Posts tonen met het label dorpsleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorpsleven. Alle posts tonen

zaterdag 16 april 2011

Waterkonijntjes

In het meertje en langs het riviertje bij mijn oude dorp groeit de beverratpopulatie gestaag. Ik weet niet of het door hun uiterlijk komt, of door het ratgedeelte in hun naam, maar echt dol ben ik niet op ze. Ook niet in het Frans, waar ze ragondin heten. Overigens zijn ze noch familie van de bever, noch van de rat. Wel zijn ze verwant aan de cavia en het stekelvarken. De naam waterstekelvarken had me meer gelegen, maar ik geeft toe dat dat een beetje lang is.
Net als de muskusrat worden ze ook wel waterkonijn genoemd, vooral als ze gegeten worden, of werden - ik heb het nooit op een Nederlands menu zien staan.
Als je een klein beetje googelt zijn er diverse Franse recepten te vinden, of bijvoorbeeld de pâté op de foto links. Het is kinderachtig en zit tussen de oren in plaats van tussen maag en smaakpapillen, maar het trekt me niet.

Beverratten zijn een kleine 100 jaar geleden ingevoerd vanuit Zuid-Amerika vanwege hun vacht. En wat krijg je dan: ze zitten in een fokkerij, de zaken gaan slecht of er gaan er gewoon een paar vandoor, ze passen zich aan aan hun nieuwe omgeving, de populatie groeit et voilà.
De foto rechts is overigens van mij. De afstand tussen mezelf en beverrat was nog redelijk groot; ik heb gewoon een betere lens op mijn camera.

maandag 21 februari 2011

Op de koffie

Toen ik onlangs in mijn oude dorp was, besloot ik even bij buurman Robert langs te gaan.  Dat was ik al langer van plan, maar stelde ik steeds uit. Robert heeft een beperkt aantal gespreksonderwerpen: zijn gezondheid en de operaties die hij heeft ondergaan, de voortplanting van onze hond Bella, en ons zwembadje. Dat badje hebben we al lang niet meer, het was zo’n plastic geval, ideaal voor wie met bescheiden financiële middelen toch wil poedelen, maar ze gaan slechts een paar jaar mee. Of het nou in de tuin stond of niet, het bracht Robert er altijd op dat er mensen zijn die graag naakt zwemmen. Hond Bella inspireerde hem tot het onderwerp voortplanting in het algemeen, en zijn gezondheid en operaties hadden op de een of andere manier altijd met testikels te maken. Robert was de enige dorpsgenoot die niet zelf het weer ter sprake bracht; daar begonnen wij altijd maar over.

Ik voelde me schuldig dat ik hem sinds de zomer niet meer gesproken had. Hij was toch jarenlang onze buurman, en voorzag ons regelmatig van eieren, kool en tomaten. Robert zat in de keuken, waar de tafel al gedekt was voor het middagmaal: twee diepe borden en een homp brood op een oude krant. Zijn oudere broer was zoals gewoonlijk in de moestuin aan het werk. Robert zette een steelpannetje koffie op. Al gauw kwamen operaties ter sprake (ik zal niet in detail treden), hond Bella (loops noch zwanger) en vervolgens deed Robert zijn beklag over het matige televisieaanbod van de laatste tijd. Een nieuw onderwerp, en ik was het in principe wel met hem eens, maar bracht er toch tegenin dat ik pas een mooie film* had gezien op Arte. Het was een treurige film, dat wel, over een aantal Iranese vrouwen die allemaal in een andere, maar even hopeloze, situatie zaten. ‘Ja, maar vroeger,’ zei Robert, en wierp een snelle blik naar buiten, waar broer nog altijd bezig was in de moestuin, ‘had je rond middernacht van die films van, nou ja, je weet wel, van vrouwen die helemaal bloot zijn en mannen die…’ Ik begreep dat we het niet over hetzelfde genre hadden (in mijn film liepen de vrouwen juist gesluierd rond), nam een slok van de gloeiend hete koffie en mompelde dat middernacht erg laat was voor mij.
‘Heb je in Mirande ook het zwembad neergezet?’ vroeg Robert nu. En hij legde uit dat het zomers zo warm kan zijn, dat je zelfs mensen hebt die naakt zwemmen. Echt waar!

De koffie was op. Bij vertrek vielen mij de twee paarse gordijntjes op, die voor de ruitjes van de voordeur zaten, opengehouden met twee wasknijpers. 'Leuk,' wees ik, 'ook nieuw, net als het behang?' Dat was me in de keuken namelijk opgevallen, dat daar in plaats van het behang met koffiepotten nu behang met paprika’s zat. 'Nou, dat kwam zo,' antwoordde Robert enthousiast, 'een keer ging de telefoon. En ik stond onder de douche! Dus ik ging opnemen en ik was helemaal bloot!' Hij voegde hieraan toe dat hij niet bloot gezien wilde worden. Behalve dan door mij.

Ik reed enigszins verward en bezoedeld terug naar Mirande. Mocht ik er al ooit de fysiek voor hebben gehad; ik heb in ieder geval nooit de ambitie gehad pin-up te worden. Echt niet. 


* De cirkel van Jafar Panahi. Panahi werd onlangs veroordeeld tot zes jaar gevangenis en een verbod van twintig jaar om films te maken, interviews te geven of het land te verlaten.  

woensdag 9 februari 2011

gevonden

Toen ik ruim een jaar geleden over een duivenschietende dorpsgenoot schreef, kon ik nergens de foto's vinden die ik toch zeker wist ooit te hebben gemaakt. Nu ben ik op zoek naar andere plaatjes en kom ik die palombières opeens tegen (en niet wat ik zocht, maar dat terzijde).
Dus ik zet ze gewoon toch even neer; de foto's komen ook uit de maand februari, maar dan die van 2007. Toen was het zo te zien ook mooi weer.



dinsdag 10 augustus 2010

Dansen


David Corry et son orchestre!
Afgelopen weekend vond in mijn dorp voor het eerst sinds jaren een bal musette plaats. De feestcommissie doet niet aan dergelijke bals, maar de burgemeester wilde er graag een organiseren en stelde een samenwerkingsverband voor. Ik was vόόr, alleen al omdat ik nog nooit een bal musette had meegemaakt. En zo dol op een bal disco ben ik nou ook weer niet.
Monsieur le maire zorgde voor de band en de feestcommissie voor de inkopen en het verspreiden van de affiches. Al gauw waren er meer dan 200 inschrijvingen en was ook onze jonge voorzitter – vurig aanhanger van bals disco - niet meer zo sceptisch.
Het bal zou om half 10 ’s avonds beginnen en om half negen stonden de eersten gasten voor de deur. Om negen uur had zich een flinke rij gevormd, omdat iedereen eerst moest betalen (8 euro) en naar zijn plaats moest worden gebracht (dat schijnt zo te horen bij een bal musette) en dat ging allemaal niet zo snel. Als feestcommissie hebben we daar nu eenmaal niet zoveel ervaring mee. Om stipt half 10 begon het orchestre te spelen en meteen was de dansvloer vol.
 De gemiddelde leeftijd van de bezoekers lag rond de 60 jaar, meerdere dansers waren al in de 80 en ze zwierden allemaal rond alsof ze 20 waren. Een prachtig gezicht, en ik had er spijt van dat ik vroeger niet op dansles wilde. Daardoor kan ik dus geen tango, wals of quickstep en kon ik alleen toekijken. Gelukkig had ik bardienst.
Het was rustig aan de bar
Terwijl bij de discofestijnen het bier per meter wordt verkocht, was het daar aan de bar nu opvallend rustig. Alleen de flesjes water verkochten goed. De meeste gasten namen nauwelijks pauze, behalve toen het orchestre rond middernacht zelf even stopte en er zoetigheid werd geserveerd.  Het feest ging door tot half drie ’s nachts. Volgend weekend zullen onze feestgangers elkaar weer treffen op een ander bal musette.
Misschien moet ik eens kijken waar ik in de buurt op dansles kan.

maandag 26 juli 2010

hooibundels


Voor ons huis in mijn dorp, wat niet meer helemaal mijn dorp is maar daarover wellicht een andere keer, ligt een flink veld wat ook van ons is. Om verschillende redenen, waarvan de elke zomer terugkerende maïsmuur de belangrijkste was, hebben we het enkele jaren na het huis ook van buurman Camille gekocht.
De grond werd tot die tijd bewerkt door de twee andere buurmannen, maar toen het eenmaal van ons was hoefden ze het niet meer en trouwens, ze gingen toch met pensioen. Hun nicht nam het resterende land wat ze in fermage hadden (d.w.z. pachtten) over en heeft nooit meer één maïsplant gepoot.

Toen zaten we dus met een mooi veld waar je bijvoorbeeld ezels zou kunnen houden, geiten, koeien of paarden, een camping zou kunnen beginnen, een gemeentezwembad, een-hennep-voor-medicinaal-gebruik-kwekerij of een rozentuin. Ideeën genoeg, vooral van logés die op zachte zomeravonden met de rosé in de hand dachten dat het houden van ezels, rozen of campings nauwelijks tijd kost, terwijl het geld met bakken binnenstroomt.

We kozen ervoor het gras gewoon te laten groeien. Aanvankelijk was er weer een andere buurman die geheel spontaan en belangeloos twee keer per jaar het gras maaide met behulp van zijn trekker. Inmiddels heeft Roland die taak overgenomen, en die maakt er van die mooie rollen van die ik aanvankelijk rouleaux noemde, ze zijn tenslotte rond, maar die in werkelijkheid bottes heten. Ik dacht dat dat laarzen waren, maar dat is pas de tweede betekenis die van Dale geeft. De eerste is bos, of bundel. Ik ben misschien geen boerin, maar van Dale nog minder. Eerst kwam ik alleen op hooiberg en hooimijt, maar volgens mij zijn het hooischelven. Straks gaan ze bij Roland in de schuur en dan mogen zijn koeien ze opeten.

Tot die tijd geniet ik ervan. Alsof je een levende van Gogh voor de deur hebt. 't Kost niks, zelfs geen tijd, 't levert ook niks op, maar het is zeer waardevol.

woensdag 5 mei 2010

verwarmend


Qui coupe du bois, se chauffe deux fois is een geliefde uitspraak van buurman Camille. Het betekent zoiets als ‘wie hout zaagt, krijgt het twee keer warm’(ik kan het niet leuk laten rijmen). Zelfs gisteren kon Camille de spreuk gebruiken, want het sneeuwde en ik moest opeens weer hout gaan bijzagen. Terwijl ik vorige week nog dacht dat de winter eindelijk echt voorbij was.

Ooit hebben we ons ingeschreven voor een voorraad bois communal, gemeentehout. Volgens onze burgemeester zouden dat stukken zijn van één meter: een keertje doorzagen en misschien wat hakken met een bijl en klaar. Toen we het hout eindelijk mochten ophalen, bleken het niet alleen stukken van minstens twee meter lengte, qua doorsnee waren ze niet veel kleiner. De tractor van Laurent was nodig om het spul te transporteren, zijn gigamotorzaag om ze doormidden te krijgen, en daarna kregen we de fendeuse (houtsplitter) van Joseph te leen om die stukken te splijten. Hoe we dat met een bijl hadden moeten doen weet ik niet. Vervolgens moesten we de smallere stukken nogmaals doormidden zagen. We hebben trouwens nog een paar stammetjes liggen die niet eens onder de fendeuse passen.

Qui coupe du bois communal, se chauffe cinq fois minimal. Die moet ik eens aan Camille voorleggen.

woensdag 28 april 2010

Russische postbode

Zdrastvoetje, zei de postbode vanmorgen, kak dela ? Waarna hij, ook in het Russisch, begon te tellen. Net toen ik me begon af te vragen of ik de rest van de dag naar een tellende postbode zou moeten luisteren, hield hij op, bij 24 om precies te zijn. Het aangetekende stuk had hij nog steeds vast, in zijn andere hand hield hij een stapel volgekrabbelde velletjes fonetisch Russisch, waaruit hij nu ijverig begon te citeren. Ik probeerde te zien van wie het poststuk kwam, terwijl ik ondertussen automatisch (de juf in mij is nooit ver) zijn uitspraak verbeterde.

Inderdaad, de postbode (overigens de opvolger van Yves, want die is inmiddels met pensioen) had me net voor onze paasvakantie verteld dat hij in juni een paar weken naar Sint Petersburg zou gaan. Toen ik zei dat ik er meer dan eens geweest was en trouwens ook Russisch sprak, raakte hij geheel over zijn toeren. Ik beloofde hem dus een paar lessen Russisch in ruil voor een mooie fles armagnac, maar inmiddels was me dat weer ontschoten. Dat kwam niet door de armagnac, want die moet ik nog krijgen.

In de tussentijd heeft de facteur zelf al wat Russisch geleerd via internet, wat hij duidelijk wilde laten merken. ’s Nachts werd hij regelmatig wakker, vertelde hij terwijl hij me eindelijk het aangetekende stuk overhandigde (slechts een nieuw chequeboekje), Russische woorden mompelend.

Ik beloof hem een cassette met Russische liedjes voor in zijn postauto, als semi-permanent taalbad. Binnenkort komt-ie langs voor zijn eerste echte les.

donderdag 8 april 2010

kampioenschappen


Het dichstbijzijnde dorp met winkels en andere commercie is Trie sur Baïse (wat dus als ba-ieze dient te worden uitgesproken), zes kilometer verderop. Zo'n 2000 inwoners, vier bakkers, vier kappers en natuurlijk een apotheek (tot voor kort zelfs twee), café's, dokters, tandartsen, een concertzaaltje en best veel winkels, zelfs een echte serieuze boekenwinkel. En dan ook nog een actieve feestcommissie, die balls en disco's en kermis organiseert en dat meerdere keren per jaar. Een gekkenhuis, eigenlijk, dat Trie.

Tijdens het paasweekend had de feestcommissie ook weer van alles georganiseerd. Paaseieren zoeken voor de kinderen, een reuze-omelet voor hun ouders (met 5000 eieren), de Franse jeugdkampioenschappen eieren gooien, de locale kampioenschappen eiereten en de nationale kampioenschappen haankraaien. Ik weet niet helemaal zeker of men vanuit heel Frankrijk naar Trie komt rijden om aan die kampioenschappen deel te nemen, maar het staat er wel: 'Championnat de France de cri de coq' en 'championnat de France de lancer d'oeuf'.

Trie doet graag aan nationale kampioenschappen; elke augustus organiseert men die van de varkenskreet of cri de cochon, waar men het varken in al zijn en haar toestanden moet nakrijsen; van barensnood via voortplantingsdrift tot honger en wat een varken verder nog doet roepen. Trie heeft er zelfs de internationale pers meegehaald, dus we kunnen bijna van wereldkampioenschappen spreken.

Het weer was met Pasen zodanig dat ik niet ben ga kijken, waar ik me wel een beetje schuldig over voelde want die feestcommissie doet altijd zo z'n best, maar ja, mijn dorp ligt in de Gers, terwijl Trie in Hautes-Pyrenées ligt, dus we hebben het hier wel over een ander departement. Mijn kinderen vallen tenslotte ook onder de middelbare scholen van de Gers ook al zijn die verder weg dan Trie. Ondanks de nationale allure ligt Trie dus toch wel een beetje over de grens.

dinsdag 6 april 2010

Nog even die verdronken brug

Het was een gokje, het vragen om suggesties voor de verdronken brug. Na ruim drie weken krijg ik het vermoeden dat het bij die ene reactie blijft. Het is dat ik een googleteller heb, anders zou ik denken slechts één lezer te hebben.

Ik zag onlangs wat lezers in levende lijve, en probeerde aan hen nog wat ideeën te ontfutselen, maar ze beweerden gewoon dat er geen Nederlands woord voor zo'n brug bestaat. Ha! In Nederland! Waar de boel eeuwenlang om de haverklap onder water stond! Waar er tientallen brugwoorden zijn!

Wel een woord dus, en er was maar één suggestie nodig om erachter te komen (met dank aan en complimenten voor Pay): doorwaadbare plaats of voorde. Doorwaadbare plaats voelt een beetje nat, maar voorde is mooi. Ik raad iedereen aan even in de wikipedia te kijken, maar mijn verwachtingen zijn niet meer zo hoog gespannen qua lezersinitiatief, dus ik zal het kort samenvatten.

Een voorde is, onder andere, “een brugconstructie waar het water in periodes met hoge afvoeren gedeeltelijk over heen stroomt”. Het zit verpakt in menig plaatsnaam (Coevorden, Amersfoort, Enzovoort.) “Een voorde werd ook wel aangeduid met drecht, trecht of tricht, – nog steeds volgens wikipedia – afgeleid van Latijn 'traiectum' (doorgetrokken). Steden met een dergelijk achtervoegsel in hun naam hebben die meestal te danken aan de nabijheid van een doorwaadbare plaats.

Had mijn dorp in Nederland gelegen had het dus Barcuvoort of Barcdrecht kunnen heten.

vrijdag 12 maart 2010

Verdronken brug


Mijn dorp ligt aan de rivier de Baïse, wat je uitspreekt als ba-ieze en niet als bèze, want dan zeg je iets anders. De Baïse is niet erg breed of indrukwekkend, hij slingert gewoon vriendelijk door het landschap. Mijn dorp heeft drie bruggen over de Baïse, ook niks indrukwekkends, geen romeinse pijlers of erasmusbrugachtige bogen, het zijn twee gewone bruggen plus een lage die pont noyé heet. Die loopt onder water als de sneeuw in de bergen smelt en er opeens veel meer water door de Baïse moet. Dan is de verdronken brug even onbruikbaar.

Ik vroeg me of een pont noyé wel verdronken brug heet in het Nederlands, en haalde mijn woordenboeken erbij. Bij "pont" vond ik onder meer de hang-, boog-, smeer-, meet-, ophaal-, wip-, tol-, paal-, hef-, draag-, gier- en vlotbrug, plus allerlei dekken die in het Frans ook iets met pont zijn. Kijk je bij brug dan zit je al gauw bij brugklasser en ezelsbrug.
Noyé(e) bood behalve verdronken een regard noyé: een wezenloze blik. Een wezenloze brug lijkt me niet correct. En noyer (het werkwoord, anders zit je met een notenboom) gaf behalve verdrinken ook verzinken en overstromen. Een overstroombare brug? Bestaat dat woord, laat staan het verschijnsel, in de Lage Landen? Ik hou me aanbevolen voor suggesties.

maandag 1 maart 2010

Lente


Maart is de lentemaand en daar is het zo langzamerhand ook wel tijd voor. Ik was zo blij de eerste (wilde) narcissen te zien, dat ik er – zoals hierboven te zien is – zelfs een foto van gemaakt heb. En vanmorgen reed ik, na twee weken vakantie, voor het eerst in écht daglicht naar school.

De avond voorafgaand aan de foto was die van de verschrikkelijke storm, die bij ons helemaal niet woedde. Bij wijze van troostprijs, of wellicht uit solidariteit, viel de stroom daarom een paar uur uit.
Sindsdien, al twee hele dagen, alleen maar zonneschijn. Lente dus.

zaterdag 20 februari 2010

Groene donderdag

Als het even kan luister ik bij het wakker worden naar de radio. Vanmorgen probeerde mijn slaperige hoofd te begrijpen wat toch die groene donderdag was waar ze het de hele tijd over hadden. Jeudi vert dit en jeudi vert dat – ik ken alleen een witte donderdag en bovendien was het dus zaterdag.
Halverwege de koffie – ook in bed – begreep ik dat ze het over de Jeux d'hiver hadden, de winterspelen. Vandaar dat die groene donderdag in Vancouver plaatsvond. Als ze nou JO (jeux olympiques dus) hadden gezegd, dan had ik het wel begrepen. Ik snapte opeens mijn leerlingen beter, als die niet horen waar het ene woord ophoudt en het volgende begint en me dan met zo'n glazige blik aankijken.

Frankrijk heeft het niet gered met curling, vertelde zoon toen hij een stuk later dan ik beneden kwam. (Adolescenten krijgen veel later slaap en bovendien is het niet alleen weekend, maar ook nog eens vakantie). Je hoeft mij niet voor een mooie pot fluitketelschuiven wakker te maken, maar zoon vindt het boeiend. Curling is een soort pétanque op ijs begrijp ik. Frankrijk heeft zo'n 200 geregistreerde curlingspelers, vertelt zoon. Canada, de tegenstander van gisteren, heeft er meer dan een miljoen. De Franse spelers komen bijna allemaal uit hetzelfde dorp. Dat soort details hoor ik graag. Ik stel me mijn eigen dorp voor; 147 inwoners en dan vertrekken de plaatselijke topsporters naar een groene donderdag. Dan ben je toch een held, ook zonder medaille.

zaterdag 6 februari 2010

Stroomtheorie

Het waait vandaag best hard. Geen echte storm; gewoon klapperende luiken, enigszins vooroverhangende bomen, de lege gieter die af en toe door de tuin wordt geblazen en wolken die razendsnel overdrijven. Mooi hoor.

Ik moest denken aan Klaus, dé storm van vorig jaar, en wilde nog even melden dat we hier in oktober geen geboortegolf hebben gehad. Dus mijn stroomuitval-stad-versus-platteland-theorie lijkt te kloppen.

dinsdag 2 februari 2010

La chandeleur



In lang vervlogen voor-christelijke tijden vierde men rond deze datum de terugkeer van de zon, het ontwaken der beren, vruchtbaarheid van mens en aarde en meer van dat moois.
De katholieke kerk heeft er vervolgens iets anders voor verzonnen, iets met Maria en tempels, te ingewikkeld voor mijn heidense hoofd.
La chandeleur heet het hier, en dan eet je pannenkoeken, want die zijn net zo rond als de zon. Was de terugkeer van de zon niet ook de oorspronkelijke reden voor het kerstfeest? Maakt niet uit. Dagen die lengen zijn altijd een reden voor vreugde.

Op de foto's de beslagmakende feestcommissie van mijn dorp.

zaterdag 23 januari 2010

levercrisis


Elk volk heeft zijn eigen ziektes. Zo kunnen Russen vreselijke last hebben van magnetische stormen en ander onzichtbaar meteorologisch onheil. Symptonen: hoofdpijn en vermoeidheid. Volgens mij is het wat de Fransen kort en bondig la flème noemen: gewoon geen zin, maar misschien ben ik ongevoelig voor magnetische stormen.

Fransen, vooral Franse kinderen, kunnen mal au coeur hebben, wat geen hartezeer of zielepijn is, maar misselijkheid. Een mooie benaming voor een gewoon probleem.
Het Franse volk kan echter ook, en als enige volk ter wereld, het slachtoffer worden van een crise de foie. Letterlijk betekent dat een levercrisis. De symptonen: misselijkheid, soms ook overgeven, hoofd- en buikpijn. Geen koorts. Komt vaak voor na avonden waar meer gegeten en gedronken is dan strikt noodzakelijk. Crise de foie klinkt beter dan “ik heb een kater want ik heb gisteren ongegeneerd zitten zuipen en schransen”. Dat laatste is een kwestie van eigen schuld, de prijs die je betaalt voor een dolle avond, terwijl je bij een crise de foie gauw denkt aan ziekenhuisopnames, zware medicijnen en rust, welverdiende rust.

Een zelfbeheersingscrisis zou, als je het dan toch een mooie naam wil geven, beter gekozen zijn. Het moge duidelijk zijn dat er na onze repas d’épiphanie enkele slachtoffers waren.

woensdag 20 januari 2010

feestplaatjes





Speciaal voor de jarige van vandaag nog wat feestelijke foto's.

zondag 17 januari 2010

De feestcommissie


Een paar jaar geleden kregen we een briefje dat de feestcommissie vernieuwd moest worden en of we nombreux op de bijeenkomst wilden komen. Altijd bereid tot inburgering deed ik dat.
Die avond werd ik onder luid applaus tot secretaris benoemd. Zo'n applaus viel iedereen ten deel zo gauw hij of zij zich liet strikken voor een bestuursfunctie; de opluchting van de overige aanwezigen klonk er duidelijk in door. Gewoon lid worden wilde iedereen, maar membre du bureau - met functie en al – was stukken minder populair. Wat dat betreft is het hier net een gewoon land: vrijwilligers die ook nog wat willen doen, zijn moeilijk te vinden.

Voor, tijdens en na de feesten help ik sindsdien met tafeldekken, groente snijden, sla wassen, aardappels schillen, afruimen, opruimen, dweilen, flessen-naar-glasbak-brengen en alle andere klussen die je zonder veel risico aan een wezen zonder savoir faire kunt overlaten.
Dat vind ik best. Door goed op te letten kan ik thuis nu bijvoorbeeld heerlijk lamsvlees maken. Bovendien blijf je tijdens zo’n dorpsmaaltijd nog een beetje in beweging en dat is gezien de duur en hoeveelheden best prettig.

Nog voor mijn benoeming was me op het hart gedrukt dat ik niet hoefde te notuleren (het feit dat ik dat niet foutloos zou kunnen, was mijn laatste poging geweest eronderuit te komen). Ik hoef alleen de uitnodigingen, inclusief menu, te maken. Met een Franse spellingcheck is dat goed te doen. Voor ze in klad op papier staan, is een ander verhaal.

Officieel begint de vergadering om 9 uur ’s avonds, dus de vergadering begint tegen tienen. Rond half 11 zijn we toe aan de vraag: ‘wat eten we’. Talloze schotels en recepten vliegen over tafel, tot we (nou ja, ze) eruit zijn. Als het hoofdgerecht vastligt, kan een passend entree worden bedacht. Stel, het woord meloen valt. Men bespreekt waar je die het beste kunt kopen, bij wie die echt niet te eten is (‘o, nee, daar zijn ze juist heel lekker’ brengt iemand anders ertegen in), of er ham of port of allebei of geen van beiden bij moet en van wie dan wel, want de ham van slager X is echt niet te eten (‘o, nee, daar is-ie juist heel lekker’ brengt iemand anders ertegen in), en de port, nou ja, enzovoort, en als er na een half uur een stilte valt, zeg ik: “dus meloen met ham als entree?” En dan kijken ze me verbaasd aan en zeggen dat het een tomatensalade wordt.

Vorige week hadden we onze Repas d’Epiphanie. Bij deze het menu, tot stand gekomen na twee vergaderingen. Beide duurden tot na middernacht.

kir
potage
foie gras
fruits de mer
tournedos et sa garniture
salade
galette des rois
vin, café, mousseux, digestif


Het was wel lekker.

dinsdag 29 december 2009

En drie




Nog drie manen van Han - gewoon, omdat-ie mooi is, de maan.
Overigens allemaal gefotografeerd vanuit onze tuin. Het zijn dus wel Gers-manen.

maandag 28 december 2009

Dertien


‘Dit is een jaar van dertien manen,’ zei buurman Camille van de zomer tegen me. Uit zijn bezorgde blik begreep ik dat dit niet best was. Nu is Camille geen enorme optimist. Als het weer ter sprake komt - en dat doet het meestal als we elkaar spreken – is het zowel bij regen en storm als op een stralende dag ‘mauvais’, en anders zal het dat zeer binnenkort wel worden.
‘Twaalf maanden, dertien manen, dat is nooit een goed jaar,’ legde Camille uit. Het was nooit in me opgekomen dat er jaren van 13 manen zijn, laat staan dat dit slecht nieuws was.
‘Vandaar die storm in januari,’ ging Camille verder. ‘En de droogte nu.’ Ik knikte en besloot nog even van het mooie weer te genieten, voor zo lang het duurde. Dat was vrij lang, het was dit jaar een heerlijke zomer.

Die dertien manen bleven wel ronddraaien in mijn hoofd. Als er wat mis ging dit jaar – en dat was voor mijn gevoel relatief vaak het geval – vroeg ik me af of die manen daar wellicht toch iets mee te maken hadden. In een zweverige poging de balans op te maken van 2009 besloot ik internet in plaats van Camille raad te plegen inzake de maan.
Uit het feit dat ik één verwijzing vond naar 13 manen en een heleboel naar man en nog iets anders, maak ik op dat de kwestie in Nederland niet zo speelt. 13 lunes leverde bijna 7 miljoen hits op. Daaruit viel - zonder ze overigens allemaal te hebben aangeklikt – de conclusie te trekken dat sommige mensen geloven dat 13 manen resulteren in een slechte oogst, en andere niet. Verrassend.
Ingewikkelder is dit: hebben we het over 13 volle manen, of 13 nieuwe manen? In het laatste geval heeft 2009 er gewoon twaalf. Gemiddeld is één op de drie jaar een dertien-volle-manen-jaar. Dertien nieuwe manen zijn zeldzamer, maar 2008 was zo’n jaar. En was dat een slechter jaar dan 2009?

Overigens valt de dertiende volle maan dit jaar op 31 december. Inclusief een gedeeltelijke verduistering. Hopelijk valt dat alles helder te zien.

ps de foto is van Han van Leeuwen

zondag 13 december 2009

Ook apart


Ik ben de gelukkige bezitter van enkele mooie ansichten uit de collectie van de dichtstbijzijnde presse-tabac. Deze bijvoorbeeld. Zoiets kom je in Nederland niet gauw tegen. Ganzen en hun levers so wie so niet, maar kaarten met bijvoorbeeld vers geslachte kippen zie je ook niet veel. Ik zeg niet dat het mooi is, maar bijzonder is het wel. Apart.

In mijn dorp woont Odette. Ze is een eind in de tachtig en een groot deel van die tachtig jaar was ze gaveuse d'oies. Ganzenvolpropper zeg maar. Dat deed ze van november tot maart, twee keer per dag. Voor een gans duurde de vetmestperiode één maand.
'Ik was er dol op,' zegt Odette, 'het was mijn passie en ik mis het enorm. Ik was goed. Eenden zijn veel makkelijker, daar zakt het allemaal vanzelf naar beneden. Met ganzen moet je heel voorzichtig te werk gaan, door die lange hals hè.'

Nu is er nog maar één boerderij met ganzen in mijn dorp. Binnenkort stoppen zij er ook mee. Eendenboeren zijn er wel. Ze vullen de eenden machinaal. Daar zijn geen ansichtkaarten van.