Posts tonen met het label reisleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reisleven. Alle posts tonen

donderdag 1 september 2011

Nog even Corsica, voor de school weer begint

Ik heb niet zoveel met de kleine keizer, maar dit vond ik mooi.

En dit is natuurlijk nog veel mooier.

Wij dachten toch echt dat dit kogelgaten waren, want wat is het anders?

Ook in Corsica blijken deze stapeltjes cairn te heten. Net als in de Pyreneeën.

Voor iemand die een zwak heeft voor varkentjes was dit wel een van de hoogtepunten. 
Ik vind het zelf nogal vervelend als mensen roepen dat ze het zo waanzinnig druk hebben, dus dat hoor je mij niet doen, maarre... heel rustig is het nou ook weer niet. Daarom nog een visueel intermezzo en daarna... 

dinsdag 12 juli 2011

Even weg

Dat ze in Dijon een geluksbrengend uiltje hebben
Ik was even bezig met de viering van een Nederlands-Engels-Luxemburgs-Servisch huwelijksfeest, dat in Luxemburg gevierd werd. Ook de reis duurde even.
Wat ik geleerd heb - behalve dat Nederlands-Engels-Luxemburgs-Servisch huwelijksfeesten heel gezellig kunnen zijn - is onder andere:

Dat er zelfs ansichtkaarten bestaan van Aires d'autoroute

En sommige aires het mooiste uitzicht bieden vanaf de wc
Het glas-in-lood van Chagall inderdaad mooi is
Dat er gouden torens zijn vol tolken en vertalers
Dat sommige mensen van nog veel verder tot Dijon reizen

dinsdag 31 augustus 2010

bijbehorende plaatjes

portugees

Een weekje Portugal kwam toevallig op ons pad. Zon, strand en veel slapen. Het Portugees klinkt soms een beetje als Russisch, vooral als je ligt te doezelen op het strand. Soms zelfs zodanig dat ik het letterlijk kon verstaan, maar dat bleken zes Russinnen. Het was me al opgevallen dat enkelen van hen in de zon bleven staan, met boek en al. Dat ken ik alleen maar uit Rusland, dat staande zonnebaden, had ik toen al gedacht.

De zes vrouwen deden me denken aan Maria, doctor in de pedagogie en minister van onderwijs van Gagaoezië (Moldavië), die een paar jaar geleden vertelde dat ze, toen de oppositie aan de macht was, enkele jaren als schoonmaakster had gewerkt in Italië. Als de oppositie weer zou winnen, zou ze teruggaan. Van hoogleraar pedagogiek in Sovjettijden naar schoonmaakster naar minister naar schoonmaakster. Soedba, zei ze vrolijk, het lot.
Deze vrouwen waren misschien ook wel bioloog of ingenieur. En schoonmaakster, even eruit op een Portugees strand.

woensdag 19 mei 2010

langzame journalistiek


Over een kleine vier jaar vinden de Olympische Winterspelen in Sotsji, Rusland, plaats. Vorig jaar al zijn fotograaf Rob Hornstra en schrijver Arnold van Bruggen begonnen met hun Sochiproject om alle veranderingen die deze badplaats zal ondergaan vast te leggen. Een goed plan en een mooi project. Duur natuurlijk, vandaar dat ze sponsors zoeken voor deze vorm van journalistiek, die ze slow journalism noemen.

Gisteren kreeg ik een berichtje dat ze met hun eerste boek over het project The New York Photo Book Award 2010 hadden gewonnen. Dat vind ik nou leuk, zo'n beloning voor een project waar ze aan begonnen zijn, gewoon omdat ze er zelf in geloofden. Je kunt het fotoboek hier bij het persbericht virtueel doorbladeren.

Ze fotografeerden het sanatorium Metallurg. Heerlijk, zo'n naam. Ik verbleef ooit een paar dagen in sanatorium Sjachtjor (de mijnwerker) in Karkaralinsk. Dat is in Kazachstan, op drie uur rijden van de mijnwerkersstad Karaganda. Daar klonk de hele dag muziek, wat blijkbaar moest bijdragen tot de rust. Erg druk was het er overigens niet, zoals ook op de foto te zien is van Sjachtjor in augustus 2007.

(Het is natuurlijk lang niet zo'n mooie foto als van de Metallurg, maar je weet maar nooit met copyrights.)
Mijn Kazachse fotoalbum staat overigens hier:

maandag 26 april 2010

weer open


Ik ben weer terug, maar het blogritme moet nog volgen. Om erin te komen een fijn plaatje van het landschap ergens tussen Parijs en Orléans. Ik wist niet dat het daar zo lelijk was. Dit is zo ongeveer ter hoogte van de afslag naar Janville. Alles heet daar Ietsville, alsof ook voor plaatsnamen de fantasie ontbrak.

vrijdag 9 april 2010

Fermé



Ik ben ook even gesloten, want op pad.

zondag 3 januari 2010

Exotisch


Vroeger tekende ik graag fantasielandkaarten. Landen met hoge bergen, slingerende rivieren, her en der een moerasje en mooie exotische namen. Ik was ook dol op boeken met verzonnen landen met hoge bergen en slingerende rivieren en exotische namen, en de landkaarten die daarbij hoorden. Vandaar dat mijn lievelingsboek De brief voor de koning was, waarin Tiuri vanuit het land van koning Dagonaut naar het Rijk van Unauwen moet, een weg die je op de kaart op de binnenkaft kunt volgen. Later staarde ik uren naar de kaart van In de ban van de ring.
Tonke Dragt en J.R.R. Tolkien zullen als kind ook vast graag fantasielandkaarten getekend hebben. Zonder me op hun hoogte te willen plaatsen, voor het kinderboek wat ik nu aan het schrijven ben heb ik ook een landkaart (inclusief hoge bergen en slingerende rivieren) getekend. Op die manier kun je je passie tenminste tot op hoge leeftijd blijven belijden.

Een andere mogenlijkheid is je verdiepen in bestaande landen met hoge bergen, slingerende rivieren en exotische namen. De meeste landen in de Kaukasus zijn daardoor bijzonder aantrekkelijk. Ook Corsica en Baskenland doen het goed.
Onlangs waren we dus een dag en in nacht in San Sebastian, ofwel Donostia, in Spaans Baskenland. Het Baskenland golft vanuit de Pyreneeën de Atlantische oceaan in, de Golf van Biskaje om precies te zijn (wat trouwens mooier klinkt dan Golfe de Gascogne zoals het in Frankrijk heet). Euskal Herria noemen ze zelf hun land, of Euzkadi – de laatste term heeft een meer politieke lading.
Het Baskisch (euskara) is bovendien een zeer exotische taal. Ik kan er - en velen met mij, vermoed ik - werkelijk geen touw aan vastknopen. Ik spreek nauwelijks Spaans, maar als ik zie staan ‘area de servicio’ begrijp ik wel wat ze bedoelen. Bij ‘zerbitzugunea’ heb ik dat niet. Een hoop woorden hebben een x, ook mooi, al blijft het baskisch voor bank (kutxa) toch een beetje vreemd. En al die mooie voornamen! Uztartitz. Gaxuxa. Iraitz. (Ik heb een kalender met Baskische namen dus ik kan tot de 365 gaan, maar dan wordt het misschien wat saai).
Sommige zeggen dat het Baskisch ver weg verwant is aan het Georgisch, al schijnen de bewijzen daarvoor flinterdun te zijn. Wel kunnen de Basken net als de Georgiers zomaar in vijfstemmig gezang uitbarsten en maken beide volken heerlijke wijn, maar in dat laatste staan ze natuurlijk niet alleen.
In ieder geval was de sprankelende witte txakoli heerlijk op oudejaarsavond.

op de foto: de baai van San Sebastian op 1 januari 2010. Inclusief zwemmers.

woensdag 4 november 2009

de vliegende tijd




Gisterenavond drong het opeens tot me door dat het alweer een jaar geleden is dat ik in Detroit was en hoopte dat Obama gekozen zou worden. Ik heb even door de foto's gebladerd, nostalgisch, natuurlijk, daar heb ik toch al een handje van en november leent zich er uitstekend voor met zijn grijze luchten en alle zielen,terwijl er momenteel ook nog allerlei herinneringen worden opgehaald aan de val van de muur.

donderdag 3 september 2009

Terug

Wat het hier mooi! En warm!
We reizen met de trein van Toulouse naar Lannemezan, waar onze buurvrouw ons zal komen ophalen. Daarna is het nog een half uur met de auto. We zijn dan met diverse vervoersmiddelen en inclusief overstap- en wachttijden zo’n 30 uur onderweg geweest.

De trein rijdt langs de Pyreneëen, de zon begint voorzichtig te zakken en over de bergen ligt een zachte glans. Na een dag lang naar de berken en moerassen tussen Rybinsk en Sint Petersburg te hebben gekeken, en onlangs nog een uur of acht naar de moerassen en berken tussen Sint Petersburg en Moskou, is de schoonheid van de Pyreneëen nog indringender dan anders.
Hoe komt het dat een heleboel Russen lyrisch worden als ze het over het Russische platteland hebben, en ik dat soort lyriek zelden bij een Fransman hoor? Is de schoonheid van de Franse natuur voor hem zo vanzelfsprekend? En is ‘de’ Rus bang dat zijn land niet mooi geworden wordt?
De dorpslyriek komt overigens vooral van de stadsrus, en als ik Orlando Figes mag geloven (ik herlas onderweg stukken van zijn boek Natasha’s Dance) was dat 200 jaar geleden ook al zo. De ware, pure Rus (inclusief ziel waarschijnlijk) - zo dacht de adellijke en denkt de stedelijke Rus - bevindt zich op het platteland. Paddenstoelenzoekend of in de banja.

Misja, de buurman uit het Russische dorp, was vooral geïnteresseerd in hoe de mensen in ons Franse dorp leefden. Of het land nog bewerkt werd, en of men van de opbrengst kon leven. De buren in ons Franse dorp willen vooral weten hoe de mensen in het Russische dorp leefden. Of de grond nog bewerkt werd en… o, hoe ze dan leefden. Dorpsbewoners uit verschillende landen staan dichter bij elkaar dan dorps- en stadbewoners uit hetzelfde land.
‘Veertig jaar geleden hadden wij ook geen stromend water,’ zeggen de mijne. ‘We hadden nog een wc in de tuin.’ Aan de buiten-wc verbinden ze de conclusie dat het Russische dorp niet alleen meer eenvoud, maar ook meer solidairiteit kent. Onze enige ervaring met criminaliteit was in het Russische dorp, omdat het Russische platteland zo ellendig arm en vergeten is. De solidariteit is op een dag zachtjes vertrokken en liet alleen wat drank achter.

In liefde mag je kritisch zijn, en als ik morgen weer naar Rusland zou kunnen, ging ik. De kinderen lassen een wat langere pauze in. Tim wil beter Russisch leren. En Eva vroeg of we ook eens een keer naar Spanje konden gaan, naar het strand, zoals andere mensen.

(Dit stukje staat ook nog op de volkskrantreizen site.)

zondag 16 augustus 2009

In Rusland


Ik hou voor de verandering hier http://www.volkskrantreizen.nl/reiziger/michgelsen een reisblog bij.
Voor zover de tijd en de mogenlijkheden er zijn natuurlijk.

maandag 23 maart 2009

rendez-vous raté


Lyon heeft een gigantisch plein, place Bellecour heet het. Er staat een standbeeld van Louis XIV. Toen ik in Lyon woonde was dat dé plek om af te spreken, of om te blijven hangen als de café’s dicht waren, of het geld op. Zo’n plek is het nog steeds.

Onlangs schoot me te binnen dat we ooit hadden afgesproken elkaar daar over 25 jaar weer te treffen. Dat moet in de vroege zomer van 1981 zijn geweest, die afspraak. Ik heb het niet opgeschreven; blijkbaar dacht ik dat ik die afspraak, inclusief datum en tijd, nooit zou vergeten. Zoals ik dacht dat ik helemaal niks zou vergeten.
Helaas. Dat weerzien in 2006 heb ik gemist.

Ik vraag me af of er iemand bij Louis XIV heeft gezeten, zomer 2006. En wie. Samir, de Lybiër met blonde krullen en blauwe ogen? Nasr uit Irak? Nasser uit Egypte? Matthieu, een van onze weinige Franse vrienden? Patrick de Ier, de Zweedse Marita, de Palestijn Machmoud, William uit Tennessee… En hoe heette die leuke Portugese toch ook weer?

Ik ben een aantal Lyonese vrienden blijven zien. De rest zit nog her en der in een herinnering. Ik geloof dat ik ze gewoon daar laat zitten, vrolijk en jong en vol plannen.
Natuurlijk is het ze allemaal goed gegaan.

woensdag 18 maart 2009

Verloren voetstappen


In Lyon staat een prachtig stationsgebouw, la gare des Brotteaux, zo’n typisch stationsgebouw uit het begin van de 20e eeuw. Vroeger vertrokken hier de treinen naar Parijs en naar Marseille, later de treinen richting Genève. In 1983 werd het gesloten, de moderne stations van Part Dieu en Perrache (die wellicht over 100 jaar ook mooi worden gevonden, maar nu behoorlijk lelijk) namen het over.
Van Brotteaux is de façade over en de Salle des pas perdus. Een prachtige term vind ik dat, de zaal van de verloren voetstappen. In het Nederlands heet dat stationshal.

Toen ik in Lyon woonde was deze buurt een beetje smoezelig. Daar hou ik wel van. Af en toe dronk ik koffie in het even smoezelige café tegenover het station. Nu is de hele buurt opgeknapt, in het station zit een chique veilinghuis, en een brasserie van Lyons beroemdste kok, Paul Bocuse. Met daartussen wat verloren voetstappen; misschien ook een paar van mij.

dinsdag 17 maart 2009

Lyon


Lang geleden, in 1980–‘81, was ik jeune fille au pair in Lyon. Ik was nooit eerder in die stad geweest. Ik kende alleen de kleurige huizen die je langs de rivier zag staan als je eindelijk die ene tunnel door, en van de files af was, op weg naar het échte zuiden. De meeste mensen hadden iets tegen Lyon vanwege die tunnel; ik viel er juist voor dóór die tunnel. Bovendien lag Parijs te veel voor de hand. Nooit spijt gehad van die keuze.

Ik had de zorg voor vier en al spoedig vijf kindertjes, waarvan de oudste nog geen zeven jaar was toen ik begon. De familie – monsieur was bankdirecteur, madame barones – was erg katholiek. Na mijn tijd zijn er nog drie kinderen geboren. Ze bewoonden een enorm appartement bij het Parc de la tête d’or en men hield zich keurig aan de au pair regels. Het allerbeste van alles was dat ik een eigen chambre de bonne had, vijf etages hoger dan mijn familie. Ik was voor het eerst zelfstandig, sloot vriendschappen voor het leven, wandelde door een prachtige stad en voelde me gelukkig.

In de jaren ‘80 ging ik nog wel eens terug, daarna kwam ik niet eens meer door die tunnel, want de autoroute loopt tegenwoordig met een grote boog om Lyon heen. Afgelopen weekend was ik er weer, voor het eerst sinds 20 jaar, voor het eerst met echtgenoot en voor het eerst met een reisgids in de hand. Het was geweldig. Ik vind Lyon nog steeds, of opnieuw, een prachtige stad. Er zijn wat gebouwen bijgekomen, andere zijn opgeknapt, net als de oevers van de Rhône (die van de Saône komen binnenkort aan de beurt), de metrolijnen zijn langer geworden en er is nu zelfs een tram, en een soort witte fietsenplan dat in Franse steden wél lijkt te werken.

Maar de kern is hetzelfde gebleven en het voelde wonderbaarlijk vertrouwd; vooral de kleuren en geuren. Af en toe kwam zelfs het gevoel van toen bovendrijven. Ik probeerde en probeer het te grijpen, maar het glipt steeds weg. Het gevoel van vrijheid, zelfstandigheid en avontuur vermoed ik. Ik heb het vaker gevoeld, maar de eerste keer blijft altijd het meest bijzonder.

woensdag 5 november 2008

Obama president













Sinds een uur of 11 's avonds toeteren de auto's onophoudelijk op straat. We waren tegen middernacht uitgewaarneemd en zijn nog even naar het feestje van de Democraten gewandeld. Een groot feest hier: volgens de voorlopige uitslag heeft Obama in de stad Detroit met 97% van de stemmen gewonnen. Het feestje was vooral voor alle vrijwilligers van de Obama-campagne. We kwamen er vandaag nog een paar tegen. En ook een paar vrolijke stemburomedewerkers.

maandag 3 november 2008

yard signs

Zo heten ze: yard signs. Nog even en ze zullen verdwenen zijn neem ik aan. De vrijwilligers plegen hun laatste huisbezoeken en telefoontjes. De kandidaten houden hun laatste speeches. De mensen staan al her en der in de rij - soms al uren lang - om vroeg te kunnen stemmen. De tv-zenders tellen nu de uren af. Ik ook. En ik vraag me af of journalisten straks weten waar ze het nog over moeten hebben.

zondag 2 november 2008

Overstekende elanden


Elks crossing. Van dat soort waarschuwingen hou ik : dat ik moet uitkijken dat er geen eland op mijn motorkap beland. We zijn ook al een bord gepasseerd waarop staat dat je geen lifters moet meenemen, omdat er tussen de bomen een gevangenis ligt. Als het nou nog een beetje gaat misten of sneeuwstormen is deze reis naar het noorden van Michigan helemaal geslaagd.

Na mijn eerste blog voor Trouw kreeg ik het verzoek iets breder te schrijven; iets meer “newsy” en minder eekhoorn. Het is natuurlijk flauw om dan maar met een veel bredere eland aan te komen zetten. Dieren zijn nu eenmaal niet newsy, en overpeinzingen erover niet sexy. Het noorden van Michigan is ook niet newsy. Het is er mooi, prachtig zelfs. De Mackinac brug verbindt de lower peninsula met de upper peninsula. Links stroomt lake Michigan, rechts lake Huron. De meren zijn zo groot dat ik ze per ongeluk zee noem. Er zijn zeker tienduizend schepen in vergaan. De half-Franse, half-Indiaanse Madeline la Framboise was hier 200 jaar geleden de rijkste bonthandelaarster. Kortom, niks nieuws onder de zon.

Op de hotelkamer van Mackinaw City kun je, zoals overal, een stuk of zestig zenders bekijken. Alle nieuwsuitzendingen gaan over de verkiezingen. Kleine nieuwtjes worden breed uitgemeten en tientallen keren herhaald. Ze worden afgewisseld met te veel reclame en negatieve spotjes van de ene kandidaat over de andere. Meestal van congreskandidaten; spotjes van McCain of Obama zie je hier maar zelden. ‘Toen McCain zich terugtrok uit Michigan, moesten we ons hele budget aanpassen,’ vertelde een radioman ons. ‘We wisten meteen dat onze inkomsten drastisch zouden teruglopen.’
Tot zover het nieuws.

zaterdag 1 november 2008

Flint


Gisteren waren we in Flint. In Flint werden in het verleden heel veel auto's gemaakt. In de jaren '50 werkten er meer dan 90.000 mensen bij General Motors. Nu nog maar 7000. In de jaren '50 hadden ze hier het hoogste inkomen per capita. Dat is ook verdwenen.

De naam Michael Moore moet je hier niet te onnadenkend noemen. De eerste film van Moore die ik zag, Roger and me, liet geen vrolijk beeld zien van de stad. Volgens de Flintenaren was het effect van de film zelfs devastating. Moore komt hier niet vaak meer. Maar hij heeft wel een huis aan de andere kant van Michigan, in de buurt van Traverse City. Hij organiseert er jaarlijks een filmfestival. Toevallig is aan die kant ook de wijnstreek van Michigan. Tony Ciccone, de vader van Madonna, bottelt er Madonna wijn. Hij wordt voor zo'n 30 dollar per fles verkocht.

We hebben in Flint alleen maar heel aardige mensen ontmoet. De county clerk vertelde ons niet alleen over verkiezingen en kiezersregistratie, maar reed ons ook rond (in zijn buick) langs de oude fabrieken. Fabrieken die er dus niet meer staan. Hij wees ons op de plek waar ooit zijn geboortehuis stond, in een buurt waar toen alleen maar Ierse gezinnen woonden. Er zaten kogelgaten in een verkeersbord op de hoek.

We ontmoetten ook nog een een collega van de clerk, in het aangrenzende Grand Blanc wat ze hier heel anders uitspreken dan dat ze dat in Frankrijk zouden doen. Die was ook al zo aardig. Vandaar haar foto op deze blog.

vrijdag 24 oktober 2008

alarm


Kort voor ik voor langere tijd op reis ga slaat de paniek altijd toe. Ik voorzie neerstortende vliegtuigen, auto’s die uit de bocht vliegen en vreselijke ziektes die de achterblijvers zullen treffen. Ik ben echter veilig in Washington gearriveerd en thuis gaat ook alles goed. Het is alleen even wennen aan het tijdsverschil. De tweede nacht ga ik op tijd naar bed. Ik zet mijn nieuwe – Amerikaanse - telefoon als wekker om 7 uur.

Hij gaat met een enorme herrie af. Buiten is het stikdonker. Met enige moeite zie ik dat het niet 7, maar 2 uur is. De telefoon krijg ik niet uit, omdat het een alarm is op de gang. Het zit precies naast mijn deur en blijft maar rinkelen. Gek genoeg raak ik niet in paniek. Waarschijnlijk omdat ik geen vuur zie of brand ruik. Ik ga naar de wc en doe rustig wat kleren aan (zonder beha ga ik de deur niet uit), pak m’n handtas en loop de gang op. Het alarm rinkelt verder.
Met een flinke groep mensen loop ik vanaf de 9e verdieping naar beneden en omdat er in de hal ook geen informatie is gaan we maar naar buiten. Na een minuut of 10 rijdt de brandweer eindelijk voor, rolt slangen uit en ladders op en ruimt na nog eens tien minuten alles weer op. Het alarm is eindelijk stil. We begrijpen dat alles in orde is en we weer naar binnen mogen. Holiday Inn blinkt niet uit in communicatie.
Het is tegen drieën als ik weer in bed lig. En het duurt nog een uur voor ik weer slaap. Dat schiet zo niet op met die jetlag. Enkele collegas blijken de volgende ochtend niks gehoord te hebben. Ooordopjes. Mooi bij vals alarm natuurlijk. Maar als het nou echt was? Dan mis ik voor alle zekerheid toch liever twee uur nachtrust.