zaterdag 1 november 2008

Flint


Gisteren waren we in Flint. In Flint werden in het verleden heel veel auto's gemaakt. In de jaren '50 werkten er meer dan 90.000 mensen bij General Motors. Nu nog maar 7000. In de jaren '50 hadden ze hier het hoogste inkomen per capita. Dat is ook verdwenen.

De naam Michael Moore moet je hier niet te onnadenkend noemen. De eerste film van Moore die ik zag, Roger and me, liet geen vrolijk beeld zien van de stad. Volgens de Flintenaren was het effect van de film zelfs devastating. Moore komt hier niet vaak meer. Maar hij heeft wel een huis aan de andere kant van Michigan, in de buurt van Traverse City. Hij organiseert er jaarlijks een filmfestival. Toevallig is aan die kant ook de wijnstreek van Michigan. Tony Ciccone, de vader van Madonna, bottelt er Madonna wijn. Hij wordt voor zo'n 30 dollar per fles verkocht.

We hebben in Flint alleen maar heel aardige mensen ontmoet. De county clerk vertelde ons niet alleen over verkiezingen en kiezersregistratie, maar reed ons ook rond (in zijn buick) langs de oude fabrieken. Fabrieken die er dus niet meer staan. Hij wees ons op de plek waar ooit zijn geboortehuis stond, in een buurt waar toen alleen maar Ierse gezinnen woonden. Er zaten kogelgaten in een verkeersbord op de hoek.

We ontmoetten ook nog een een collega van de clerk, in het aangrenzende Grand Blanc wat ze hier heel anders uitspreken dan dat ze dat in Frankrijk zouden doen. Die was ook al zo aardig. Vandaar haar foto op deze blog.

woensdag 29 oktober 2008

dienstmededeling



Ik ga ze maar niet dubbelop plaatsen. Wel nog een fotootje.

vrijdag 24 oktober 2008

alarm


Kort voor ik voor langere tijd op reis ga slaat de paniek altijd toe. Ik voorzie neerstortende vliegtuigen, auto’s die uit de bocht vliegen en vreselijke ziektes die de achterblijvers zullen treffen. Ik ben echter veilig in Washington gearriveerd en thuis gaat ook alles goed. Het is alleen even wennen aan het tijdsverschil. De tweede nacht ga ik op tijd naar bed. Ik zet mijn nieuwe – Amerikaanse - telefoon als wekker om 7 uur.

Hij gaat met een enorme herrie af. Buiten is het stikdonker. Met enige moeite zie ik dat het niet 7, maar 2 uur is. De telefoon krijg ik niet uit, omdat het een alarm is op de gang. Het zit precies naast mijn deur en blijft maar rinkelen. Gek genoeg raak ik niet in paniek. Waarschijnlijk omdat ik geen vuur zie of brand ruik. Ik ga naar de wc en doe rustig wat kleren aan (zonder beha ga ik de deur niet uit), pak m’n handtas en loop de gang op. Het alarm rinkelt verder.
Met een flinke groep mensen loop ik vanaf de 9e verdieping naar beneden en omdat er in de hal ook geen informatie is gaan we maar naar buiten. Na een minuut of 10 rijdt de brandweer eindelijk voor, rolt slangen uit en ladders op en ruimt na nog eens tien minuten alles weer op. Het alarm is eindelijk stil. We begrijpen dat alles in orde is en we weer naar binnen mogen. Holiday Inn blinkt niet uit in communicatie.
Het is tegen drieën als ik weer in bed lig. En het duurt nog een uur voor ik weer slaap. Dat schiet zo niet op met die jetlag. Enkele collegas blijken de volgende ochtend niks gehoord te hebben. Ooordopjes. Mooi bij vals alarm natuurlijk. Maar als het nou echt was? Dan mis ik voor alle zekerheid toch liever twee uur nachtrust.

dinsdag 21 oktober 2008

krekels en eekhoorns


Voor het eerst ga ik verkiezingen waarnemen in een land dat iedereen kent, en waarvan iedereen weet dat er verkiezingen zijn. Voor het eerst ook ga ik waarnemen in een land waar ik nog nooit geweest ben. De weg van Dulles International Airport naar het hotel in Washington doet echter helemaal niet exotisch aan. Het lijkt op de Amsterdamse rondweg, met eerst een beetje Sloterdijk en dan wat Amstelveen. Er loopt zelfs een spoorlijn in het midden.

Het is warm, de autoraampjes staan open. Ik hoor krekels. Ik wist niet dat ze krekels hadden in Amerika. Tenminste, ik heb er nooit over nagedacht of ze krekels hadden in Amerika. Krekels horen bij Frankrijk. Op de Amsterdamse rondweg hoor ik ook geen krekels. En bij Amerika horen grote beesten, adelaars en zo. Ondertussen tel ik twee politieke bumperstickers (stand 1 – 1), één auto met Obama-vlaggetje en nul politieke posters of billboards. Niet dat ik dat moet tellen als waarnemer; het gaat vanzelf.

De sirenes van de politie en die van de brandweer klinken net als in de film. Achter het hotel loopt een spoorlijn waar de trein nog fluit zoals in een oude western. Jammer dat mijn kamer ook aan de achterkant ligt. De airco maakt ook al zo’ n herrie. Verder is Washington hier stil, opvallend stil. Geen getoeter, geen geschreeuw, geen zwaar optrekkende stadsbussen of brommende pizzakoeriers. Ik wandel een uurtje rond en zie tot drie keer toe dat bekenden elkaar toevallig tegen komen en een babbeltje maken. Net een dorp.

Nog twee Obama-vlaggetjes en een McCain-sticker. In de parkjes springen eekhoorns rond. Ik vraag me af waarom een eekhoorn wel vertederend is en een rat niet. Het zijn toch allebei knaagdiertjes. Even later hebben ze het op de televisie ook al over een eekhoorn, maar dat blijkt Acorn te zijn. Het zal door de jetlag komen. Deze Acorn wordt beschuldigd van fraude met kiezersregistratie. Dat is nou precies een van die dingen waar we ons hier in moeten verdiepen.

maandag 20 oktober 2008

en voyage


Van village even in een grotere stad. ik ga wel verder bloggen heb ik me voorgenomen, maar bij gebrek aan woorden eerst gewoon een plaatje.

maandag 29 september 2008

meer


Mijn dorp heeft ook een meertje. Het is geen echt meer; twee boeren hebben een minsicuul riviertje gigantisch verbreed en uitgediept en zo is het langaam volgelopen. Russische Raisa noemde het van de zomer consequent retsjka, riviertje, maar verder noemt iedereen het een meertje. Het is een waterreservoir voor de mais van de twee eigenaren, maar we mogen er ook zwemmen. Als we maar niet verdrinken, hebben ze erbij gezegd.
De zonen van de ene boer hebben er deze zomer een tobogan gebouwd, een glijbaan, en de andere boer aan zijn kant een botenhuisje, maar hij heeft geen kinderen en zwemmen kan hij ook niet
In de zomervakantie spelen, zwemmen en zonnen er soms wel wat dorpsgenoten, maar nu is het herfst, de school weer begonnen en is er niemand. Het water wordt koud, maar ik ben nog niet uitgezwommen voor dit jaar. Hond Bella loopt paniekerig langs de oever. Ze is aan me gehecht, maar niet genoeg om met me mee te zwemmen. Ik moet om haar lachen. Midden in het meertje heb je een doorkijk naar de Pyreneën. Hun toppen zijn al wit, de eerste sneeuw is er gevallen.
Soms voel je je domweg gelukkig. Dit was zo’n moment.

dinsdag 23 september 2008

Patrimoine


Afgelopen weekend waren de open monumenten dagen, ook hier. Nederland heeft het idee zelfs van Frankrijk overgenomen lees ik op internet. Alleen is het in Nederland het tweede weekend, en hier het derde weekend van september. Geen idee waarom.
Hier zijn het de journées du patrimoine. Veelzijdig woord is dat, patrimoine. Erfgoed, maar ook cultuurbezit, en vermogen. Je huis, je bankrekening, de Franse taal, Franse muziek, Frans natuurschoon en de kerk verderop – allemaal patrimoine.
Op het nieuws laten ze rijen wachtenden voor de televisiestudio’s zien. Ook patrimoine. En op de radio hoor ik dat je de Elysée kunt bezoeken, en Matignon. Je mag zelfs de werkkamer van François Fillon in.
Maar dat hebben we allemaal niet in mijn dorp.
Een dorp verderop is het dichstbijzijnde open monument: een net opgeknapt kapelletje voor Saint Jaymes. Ik vraag me al en tijd af wie Saint Jaymes is. Ik kom ook wel eens door het dorp Saint Jammes. Je hebt hier veel rare heiligennamen. Wie was bijvoorbeeld Sainte Dode?
Jaymes, Jammes, James en Jacmes zijn allemaal occitaanse schrijfwijzes voor Jacques, leer ik even later. Bij dit kapelletje staan geen lange rijen. Ik krijg koffie en uitleg. Het is er mooi, en het mooist is de houten Maria, minstens vijf eeuwen oud en met Jezus aan de borst. Ze zitten sinds de opknapbeurt helaas wel achter tralies. Beschermd patrimoine.