Posts tonen met het label dierenleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dierenleven. Alle posts tonen
maandag 22 juli 2013
Berenvallei
Als ik ergens over begin, vind ik het soms moeilijk er weer over op te houden. Op een gegeven moment is het ook weer helemaal over, dat wel. Vorig jaar wilde ik alles over beren weten, te beginnen bij de Europese bruine beer uit de Pyreneeën, maar ook over verre en minder verre familie. Over de rol van de beer in de Europese cultuur en waarom de beer daar van krijgshaftige held was afgezakt tot een sukkel, van zijn troon verstoten door de leeuw. Over de beer als knuffel, filmster en boekenheld (lees vooral dit prachtige boek over de beer Wojtek!). Vorig jaar deze tijd kende ik de stamboom van de Pyrenese beer bijna van buiten, en wist alles van de Sloveense beren die in de Pyreneeën waren uitgezet, en hoe hun nakomelingen heetten. Dat weet ik inmiddels niet meer zo goed, maar toen Mijn Berenleven in de brievenbus lag, leefde het oude vuur weer op. Daarom nog een berenplaatje.
Er is namelijk één vallei in de Pyreneeën waar nogal wat berentemmers leefden. Montreurs des ours heten ze hier, berentoners. De montreurs waren meestal boerenzonen die geen eigen boerderijtje hadden, omdat de ouderlijke boerderij naar de oudste zoon ging. In het begin vingen ze de beren ter plaatse, maar aangezien de beer in de 19e eeuw al vrij zeldzaam werd, schaften ze hen meestal aan in de haven van Marseille. Daar werden Oost-Europese beren verkocht. Het was een flinke investering, maar een beetje berentemmer verdiende meer dan een onderwijzer, en stukken meer dan een boer in de bergen.
Weer later zijn sommige berentemmers naar Amerika vertrokken, met beer en al. Samen op de boot naar het land van de ongekende mogelijkheden. Toen het daar verboden werd met een beer per trein te reizen (je mag ook niks), belandden ze in Amerikaanse circussen. Er is een museumpje aan hen gewijd in Erce, een dorpje in het dal van de berentemmers in de Ariège. Daar ben ik vorig jaar natuurlijk ook geweest. En daar komt dus dat plaatje vandaan.
zaterdag 13 juli 2013
Berenpoten
Het dichtst dat ik bij een beer was, was vorig jaar mei. Ik wandelde met een vriendin in de Pyreneeën tot een refuge die net weer open was na de winter. De mevrouw daar had de afdruk van een berenpoot in de sneeuw gefotografeerd, twee dagen voor onze komst. En ik zag die foto.
Ik zag de vrouw die de poot van de beer zag. Het was een indrukwekkende ervaring.
Ik wil die ervaring niet voor mezelf houden. Hier staat niet dé foto, maar wel een foto van de man die de poten van de beer in de sneeuw zag en in de krant zette. Misschien iets minder indrukwekkend, maar toch.
De foto komt uit de krant Sud-Ouest.
Ik zag de vrouw die de poot van de beer zag. Het was een indrukwekkende ervaring.
Ik wil die ervaring niet voor mezelf houden. Hier staat niet dé foto, maar wel een foto van de man die de poten van de beer in de sneeuw zag en in de krant zette. Misschien iets minder indrukwekkend, maar toch.
De foto komt uit de krant Sud-Ouest.
![]() |
Traces d'ours photographiées le 22 mars en Aspe (Parc national des Pyrénées / R. Camviel) |
zondag 7 juli 2013
Berenboekje
Ik schreef alweer een hele tijd geleden (namelijk hier) dat ik bezig was met een boekje over beren. Dat boekje is inmiddels verschenen. Het is alleen verkrijgbaar via een leesleeuwabonnement en dat loopt via scholen, maar ik meld het toch, al is het maar omdat ik de omslag zo mooi vind. Die is getekend door Martijn van der Linden.
Het is non-fictie en de hoofdpersoon is de beer Aspe-Ouest en dat is (of was) de laatste échte Pyreneeënbeer. Alle beren in de Pyreneeën, ook zij die uit Slovenië komen en hun nazaten, hebben van die leuke namen. Camille, Papillon, Néré, Bouxty, Pyros, Balou... maar deze moest zo nodig vernoemd worden naar de vallei waar hij geboren werd, en dat was het westelijke deel van de vallei Aspe.
Aspe-Ouest is al zo'n drie jaar niet meer gezien; waarschijnlijk is hij dood. Op de laatste foto's die van hem gemaakt zijn, eind 2009, is te zien dat zijn billen helemaal kaal zijn. Blootbil gingen ze hem noemen. Waarschijnlijk had hij een ziekte, mogelijk iets hormonaals, veroorzaakt door de afwezigheid van vrouwtjes. Dat kan dus ook, althans, dat zeggen ze hier.
Het zat 'm niet mee. Die naam, die billen, geen vriendin en zijn moeder werd destijds doodgeschoten door een jager, ook dat nog. Zijn levensverhaal opschrijven was het minste wat ik kon doen.
PS
Mocht iemand het boekje graag willen lezen, stuur dan een mailtje.
woensdag 29 februari 2012
Winterslaap
zondag 15 januari 2012
Bye bye Bella
En toen ging het toch opeens helemaal niet meer goed met het Bellebeest. Vandaar bij deze een laatste eerbetoon aan een rare, maar ongelooflijk lieve hond.
woensdag 11 januari 2012
kost en inwoning
Ik heb twee katten, en toch zag ik gisteren een muis. Als
je er één ziet, heb je er tien heb ik wel eens gelezen. Hopelijk is dat valse
voorlichting. Hoewel met deze katten alles mogelijk is. Je biedt ze gratis kost
en inwoning in de verwachting, wat zeg ik, de overtuiging dat alle knaagdieren
jouw huis voortaan stilletjes en gehaast voorbij lopen, krijg je dit.
De muis zat lekker achter een kastje op wat kattenbrokjes
te knabbelen. Alsof gratis kost en inwoning ook voor hem of haar vanzelf sprak.
Ik ging op zoek naar de katten, die toevallig net even
lagen te slapen, zette er eentje bij het kastje (de andere was meteen alweer
vertrokken) en er gebeurde niets. Ik had verdorie bijna zelf die muis kunnen
grijpen, het was een makkie, maar de kat keerde zich om en de muis at rustig
verder.
Toen ik een uurtje later weer in de keuken was, zag ik aan een
spoor kleine pootafdrukjes dat de muis ook in de hondenbak was gaan kijken,
waar nog een bodempje eten inzat. Bella heeft in het verleden nog wel eens een
muis gevangen én opgegeten (al mijn huisdieren zijn waarschijnlijk in het
verkeerde lichaam geboren), maar ook zij had nu geen belangstelling. Over zich
heen laten lopen heet zoiets ook wel.
De pootjes verdwenen onder het fornuis. Waarschijnlijk om
de indruk te wekken dat ze echt die gratis kost en inwoning waard zijn, zitten de
katten sindsdien urenlang doodstil voor het fornuis of het keukenkastje de
alerte kat uit te hangen. Aanstellers.
woensdag 30 november 2011
De tijd van de kalenders
Met de moderne adventskalender is dat anders. Daar moet achter elk deurtje iets lekkers zitten en het jaar daarop is-ie niet meer bruikbaar. Ook wel leuk, vonden in ieder geval mijn kinderen, maar is het nou echt nodig?En moeten ze echt zo vreselijk lelijk zijn?
Gelukkig zijn er ook nog wel mooie houten adventskalenders te vinden die je elk jaar opnieuw kunt vullen. Dat wil zeggen, ik weet dat ze bestaan, maar heb zelf nog geen mooie kunnen vinden.
Het adventskalender-dieptepunt zag ik onlangs in de Carrefour.
zaterdag 29 oktober 2011
Kapje af
Bella liep al ruim twee maanden met dat kapje om haar hoofd en fistels aan haar achterste. Ondanks een operatie, gruwelijk dure medicijnen, een nieuw dieet en vervolgens homeopatische medicijnen ging het niet echt beter.
En toen was daar Jeroen met een restje groene klei, die alle viezigheid uit Bella zou trekken.
Ik was inmiddels overal toe bereid en dolblij met iemand met nieuwe ideeën en moed. We smeerden Bella in en zo liep ze met een groen bekleide kont en zonder kapje tevreden door het gasconse landschap. We knapten er beiden enorm van op.
Ik ging snel naar de biologische winkel in Mirande om meer groene klei te kopen. Die van hun zat in een andere zak en werd verkocht als gezicht- en haarmasker voor mensen.
"Ik zoek klei voor de billen van mijn hond," zei ik tegen de dame.
"Daar kunt u deze ook voor nemen," antwoordde ze. "Ik had gisteren nog een boer die een doos kocht voor zijn koeien." Ik zag meteen een weiland voor me met koeien met gezichtsmaskertjes, maar klei is gewoon multifunctioneel.
Sindsdien krijgt Bella dus dagelijks een billenmaskertje en blijft het kapje af.
We nemen tevens ons kapje af voor Jeroen.
En toen was daar Jeroen met een restje groene klei, die alle viezigheid uit Bella zou trekken.
Ik was inmiddels overal toe bereid en dolblij met iemand met nieuwe ideeën en moed. We smeerden Bella in en zo liep ze met een groen bekleide kont en zonder kapje tevreden door het gasconse landschap. We knapten er beiden enorm van op.
Ik ging snel naar de biologische winkel in Mirande om meer groene klei te kopen. Die van hun zat in een andere zak en werd verkocht als gezicht- en haarmasker voor mensen.
"Ik zoek klei voor de billen van mijn hond," zei ik tegen de dame.
"Daar kunt u deze ook voor nemen," antwoordde ze. "Ik had gisteren nog een boer die een doos kocht voor zijn koeien." Ik zag meteen een weiland voor me met koeien met gezichtsmaskertjes, maar klei is gewoon multifunctioneel.
Sindsdien krijgt Bella dus dagelijks een billenmaskertje en blijft het kapje af.
We nemen tevens ons kapje af voor Jeroen.
zondag 11 september 2011
dinsdag 19 juli 2011
Stilte
Gisterenavond was het stil in Mirande. Opvallend stil. Niet dat er iets aan de hand was, juist niet, het was een niets-aan-de-hand-stilte die opviel na vijf dagen herrie. Het was weer koentrietijd; ik schreef er vorig jaar al over. Vijf dagen lang cowboys, indianen, panfluiten, motorfietsen, Amerikaanse sirenes, linedancers en de geur van kebab, eendenvet en churros, want sommige dingen zijn op alle festivals hetzelfde.
Op het centrale plein, vlak bij mijn huisje, was het zogenaamde off-gedeelte van het festival, met kleine bandjes, spontaan gelinedans, genoemde hapjes, en kraampjes met cowboyhoeden. Het festivalterrein ligt verder, maar het geluid is een stuk professioneler en draagt ver. Thuis hoor ik niets van het off-gebeuren, maar kan ik wel het officiële programma volgen. Het stoort me niet, ik weet dat het maar vijf dagen duurt en het heeft wel wat in slaap te vallen terwijl Zucchero onder je slaapkamerraam Senza una Donna zingt. (Country is een breed begrip; het muziekprogramma varieert van Hillbilly Deluxe tot Christophe).
Alleen hond Bella leed: elke avond probeerde ze wanhopig via de trap de slaapkamers te bereiken en dat doet ze anders nooit. Haar angst voor ongewone geluiden bleek sterker dan het strenge verbod of de gladheid van de treden; alleen een in de loop van de nacht groeiende hoeveelheid stoelen voor de trap kon haar van deze klimpartijen weerhouden.
Zondagnacht verdwenen de kraampjes, maandagochtend werd ik wakker van vuilnis- en veegwagens, gevolgd door een meneer van twee straten verderop die aanklopte om te melden dat mijn fiets bij hem aan het hek hing. Waarschijnlijk een grap van een paar vrolijke cowboys; de fiets was verder ongedeerd. 's Middags verdwenen de laatste motoren en campers, de laatste cowboys en mohikanen. Toen ik 's avonds laat het rondje met Bella liep viel me dus die stilte op. Alleen de laatste kleurige vlaggetjes wapperden nog heel zachtjes in de wind.
We hebben allemaal heerlijk geslapen.
Op het centrale plein, vlak bij mijn huisje, was het zogenaamde off-gedeelte van het festival, met kleine bandjes, spontaan gelinedans, genoemde hapjes, en kraampjes met cowboyhoeden. Het festivalterrein ligt verder, maar het geluid is een stuk professioneler en draagt ver. Thuis hoor ik niets van het off-gebeuren, maar kan ik wel het officiële programma volgen. Het stoort me niet, ik weet dat het maar vijf dagen duurt en het heeft wel wat in slaap te vallen terwijl Zucchero onder je slaapkamerraam Senza una Donna zingt. (Country is een breed begrip; het muziekprogramma varieert van Hillbilly Deluxe tot Christophe).
Alleen hond Bella leed: elke avond probeerde ze wanhopig via de trap de slaapkamers te bereiken en dat doet ze anders nooit. Haar angst voor ongewone geluiden bleek sterker dan het strenge verbod of de gladheid van de treden; alleen een in de loop van de nacht groeiende hoeveelheid stoelen voor de trap kon haar van deze klimpartijen weerhouden.
Zondagnacht verdwenen de kraampjes, maandagochtend werd ik wakker van vuilnis- en veegwagens, gevolgd door een meneer van twee straten verderop die aanklopte om te melden dat mijn fiets bij hem aan het hek hing. Waarschijnlijk een grap van een paar vrolijke cowboys; de fiets was verder ongedeerd. 's Middags verdwenen de laatste motoren en campers, de laatste cowboys en mohikanen. Toen ik 's avonds laat het rondje met Bella liep viel me dus die stilte op. Alleen de laatste kleurige vlaggetjes wapperden nog heel zachtjes in de wind.
We hebben allemaal heerlijk geslapen.
donderdag 30 juni 2011
Nog ééntje
Geen drankje, maar een plaatje dus. Want deze is ook heel erg mooi: de arena van Castelnau Rivière Basse (prachtige naam ook).
zondag 26 juni 2011
En dat andere stierengebeuren
Ik kan wel doen alsof er in het zuidwesten alleen maar vredelievende niet-stierendodende mensen leven, maar dat is niet helemaal waar. Er is minstens één plek waar "gewoon" wordt gestierenvochten of stierengevecht, en dat is in Vic Fézensac. Ze doen het niet zo vaak...
Maar ze organsieren er wel een groot feest omheen, met pinksteren en dat heet dan Pentecote à Vic. Daar ben ik nooit bij geweest, maar ik ben wel op andere momenten in deze Vic geweest, en dan zijn er nog wel wat stierensporen te vinden.
woensdag 22 juni 2011
Nog wat stieren
Mirande heeft geen arena, maar als je iets meer in westelijke richting gaat kom je er steeds meer tegen. Dit als vertraagd vervolg op mijn stierenspringersansichtkaart. Ik liet al eens een plaatje van de arena van Nogaro zien, maar ik heb er nog meer.
Die van Plaisance bijvoorbeeld, onder een dreigende zomerhemel.
Die van Plaisance bijvoorbeeld, onder een dreigende zomerhemel.
dinsdag 17 mei 2011
springen
De echte helden van de course landaise zijn de stieren (of koeien dus), die vele wedstrijden en vele jaren mee kunnen gaan. De mannen worden écarteurs (uitwijkers) en sauteurs (springers) genoemd. De spingers wijken ook uit, maar doen dat weer anders dan de uitwijkers, die soms een klein beetje springen.
maandag 9 mei 2011
Na de paashaas de stokstaart
Speciaal voor degene die beweert dat bij hem al bijna de kerstballen weer in de boom hangen, hebben we dan hier de stokstaart, gefotografeerd in Nederland waar nu eenmaal veel wilde dieren voorkomen.
Ik had zelf trouwens ook genoeg van die paashaas.
zaterdag 16 april 2011
Waterkonijntjes
In het meertje en langs het riviertje bij mijn oude dorp groeit de beverratpopulatie gestaag. Ik weet niet of het door hun uiterlijk komt, of door het ratgedeelte in hun naam, maar echt dol ben ik niet op ze. Ook niet in het Frans, waar ze ragondin heten. Overigens zijn ze noch familie van de bever, noch van de rat. Wel zijn ze verwant aan de cavia en het stekelvarken. De naam waterstekelvarken had me meer gelegen, maar ik geeft toe dat dat een beetje lang is.Als je een klein beetje googelt zijn er diverse Franse recepten te vinden, of bijvoorbeeld de pâté op de foto links. Het is kinderachtig en zit tussen de oren in plaats van tussen maag en smaakpapillen, maar het trekt me niet.
Beverratten zijn een kleine 100 jaar geleden ingevoerd vanuit Zuid-Amerika vanwege hun vacht. En wat krijg je dan: ze zitten in een fokkerij, de zaken gaan slecht of er gaan er gewoon een paar vandoor, ze passen zich aan aan hun nieuwe omgeving, de populatie groeit et voilà.
De foto rechts is overigens van mij. De afstand tussen mezelf en beverrat was nog redelijk groot; ik heb gewoon een betere lens op mijn camera.
donderdag 10 maart 2011
Het everzwijn dat naar de kapper wilde
Eindelijk weer een everzwijnavontuur. Deze wilde afgelopen dinsdag naar de kapper in een grand surface in de buurt van Nancy. Is dat gek? Het was tenslotte 8 maart, dan wil je er als everzwijn ook wel een beetje leuk uitzien. Het werd helaas niet begrepen noch gewaardeerd door de omringende mensheid. Het zwijn werd verdoofd door de opgetrommelde veearts en later die dag "geëutaniseerd". Dat vertelden ze er later op het tv-journaal niet bij, ze zeiden zelfs dat hij (of zij) sain et sauf was. Nou mooi niet, tenzij er een everzwijnenhemel bestaat.Het is al een tijd geleden dat ik verhaal over everzwijnen hoorde; ik berichtte er in september 2009 voor het laatst over. Toevallig hoorde ik een paar uur na het bericht over het everzwijn bij de kapper, dat de jacht op hen dit jaar langer zal duren, en voor heel Frankrijk geldt.
Ik maak meteen van de gelegenheid gebruik mijn mooie ansicht van Circus Fantasy te tonen, dat circus met zeven gedresseerde everzwijnen, waar ik nog veel langer geleden over schreef (hier, voor wie het zien wil).
Het is een van mijn favoriete plaatjes, en inspireerde me ooit tot het verhaal Swijn.
vrijdag 28 januari 2011
Vleermuizen
De favoriete knuffel van zoon was een vleermuis. Max heet-ie. En net zoals Titia de trol nog altijd op mijn kamer staat, staat Max nog steeds bij zoon. Meestal draagt hij een door mij gebreide muts, met twee gaatjes voor de oren. Hij heeft een paar brandgaatjes van de keer dat hij te dicht bij het vuur was gaan zitten (zoiets moet je ook niet doen, als vleermuis), maar verder ziet hij er nog even lief uit als toen ik hem lang geleden kocht, ergens in Engeland.
In ons oude huis in ons oude dorp hingen er nog lange tijd een paar vleermuizen op zolder. Soms vlogen ze rondjes door het huis, steeds dezelfde rondjes, op zoek naar de opening waar ze altijd doorheen konden vliegen, totdat wij het huis betrokken en er een raam van maakten. Ooit hing er zelfs een héél klein vleermuisje boven het bed van dochter, die dat helemaal niet eng vond. Ze kende Max tenslotte ook.
Vleermuizen hebben, ook als ze geen knuffel zijn, heel lieve gezichtjes. Ik zag het onlangs nog bevestigd op bijgaande foto. 130 verweesde vleermuisjes die in Australië gered zijn na de overstromingen. Vond ze zo lief, dat ik het niet kon laten het plaatje over te nemen.
In ons oude huis in ons oude dorp hingen er nog lange tijd een paar vleermuizen op zolder. Soms vlogen ze rondjes door het huis, steeds dezelfde rondjes, op zoek naar de opening waar ze altijd doorheen konden vliegen, totdat wij het huis betrokken en er een raam van maakten. Ooit hing er zelfs een héél klein vleermuisje boven het bed van dochter, die dat helemaal niet eng vond. Ze kende Max tenslotte ook.
![]() |
©Luke Marsden/Newspix/Rex |
vrijdag 24 september 2010
duivenmest
Her en der in het zuidwesten van Frankrijk staan huisjes die een beetje aan dat van Baba Jaga doen denken. Baba Jaga is een Russische heks die in een hut op pootjes woont. Die hut kan vrij makkelijk van plaats veranderen, iets wat de Franse gebouwtjes - ook al hebben ze ook pootjes - niet kunnen. Ze staan soms al honderden jaren op dezelfde plek.Pigeonniers heten ze. Duiventil, vertaalt van Dale, en het kan ook nog zolderwoning of engelenbak betekenen. Ik heb pas onlangs ontdekt waarom ze ooit in zulke grote getale gebouwd zijn; ik dacht altijd dat het gewoon een enigszins frivool duivenonderdak was.
De duiven hadden er inderdaad een mooi onderdak, één- of tweehoog, maar doordat ze tegelijkertijd de benedenboel onderpoepten, zorgden ze tevens voor de productie van stikstofrijke mest, die colombine werd genoemd. Handig vind ik dat, zo'n duivenstal. Multifunctioneel en nog mooi ook.
Hij stond op pootjes, zodat roofdieren niet makkelijk binnen konden dringen. De eigenaren konden er natuurlijk wel in. Dat die regelmatig een duifje opaten spreekt voor zich.
Maar ze kunnen nog steeds niet lopen.
Labels:
dierenleven,
historisch leven,
taalleven,
toeristisch leven
donderdag 12 augustus 2010
Nog meer slakken
Afgelopen dinsdag las ik in La Dépêche du Midi dat er het weekend een Championnat de vitesse d'escargots had plaatsgevonden in Lagadère, een dorp wat noordelijker in de Gers. Er waren weer wat snelheidsrecords gebroken, begreep ik.
Mijn eigen slakken zijn inmiddels geheel verdwenen, maar ik weet ook niet of het goede kandidaten zouden zijn geweest, aangezien ze eerst nog dagenlang op dezelfde plaats hebben gezeten. Wel waren ze op een ochtend gewoon weg, dus ze kunnen best enige snelheid ontwikkelen.
Het desbetreffende artikeltje in la Dépêche heb ik niet op internet teruggevonden. Maar ik vond wel de vooraankondiging van het slakkenkampioenschap, en een alarmerend verhaal over de reuzenslak in de Aude, onder de kop L'attaque des gastéropodes géants. Ik stelde me een slak voor die nauwelijks tussen de huizen van de dorpsstraat doorpaste en een gigantisch slijmspoor achterliet, maar ze worden ongeveer zes centimeter. Een grote slak voor de slakheid, natuurlijk.
Is dat nou ook een vorm van slow journalism?
Mijn eigen slakken zijn inmiddels geheel verdwenen, maar ik weet ook niet of het goede kandidaten zouden zijn geweest, aangezien ze eerst nog dagenlang op dezelfde plaats hebben gezeten. Wel waren ze op een ochtend gewoon weg, dus ze kunnen best enige snelheid ontwikkelen.
Het desbetreffende artikeltje in la Dépêche heb ik niet op internet teruggevonden. Maar ik vond wel de vooraankondiging van het slakkenkampioenschap, en een alarmerend verhaal over de reuzenslak in de Aude, onder de kop L'attaque des gastéropodes géants. Ik stelde me een slak voor die nauwelijks tussen de huizen van de dorpsstraat doorpaste en een gigantisch slijmspoor achterliet, maar ze worden ongeveer zes centimeter. Een grote slak voor de slakheid, natuurlijk.
Is dat nou ook een vorm van slow journalism?
Abonneren op:
Posts (Atom)





