping of oude passie (1)


Ik kan, gezien mijn nationaliteit en leeftijd, geen Frans ambtenaar worden. Dat ambieerde ik ook niet, tot ik bedacht dat ik hier ook docente Russisch zou kunnen worden. En docenten zijn, tenzij ze op een privéschool werken, ambtenaar. Om docente te worden, moet ik een concours doen, of afleggen, ik weet eigenlijk niet welk werkwoord hier past.
Ik schreef me daarvoor in, want dat kon zomaar, on line. Helaas, ontdekte ik later, slaagt nog geen 5%, heb je er nog niet per se een baan mee en ten derde, áls je slaagt en áls er een post is, dan kan die ook in pak-‘m-beet Lille zijn en dat is een flink eind forenzen voor mij.
Het concours vindt in juni plaats, maar afgelopen december was mijn financiële situatie – ondanks al die geweldig leuke dingen die ik doe en schrijf – zodanig dat meer werk eigenlijk wel urgent werd. (Dit wordt ook wel omschreven als “ik was toe aan een nieuwe uitdaging”).

Christine, werkzaam in het onderwijs, kwam met het geniale idee me aan te melden als invaldocente - dat kon zonder concours. Zou ik geen fonctionnaire mee worden, maar vooruit. Probleem was het kleine aantal scholen dat Russisch doceert in de Midi-Pyrenées en de blijkbaar ijzersterke gezondheid van de docenten, want vervangers worden er nooit gezocht. ‘Maar,’ zei Christine, ‘in deze rurale regio zit men te springen om docenten Engels, en jij kunt hartstikke goed Engels’.
‘Nou,’ mompelde ik bescheiden, en toen dacht ik aan de jeugd, waarvan een groot deel zich ook na vijf jaar Engels nog niet accentloos kan voorstellen en besloot dat ik de Gasconse jeugd moest redden van een linguistische ondergang in deze snel globaliserende wereld. Ik had geen nieuwe uitdaging gevonden; ik had een roeping.

Stap één was verrassend snel gezet, wederom via internet. Een universitair diploma voor Russisch zou, zo begreep ik, voldoende zijn om me tevens voor Engels aan te melden. Het diploma laat zien dat je enkele hersens hebt (of althans had ten tijde van je studie); de beheersing van het Engels was ook anderszins te bewijzen.
De tweede verrassing was de snelle reactie van de Académie de Toulouse (de regionale afdeling van het Franse Ministerie van Onderwijs): ze stuurden binnen enkele dagen een formulier op, plus een lijst benodigde documenten. Ik copieerde me suf, vulde het formulier in mijn netste handschrift en met mijn duurste vulpen in, en met hulp van Christine maakte ik mijn CV nóg mooier en schreef ik een prachtige lettre de motivation.
En toen bleef het stil.

Wordt vervolgd

Op de foto: het T-shirt van dorpsgenoot Robert, muziekleraar te Marciac, en (dus) ambtenaar.

dinsdag 21 oktober 2008

krekels en eekhoorns


Voor het eerst ga ik verkiezingen waarnemen in een land dat iedereen kent, en waarvan iedereen weet dat er verkiezingen zijn. Voor het eerst ook ga ik waarnemen in een land waar ik nog nooit geweest ben. De weg van Dulles International Airport naar het hotel in Washington doet echter helemaal niet exotisch aan. Het lijkt op de Amsterdamse rondweg, met eerst een beetje Sloterdijk en dan wat Amstelveen. Er loopt zelfs een spoorlijn in het midden.

Het is warm, de autoraampjes staan open. Ik hoor krekels. Ik wist niet dat ze krekels hadden in Amerika. Tenminste, ik heb er nooit over nagedacht of ze krekels hadden in Amerika. Krekels horen bij Frankrijk. Op de Amsterdamse rondweg hoor ik ook geen krekels. En bij Amerika horen grote beesten, adelaars en zo. Ondertussen tel ik twee politieke bumperstickers (stand 1 – 1), één auto met Obama-vlaggetje en nul politieke posters of billboards. Niet dat ik dat moet tellen als waarnemer; het gaat vanzelf.

De sirenes van de politie en die van de brandweer klinken net als in de film. Achter het hotel loopt een spoorlijn waar de trein nog fluit zoals in een oude western. Jammer dat mijn kamer ook aan de achterkant ligt. De airco maakt ook al zo’ n herrie. Verder is Washington hier stil, opvallend stil. Geen getoeter, geen geschreeuw, geen zwaar optrekkende stadsbussen of brommende pizzakoeriers. Ik wandel een uurtje rond en zie tot drie keer toe dat bekenden elkaar toevallig tegen komen en een babbeltje maken. Net een dorp.

Nog twee Obama-vlaggetjes en een McCain-sticker. In de parkjes springen eekhoorns rond. Ik vraag me af waarom een eekhoorn wel vertederend is en een rat niet. Het zijn toch allebei knaagdiertjes. Even later hebben ze het op de televisie ook al over een eekhoorn, maar dat blijkt Acorn te zijn. Het zal door de jetlag komen. Deze Acorn wordt beschuldigd van fraude met kiezersregistratie. Dat is nou precies een van die dingen waar we ons hier in moeten verdiepen.

maandag 20 oktober 2008

en voyage


Van village even in een grotere stad. ik ga wel verder bloggen heb ik me voorgenomen, maar bij gebrek aan woorden eerst gewoon een plaatje.

zondag 21 september 2008

Druk


Ik heb niet geblogd, wel geschreven. Hierin: ttp://cf.hum.uva.nl/oosteuropa/prospekt/artikelen.html komen straks twee artikelen. Het wordt een themanummer over kunstverzamelen en Rusland. We raakten geïnspireerd door de gigantisch dure kunstaankopen van voetbaloligarch Abramovitsj, en door de erven van Morozov en Sjtjsoekin, wier voorouders al die Franse meesterwerken hebben aangeschaft waar de Hermitage en het Poesjkinmuseum nu mee pronken. Die collecties werden ooit genationaliseerd. Ben benieuwd hoe dat met Abramovitsj zal aflopen.
Ik ken een verzamelaar van Russische schilderijtjes bij mij in de buurt (de wereld is klein) en spaar voor deze meisjes
.

maandag 1 september 2008

ook feest


Af en toe moet ik tolken, Russisch – Frans of Nederlands – Frans. Ik ben voor allebei beëdigd.
Een tolk mag natuurlijk niet roddelen over de mensen en zaken waar hij mee te maken heeft gehad en dat doe ik dan ook niet. Maar ik mag wel vertellen dat ik onlangs naar een gemeentehuis moest in verband met een voorgenomen Russisch-Frans huwelijk, als ik daar verder geen namen bij noem.
De burgemeester zat er in zijn hemd en zei onmiddellijk dat hij het allemaal erg vervelend vond, maar dat hij tegenwoordig verplicht was om aan de buitenlandse huwelijkskandidaat een aantal vragen te stellen in aanwezigheid van een beëdigd tolk. Hij leek de bruidegom goed te kennen en was plaatsvervangend verontwaardigd dat die wellicht van een mariage blanc, een fictief huwelijk, verdacht werd. Maar wet is wet en dus wapperde hij treurig met een voddig blaadje waar hij vier vragen op had staan. Die had hij van de préfecture gekregen en dat was maar goed ook, want hij ging echt niet zelf vragen verzinnen. De secretaresse mocht de antwoorden noteren.
Waar ze elkaar hadden leren kennen, was de eerste vraag. De burgemeester leek even opgelucht adem te halen toen ik vertaalde dat ze elkaar bij een nichtje van de bruid hadden leren kennen. Dat klopte dus. De overige vragen waren van meer morele aard: of de bruid zich wel realiseerde dat ze haar vaderland ging verlaten en of ze bereid was Frans te leren en hier wilde gaan werken. De burgemeester liet duidelijk weten dit stomme vragen te vinden Nog geen vijf minuten later schudde hij ons allemaal de hand en verdween. Ik mocht ook weer naar huis.
Kwam onderweg nog een mooie feestzaal tegen.