En dan denk ik aan Karlsson van het dak, en aan Pluk van de Petteflet en vraag me af of het tijd wordt voor een nieuwe kinderboekendakheld. Misschien moet ik de volgende keer niet de camera meenemen, maar pen en papier.
Posts tonen met het label stadsleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stadsleven. Alle posts tonen
zaterdag 7 september 2013
Op het dak
Overdag, van 7 tot 19 uur om precies te zijn, kun je bij ons het dak op. Er zijn een heleboel waslijnen, en er is uitzicht. Kan ik zien hoe de bouw vordert van de Toulouse School of Economics (ja, die heeft een Engelse naam), en of de Pyreneeën te zien zijn (deze keer niet).
En dan denk ik aan Karlsson van het dak, en aan Pluk van de Petteflet en vraag me af of het tijd wordt voor een nieuwe kinderboekendakheld. Misschien moet ik de volgende keer niet de camera meenemen, maar pen en papier.
En dan denk ik aan Karlsson van het dak, en aan Pluk van de Petteflet en vraag me af of het tijd wordt voor een nieuwe kinderboekendakheld. Misschien moet ik de volgende keer niet de camera meenemen, maar pen en papier.
vrijdag 16 november 2012
Anna Politkovskajastraat
Als nieuwe bewoner van Toulouse krijg ik zo af en toe kortingsbonnen en dergelijke in de brievenbus. Onlangs zat daar een wat klunzig A4tje van de Simply Market bij, dat een onderdeel van de toch niet zo klunzige Auchan is. Men stelde me 750 happy in het vooruitzicht, een soort spaarpunt begreep ik. Dan moet je dus weer aan zo'n klantenkaart en daar heb ik geen zin meer in. Het velletje hing al boven de oudpapier-bak, toen ik het adres zag: 2 rue Anna Politkovskaïa.
Vandaag ben ik dus toch even naar de Simply Market, en vooral naar de rue Anne Politkovskaïa gegaan. Hij ligt vlak bij de Ponts Jumeaux, een wat rommelig knooppunt van drie kanalen en twee afritten, waar ik Toulouse gewoonlijk binnen rij. De buurt is een mengsel van oude huisjes, rommelige bedrijfjes en nieuwe, niet eens lelijke flats. Een beetje een uithoek, maar het lijkt erop dat er steeds meer niet-eens-lelijke flats bij komen, terwijl de rommeligheid verdwijnt. En in het centrum van de stad komen er nu eenmaal niet gauw nieuwe straten vrij.
Thuisgekomen ging ik toch even googelen om te zien of er in andere steden, en in andere landen, misschien ook Anna Poltikovskaja straten, streets, strassen of rues zijn. De enige stad die ik vond was Tblisi.
dinsdag 30 oktober 2012
zondag marktdag
Ik liep met twee hier logerende vriendinnen naar de Basiliek St Sernin (die moet je hier natuurlijk wel gezien hebben), en toen bleek er markt te zijn. Nou ja, hij was er net geweest. Vandaar deze doorschijnende dames.
donderdag 11 oktober 2012
Fietsen (2)
In afwachting van de eerder beschreven wielingreep nam ik een abonnement op
Vélô Toulouse. Dat is dat wittefietsenplan dat in talloze Franse steden is
ingevoerd. Parijs begon ermee en noemde het vélib; de steden die volgden gaven
het allemaal een eigen naam, maar eigenlijk noemt iedereen het waar dan ook
gewoon vélib.
Voor 25 euro per jaar (een dagabonnement kost 1,20€) mag ik
op maar liefst 253 fietsstations een fiets nemen. Het eerste half uur is
gratis, daarna betaal je 50 cent per half uur. Een beetje handig plannen en je
fietst de hele dag gratis, als je maar op tijd je fiets (even) inlevert. En het dichtstbijzijnde station ligt op enkele meters van
mijn flat!
Een geweldig systeem. Goed, ik heb wel eens een fiets
gekozen die een lekke band bleek te hebben, zette hem weer terug, herhaalde de
diverse handelingen met mijn vélibkaart en koos een fiets die, toen ik hem voor
het postkantoor op slot wilde zetten, geen sleuteltje meer bleek te hebben. En
ik heb er eentje gehad waarvan het zadel maar omlaag bleef zakken, waardoor ik
me voelde als een beer op een circusfiets. Ook was mijn fietsstation een keer leeg
(maar die van twee hoeken verder niet). Ik zie dagelijks een vrachtautootje langsrijden die
(bijna) lege stations vult en (bijna) volle stations uitdunt. Er zijn nu
eenmaal plekken waarvandaan men vooral vertrekt, en plekken waar men vooral
arriveert.
Natuurlijk zullen er mensen zijn die wat te zeuren
hebben.
Dat de fietsen stuk, slecht, of niet te vinden zijn. Zo
was in Parijs onlangs een « Collectif
des habitants du XVIIIe et des quartiers populaires de Paris » actief,
dat vond dat er in de armere buurten te weinig fietsen waren. Daarom gingen ze
vélibbanden stuksnijden in rijkere wijken. Na enkele dagen werd een man
aangehouden die moest bekennen dat het collectif
anti-vélib eigenlijk alleen uit hemzelf bestond.
Of dat fietsers een anarchistische bende van de stad
maken. Dat is wel een béétje waar; de fietspaden in Toulouse zijn meestal
gewoon wat witte strepen en een fiets die op stoep of straat zijn geschilderd,
zonder dat er over nagedacht lijkt te zijn dat er zo weinig stoep overblijft
voor de voetgangers, of dat een eenrichtingsverkeerstraatje met zowel links als
rechts een fietspad behoorlijk smal wordt voor auto’s.
Maar ik verken Toulouse op de fiets.
maandag 1 oktober 2012
Fietsen
Je zou denken dat fietsen op het platteland makkelijker
is, maar gezien de heuvels in de Gers is dat niet helemaal juist. In Barcugnan
fietste ik zelden (te hard omlaag, te voet omhoog), in Mirande fietste ik vaker,
maar niet ver, want dan zat ik met mijn Hollandse fiets zonder versnellingen
ook al gauw in te hoge heuvels, maar in Toulouse is het echte fietsen begonnen.
Er zaten wel hobbels op de weg naar fietsgeluk. Eerst was
de band van mijn Hollandse fiets plat. Ik moest een fietspomp aanschaffen,
speciaal voor zo’n vélo hollandais,
die een stuk duurder was dan andere pompen. Dat ging twee dagen goed, toen was
de band niet meer oppompbaar. Nu zou ik kunnen zeggen dat ik hem niet ging
plakken omdat ik niet zo’n bekend rood bandenplakdoosje heb, maar eerlijk
gezegd heb ik gewoon nooit een band kunnen plakken. Schandalig, maar waar. Aan
zo’n doosje zou ik dus ook niets gehad hebben.
Ik ging weer naar de fietsenwinkel waar ik mijn pomp had
gekocht. De fietsenmaker constateerde een slag in mijn wiel, die gewoon plakken
zinloos maakte. Een nieuw wiel was de enige oplossing, maar dat soort rare
wielen (want van een vélo hollandais), die had hij niet. Hij verwees me naar
een collega die – volgens hem als enige in Toulouse – ook alles kon met
Hollandse fietsen. Hij voegde er overigens aan toe dat Hollandse fietsen
fantastisch waren, maar àls er iets kapot ging, ja, dan had je een probleem. In
ieder geval in Toulouse.
De collega kon het inderdaad, maar had het erg druk dus
moest ik een afspraak maken. Over drie weken had hij een gaatje. Drie weken
voor een fietsreparatie – je kunt een stuk sneller bij de dokter terecht. Er
zijn blijkbaar een hoop rarefietsenbezitters in Toulouse.
Met een zorgelijk gezicht schatte de fietsenmaker dat het
zo’n 120 euro zou gaan kosten. Ai.
Inmiddels is mijn fiets gerepareerd.
‘Dat is dan 29 euro,’ zei de man bij het afrekenen.
‘129?’ zei ik, want zo onnozel ben ik.
‘Nee, 29,’ herhaalde hij.
‘Maar…’ en toen deed ik er het zwijgen toe, want ook aan
mijn onnozelheid zitten grenzen.
En nu heb ik een prachtig glimmend achterwiel. De fiets
rijdt als een zonnetje. En dat voor 29 euro. Dat zijn de kleine genoegens des
levens.
dinsdag 24 april 2012
De sprekende stadsomroeper
De publieke stadsomroeper is actief (geweest)! Net toen ik er niet was.
Gisteren ben ik niet gaan kijken, het is zulk ongelooflijk k-weer...
Dan zag het er de week ervoor stukken beter uit. Zie hier.
De regionale pers heeft enkele artikelen aan de crieurs (het zijn er twee) gewijd. De burgemeester heeft het over verstoring van de openbare orde, en concurrentie met de stadsomroep die op marktdagen, via geluidsboxen die her en der in de stad zijn gemonteerd, muziek en reclameboodschappen uitzendt. Dat is nou iets wat van mij verboden mag worden: die opgedrongen openbare muziek. Misschien moet ik daarover eens een briefje in de brievenbus van de crieurs stoppen.
Gisteren ben ik niet gaan kijken, het is zulk ongelooflijk k-weer...
Dan zag het er de week ervoor stukken beter uit. Zie hier.
De regionale pers heeft enkele artikelen aan de crieurs (het zijn er twee) gewijd. De burgemeester heeft het over verstoring van de openbare orde, en concurrentie met de stadsomroep die op marktdagen, via geluidsboxen die her en der in de stad zijn gemonteerd, muziek en reclameboodschappen uitzendt. Dat is nou iets wat van mij verboden mag worden: die opgedrongen openbare muziek. Misschien moet ik daarover eens een briefje in de brievenbus van de crieurs stoppen.
![]() |
| Foto uit de Dépêche van Sébastien Lapeyrère |
zaterdag 7 april 2012
De zwijgende stadsomroeper
Het eerste boek dat ik van Fred Vargas las, ging onder
andere over een crieur public: een stad- of dorpsomroeper. In dat boek, Pars vite en reviens tard (Maak dat je wegkomt in het Nederlands)
leest een voormalig zeeman, Joss le Guern, een paar
keer per dag met luide stem boodschappen voor die men in zijn speciaal
voor dit doel gemaakte brievenbus heeft gestopt. Dat iemand appelen te koop heeft
of katjes te geef, dat Bernard van Hélène houdt en er bij de politie alleen klootzakken werken, dat soort dingen. Hij krijgt
ook nog vreemdsoortige boodschappen die met een reeks moorden te maken blijken
te hebben.
Leuk boek.
Ik moest er meteen aan denken toen er werd aangekondigd
dat er in Mirande op maandag-marktdag van half twaalf tot twaalf een crieur te horen zou zijn. Niet dat ik
meteen gecodeerde moordboodschappen verwachtte, maar toch. De eerstvolgende maandag ging ik dus om kwart voor twaalf even
kijken, maar er was geen crieur te
horen. De gemeente had nog geen toestemming gegeven, vertelde een van de marktlieden. Terwijl ze toch allemaal een brief hadden ondertekend om het initiatief te ondersteunen.
Afgelopen maandag, ik was de crieur
even vergeten, zag ik een mevrouw op een verhoginkje staan, met een pleister
over haar mond geplakt. Ze droeg een lampenkap. Is er iets moois te zien, heb ik geen camera bij me.
De gemeente vindt het nog steeds niet goed. Het vrije woord is de mond gesnoerd! Nu worden er hier wel eens geschriften van de lokale oppositie in de brievenbus geduwd, waarin men zich beklaagt over dictatoriale neigingen van de burgemeester en zijn raad, dus verbazingwekkend is dit waarschijnlijk niet. Ze vrezen zeker dat dit soort boodschappen voortaan rondgeschreeuwd gaan worden.
Ik vind het jammer en blijf de zaak volgen.
dinsdag 19 juli 2011
Stilte
Gisterenavond was het stil in Mirande. Opvallend stil. Niet dat er iets aan de hand was, juist niet, het was een niets-aan-de-hand-stilte die opviel na vijf dagen herrie. Het was weer koentrietijd; ik schreef er vorig jaar al over. Vijf dagen lang cowboys, indianen, panfluiten, motorfietsen, Amerikaanse sirenes, linedancers en de geur van kebab, eendenvet en churros, want sommige dingen zijn op alle festivals hetzelfde.
Op het centrale plein, vlak bij mijn huisje, was het zogenaamde off-gedeelte van het festival, met kleine bandjes, spontaan gelinedans, genoemde hapjes, en kraampjes met cowboyhoeden. Het festivalterrein ligt verder, maar het geluid is een stuk professioneler en draagt ver. Thuis hoor ik niets van het off-gebeuren, maar kan ik wel het officiële programma volgen. Het stoort me niet, ik weet dat het maar vijf dagen duurt en het heeft wel wat in slaap te vallen terwijl Zucchero onder je slaapkamerraam Senza una Donna zingt. (Country is een breed begrip; het muziekprogramma varieert van Hillbilly Deluxe tot Christophe).
Alleen hond Bella leed: elke avond probeerde ze wanhopig via de trap de slaapkamers te bereiken en dat doet ze anders nooit. Haar angst voor ongewone geluiden bleek sterker dan het strenge verbod of de gladheid van de treden; alleen een in de loop van de nacht groeiende hoeveelheid stoelen voor de trap kon haar van deze klimpartijen weerhouden.
Zondagnacht verdwenen de kraampjes, maandagochtend werd ik wakker van vuilnis- en veegwagens, gevolgd door een meneer van twee straten verderop die aanklopte om te melden dat mijn fiets bij hem aan het hek hing. Waarschijnlijk een grap van een paar vrolijke cowboys; de fiets was verder ongedeerd. 's Middags verdwenen de laatste motoren en campers, de laatste cowboys en mohikanen. Toen ik 's avonds laat het rondje met Bella liep viel me dus die stilte op. Alleen de laatste kleurige vlaggetjes wapperden nog heel zachtjes in de wind.
We hebben allemaal heerlijk geslapen.
Op het centrale plein, vlak bij mijn huisje, was het zogenaamde off-gedeelte van het festival, met kleine bandjes, spontaan gelinedans, genoemde hapjes, en kraampjes met cowboyhoeden. Het festivalterrein ligt verder, maar het geluid is een stuk professioneler en draagt ver. Thuis hoor ik niets van het off-gebeuren, maar kan ik wel het officiële programma volgen. Het stoort me niet, ik weet dat het maar vijf dagen duurt en het heeft wel wat in slaap te vallen terwijl Zucchero onder je slaapkamerraam Senza una Donna zingt. (Country is een breed begrip; het muziekprogramma varieert van Hillbilly Deluxe tot Christophe).
Alleen hond Bella leed: elke avond probeerde ze wanhopig via de trap de slaapkamers te bereiken en dat doet ze anders nooit. Haar angst voor ongewone geluiden bleek sterker dan het strenge verbod of de gladheid van de treden; alleen een in de loop van de nacht groeiende hoeveelheid stoelen voor de trap kon haar van deze klimpartijen weerhouden.
Zondagnacht verdwenen de kraampjes, maandagochtend werd ik wakker van vuilnis- en veegwagens, gevolgd door een meneer van twee straten verderop die aanklopte om te melden dat mijn fiets bij hem aan het hek hing. Waarschijnlijk een grap van een paar vrolijke cowboys; de fiets was verder ongedeerd. 's Middags verdwenen de laatste motoren en campers, de laatste cowboys en mohikanen. Toen ik 's avonds laat het rondje met Bella liep viel me dus die stilte op. Alleen de laatste kleurige vlaggetjes wapperden nog heel zachtjes in de wind.
We hebben allemaal heerlijk geslapen.
donderdag 17 maart 2011
langzaamstad
Op de borrel voor nieuwe Mirandezen waar ik vorige week even was, kregen we diverse interessante nieuwtjes te horen. Over het Sun stadium, over de mediatheek die volgende maand opent en de Aldi die ook ook bijna opent, maar dat laatste hoorde ik waarschijnlijk van de mevrouw naast me, en niet van de burgemeester. En het belangrijkste bericht: Mirande wordt een Cittaslow!
Als Mirandees moet je een aardig mondje over de grens spreken, dat blijkt wel. Wie rekent er nou op dat de burgemleester in één woord twéé talen gaat mengen? En geen woord Frans erbij.
Ik wist het niet, maar Cittaslow is een Italiaanse beweging die tegenwicht wil bieden aan de snelle wereld, aan alles wat fast en fout is. Ofwel, om Wikipedia te citeren: "een internationaal keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit goed scoren. Deze gemeenten mogen niet meer dan 50.000 inwoners hebben. De oorsprong van Cittaslow ligt in de Italiaanse plaats Orvieto en is geïnspireerd op de Slow Food beweging."
Nederland heeft drie Cittaslow, en Frankrijk heeft er op dit moment één, maar binnenkort dus twee.
De gemeente had een dossier moeten indienen, "een flink dossier", zei de burgemeester, met een gezicht alsof hij dat eigenlijk heel lekker vond, en nu is het bijna zo ver. Hoewel 'bijna' in een cittaslow wellicht een zeer relatief begrip is en best een paar jaar in beslag kan nemen.
Als Mirandees moet je een aardig mondje over de grens spreken, dat blijkt wel. Wie rekent er nou op dat de burgemleester in één woord twéé talen gaat mengen? En geen woord Frans erbij.
Ik wist het niet, maar Cittaslow is een Italiaanse beweging die tegenwicht wil bieden aan de snelle wereld, aan alles wat fast en fout is. Ofwel, om Wikipedia te citeren: "een internationaal keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit goed scoren. Deze gemeenten mogen niet meer dan 50.000 inwoners hebben. De oorsprong van Cittaslow ligt in de Italiaanse plaats Orvieto en is geïnspireerd op de Slow Food beweging."
Nederland heeft drie Cittaslow, en Frankrijk heeft er op dit moment één, maar binnenkort dus twee.
De gemeente had een dossier moeten indienen, "een flink dossier", zei de burgemeester, met een gezicht alsof hij dat eigenlijk heel lekker vond, en nu is het bijna zo ver. Hoewel 'bijna' in een cittaslow wellicht een zeer relatief begrip is en best een paar jaar in beslag kan nemen.
woensdag 16 maart 2011
Zonstadion
Dat er zon in de naam zit is niet zo vreemd, omdat het tevens een heel zonnepanelenpark wordt, wat een stuk prettiger voelt dan wanneer ze er een kerncentrale zouden bouwen. Zeker deze dagen.
zaterdag 26 februari 2011
Stadion
In Mirande heb je, net als in een heleboel andere eigenlijk niet zo grote stadjes, een stadion. Meestal zijn ze vernoemd naar een beroemde burger van dat stadje (iedereen weet wie dat was, behalve de verse import), maar hier heb ik geen naam kunnen vinden.
Het is gewoon een sportpark; hier in het zuidwesten natuurlijk bedoeld voor rugby. Eens per jaar is het tevens het festivalterrein voor ons welbekende countryfestival, dat in 2012 haar 20e verjaardag viert waarvoor men - zo gaat het gerucht - Bob Dylan EN (of?) Bruce Springsteen probeert te contracteren. Ja, ja, noteer maar vast in de agenda als u fan is.
Tegen die tijd moet het nieuwe stadion klaar zijn, gelegen tegenover het redelijk grote en veel nieuwere voetbalveld. Visueel is, vind ik persoonlijk, alleen het Parc des Sports interessant, maar ik zal toch binnenkort wat plaatjes maken van het nieuwe muziekstadion, in aanbouw een klein eindje buiten de stad en vooral opvallend door de gigantische hoeveelheid zonnepanelen. De lokale oppositiepartij vindt het maar niets (véél te duur); ik zal er eens onschuldig naar te informeren als we volgende week naar de welkomsborrel gaan op de Mairie, georganiseerd voor de nieuwe inwoners van Mirande.
Tegen die tijd moet het nieuwe stadion klaar zijn, gelegen tegenover het redelijk grote en veel nieuwere voetbalveld. Visueel is, vind ik persoonlijk, alleen het Parc des Sports interessant, maar ik zal toch binnenkort wat plaatjes maken van het nieuwe muziekstadion, in aanbouw een klein eindje buiten de stad en vooral opvallend door de gigantische hoeveelheid zonnepanelen. De lokale oppositiepartij vindt het maar niets (véél te duur); ik zal er eens onschuldig naar te informeren als we volgende week naar de welkomsborrel gaan op de Mairie, georganiseerd voor de nieuwe inwoners van Mirande.
zaterdag 8 januari 2011
Stadsleven
Ik woon nu dus in Mirande. Dat is slechts 20 minuten van mijn oude dorp vandaan, en in Nederlandse ogen is ook Mirande een dorp, maar hier is het een stad. Er wonen meer dan 4000 mensen! Vergeet niet dat in onze departementshoofdstad Auch ongeveer 20.000 mensen wonen. Er zijn dorpen in Nederland met meer inwoners, maar het is de grootste stad van de Gers.
Mirande is een sous-préfecture (de vroeger voor mij zo raadselachtige SP op een wegenkaart) met bijbehorend groot gebouw, de mairie is ook opvallend groot en dagelijks (!) geopend, en verder zijn er twee lagere scholen (een katholieke en een openbare), een collège, twee lycées (waaronder een lycée agricole), een cinéma, drie supermarkten, diverse boetiekjes, minstens vier kroegen, meerdere restaurants en zelfs een kebabtent. Dan heb ik het nog niet eens over bakkers en kappers, want die zijn gewoon niet te tellen.
De kinderen kunnen opeens lopend naar school, of in de stad (ja hoor, lach maar) afspreken met vrienden zonder eerst hun ouders als taxichauffeur te boeken. Als ik dan één tip mag geven aan eventuele emigranten: voor opgroeiende kinderen (en hun ouders) is wonen in een stad(-je) toch wel reuze aangenaam.
Mirande is een sous-préfecture (de vroeger voor mij zo raadselachtige SP op een wegenkaart) met bijbehorend groot gebouw, de mairie is ook opvallend groot en dagelijks (!) geopend, en verder zijn er twee lagere scholen (een katholieke en een openbare), een collège, twee lycées (waaronder een lycée agricole), een cinéma, drie supermarkten, diverse boetiekjes, minstens vier kroegen, meerdere restaurants en zelfs een kebabtent. Dan heb ik het nog niet eens over bakkers en kappers, want die zijn gewoon niet te tellen.
De kinderen kunnen opeens lopend naar school, of in de stad (ja hoor, lach maar) afspreken met vrienden zonder eerst hun ouders als taxichauffeur te boeken. Als ik dan één tip mag geven aan eventuele emigranten: voor opgroeiende kinderen (en hun ouders) is wonen in een stad(-je) toch wel reuze aangenaam.
Abonneren op:
Posts (Atom)



