Sommige bloggers hebben af en toe een "raadt de plaat" of anders geformuleerde fotoherkenwedstrijd. Op zich leent deze foto zich daar ook leuk voor, ware het niet dat ik zelf vergeten ben waar het was. Niet zo héél ver van hier, maar toch ook weer niet zo dichtbij dat ik er vaak langs kom. Eigenlijk ben ik er maar één keer langsgekomen denk ik. Ik weet dat ze binnen ansichtkaarten verkochten die ongeveer even oud waren als de Olympische ringen buiten. Très charmant, vond ik.
Aangezien ik vanmorgen een radioreclame hoorde die ons luisteraars opriep de kandidatuur van Annecy voor de winterspelen van 2018 te steunen, leek het me wel een aardig moment een Olympisch plaatje te posten. Hoe wij als luisteraars deze kandidatuur moeten steunen weet ik niet. Misschien gewoon door enthousiasme uit te stralen, en geloof in de kansen van Annecy, die volgens mijn bron klein zijn.
Al maakt het mij persoonlijk niet echt uit of het München, Pyeongchang (heb ik opgezocht) of Annecy wordt, heb ik bij deze toch mijn Olympische bijdrage geleverd.
En als iemand weet waar ik die foto gemaakt heb...
woensdag 16 februari 2011
woensdag 9 februari 2011
gevonden
Toen ik ruim een jaar geleden over een duivenschietende dorpsgenoot schreef, kon ik nergens de foto's vinden die ik toch zeker wist ooit te hebben gemaakt. Nu ben ik op zoek naar andere plaatjes en kom ik die palombières opeens tegen (en niet wat ik zocht, maar dat terzijde).
Dus ik zet ze gewoon toch even neer; de foto's komen ook uit de maand februari, maar dan die van 2007. Toen was het zo te zien ook mooi weer.
Dus ik zet ze gewoon toch even neer; de foto's komen ook uit de maand februari, maar dan die van 2007. Toen was het zo te zien ook mooi weer.
zondag 6 februari 2011
Sjaak Allesgoed
Je hebt hier in Frankrijk de Loi Toubon, de wet uit 1994 genoemd naar de toenmalige minister van Cultuur Jacques Toubon en gericht op de bescherming van de Franse taal tegen engelstalige vervuiling. Zo staat dat niet in die wet, het gaat om de "défense du français en tant que langue de la République", en de verplichting haar te gebruiken en te verrijken, maar de bescherming betreft vooral het Engels, en de verrijking vindt plaats door Franse woorden te verzinnen voor Engelse begrippen. Vanwege dat Engels wordt Jacques Toubon ook wel Jack Allgood genoemd.
Hij heeft mooie woorden opgeleverd, die wet. Ordinateur is waarschijnlijk het bekendst, maar baladeur (walkman) vind ik mooier. Logiciel (software) en fournisseur (provider) waren even wennen; courriel (voor courrier électronique, e-mail dus) is leuk, maar heeft het niet helemaal gered en télécharger vind ik duidelijker dan downloaden, en is bovendien makkelijker te vervoegen.
Dat je woorden in je eigen taal bedenkt voor begrippen die oorspronkelijk van elders komen, vind ik ook mooi. Ik behoor tot die zeikerds die zich in Nederland ergeren aan 'al dat Engels', vooral als dat gebruikt wordt als er gewoon Nederlandse begrippen voor bestaan. Ik geef toe dat het ook wel iets arrogants en tegelijkertijd oubolligs en xenofoob heeft, je zo vast te houden aan je eigen taal, maar het is toch zeker ook charmant. (Ja, het Nederlands heeft woorden uit allerlei talen overgenomen, ik weet het). Bovendien stel ik me er een commissie bij voor met keurige dames en heren die uren discussiëren over een adequate franstalige vervanger van podcast, of peepshow. Dat is werk waar je toch de nodige taalfantasie voor nodig hebt.
De loi Toubon gaat niet alleen over nieuwe woorden, maar vooral over het belang om in het Franse openbare leven Frans te gebruiken. Meneer Toubon wenste overigens een strengere wet, maar die raakte in de knoop met de vrijheid van expressie. Je kunt iemand nu eenmaal niet verplichten numérique te gebruiken, als hij de voorkeur geeft aan digital, zeker niet in het privéleven. Nu wordt numérique toevallig veel gebruikt, maar ik ken niemand die het over een bogue heeft als hij een bug bedoelt, en het café hier om de hoek heeft gewoon een zone WIFI, en geen zone ASFI (accès sans fil).
Een nadeel van de wet, of in meer algemene zin: van het vasthouden aan het Frans, is dat Franstalige wetenschappelijke artikelen steeds minder worden gelezen door niet-Franse vakbroeders, wat ertoe leidt dat Franse universiteiten steeds lager scoren op internationale wetenschappelijke overzichten, en relatief weinig (veelbelovende) buitenlandse studenten aantrekken. En zo'n isolement zit een hoop mensen toch niet echt lekker.
Er komt langzaam, maar gestaag verandering in de visie op het Engels, en dat is nodig. Engels is nu eenmaal de internationale taal van de 21e eeuw, en dat zal het voorlopig ook wel blijven.
Ondertussen hoop ik dat ze mooie woorden blijven verzinnen.
ps
Op de website van de DGLFLF (la délégation générale à la langue française et aux langues de France - over eenvoudig taalgebruik gesproken) is een mooi promotiefilmpje te vinden, en je kunt er onder veel meer ook doorklikken naar 'France Terme', als u per se het juiste Franse woord wil gebruiken.
Hij heeft mooie woorden opgeleverd, die wet. Ordinateur is waarschijnlijk het bekendst, maar baladeur (walkman) vind ik mooier. Logiciel (software) en fournisseur (provider) waren even wennen; courriel (voor courrier électronique, e-mail dus) is leuk, maar heeft het niet helemaal gered en télécharger vind ik duidelijker dan downloaden, en is bovendien makkelijker te vervoegen.
Dat je woorden in je eigen taal bedenkt voor begrippen die oorspronkelijk van elders komen, vind ik ook mooi. Ik behoor tot die zeikerds die zich in Nederland ergeren aan 'al dat Engels', vooral als dat gebruikt wordt als er gewoon Nederlandse begrippen voor bestaan. Ik geef toe dat het ook wel iets arrogants en tegelijkertijd oubolligs en xenofoob heeft, je zo vast te houden aan je eigen taal, maar het is toch zeker ook charmant. (Ja, het Nederlands heeft woorden uit allerlei talen overgenomen, ik weet het). Bovendien stel ik me er een commissie bij voor met keurige dames en heren die uren discussiëren over een adequate franstalige vervanger van podcast, of peepshow. Dat is werk waar je toch de nodige taalfantasie voor nodig hebt.
De loi Toubon gaat niet alleen over nieuwe woorden, maar vooral over het belang om in het Franse openbare leven Frans te gebruiken. Meneer Toubon wenste overigens een strengere wet, maar die raakte in de knoop met de vrijheid van expressie. Je kunt iemand nu eenmaal niet verplichten numérique te gebruiken, als hij de voorkeur geeft aan digital, zeker niet in het privéleven. Nu wordt numérique toevallig veel gebruikt, maar ik ken niemand die het over een bogue heeft als hij een bug bedoelt, en het café hier om de hoek heeft gewoon een zone WIFI, en geen zone ASFI (accès sans fil).
Een nadeel van de wet, of in meer algemene zin: van het vasthouden aan het Frans, is dat Franstalige wetenschappelijke artikelen steeds minder worden gelezen door niet-Franse vakbroeders, wat ertoe leidt dat Franse universiteiten steeds lager scoren op internationale wetenschappelijke overzichten, en relatief weinig (veelbelovende) buitenlandse studenten aantrekken. En zo'n isolement zit een hoop mensen toch niet echt lekker.
Er komt langzaam, maar gestaag verandering in de visie op het Engels, en dat is nodig. Engels is nu eenmaal de internationale taal van de 21e eeuw, en dat zal het voorlopig ook wel blijven.
Ondertussen hoop ik dat ze mooie woorden blijven verzinnen.
ps
Op de website van de DGLFLF (la délégation générale à la langue française et aux langues de France - over eenvoudig taalgebruik gesproken) is een mooi promotiefilmpje te vinden, en je kunt er onder veel meer ook doorklikken naar 'France Terme', als u per se het juiste Franse woord wil gebruiken.
donderdag 3 februari 2011
Dus toch...
de Gaulle.
Dit kreeg ik gisteren binnen: "Frankrijk is een prachtig land, alleen jammer dat er zoveel Fransen wonen." Dat zou de Gaulle, volgens W.L. Brugsma in 'Verzoening maakt vrij' (HP/de Tijd, 16-05-1997), gezegd hebben. Waar en wanneer weet ik nog niet, maar dit is vast een enorme stap voorwaarts.
Met dank aan Monique, die zich een engel betoonde en het hier vond.
ps
Ik heb hier 'Frans met de Fransen' in de kast staan, van H.L. Wesseling, en dat heb ik ook gelezen, maar alweer even geleden, want ik was vergeten dat hij al op de eerste bladzijde ook Jorritsma noemt, en dan verwijst naar de Gaulle, "die zelf vaak verzucht heeft: 'Ah! que la France serait belle sans les Français.'" Met een keurige noot naar het boek 'En écoutant de Gaulle' van Claude Guy uit 1996.
Met dank aan Monique, die zich een engel betoonde en het hier vond.
| de Gaulle Allées te Mirande |
Ik heb hier 'Frans met de Fransen' in de kast staan, van H.L. Wesseling, en dat heb ik ook gelezen, maar alweer even geleden, want ik was vergeten dat hij al op de eerste bladzijde ook Jorritsma noemt, en dan verwijst naar de Gaulle, "die zelf vaak verzucht heeft: 'Ah! que la France serait belle sans les Français.'" Met een keurige noot naar het boek 'En écoutant de Gaulle' van Claude Guy uit 1996.
woensdag 2 februari 2011
jammer
Je hebt die vreselijke uitdrukking over Frankrijk. Ik zal 'm opschrijven, maar dat is dus niet omdat ik het ermee eens ben: 'Een mooi land, jammer dat er Fransen wonen'. Ik kwam de uitdrukking weer tegen in het boek 'Het gedroomde paradijs' dat, inderdaad, over Frankrijk gaat. Daar wordt hij toegeschreven aan de VVD-politica Annemarie Jorritsma. Jorritsma?! Ik begon meteen te twijfelen aan het niveau van het boek, en ik was pas op de vierde pagina.
Ik dacht dat de uitdrukking oorspronkelijk van Annie M.G. Schmidt kwam en ging op zoek naar bewijzen, maar vond die helaas - vooralsnog - niet. Ik leerde wel dat Annie M.G. tussen 1972 en 1981 in Frankrijk woonde (Grasse), en las meerdere malen haar beroemdste opmerking, namelijk dat de Nederlandse roman een langzame coïtus is, maar daar was ik niet mee bezig. De zoekopdracht met Frankrijk, Fransen en jammer bracht me op allerlei sites waar het bewuste citaat vooral werd gebruikt in reacties, opvallend vaak omringd door taalfouten, waarvan ik 'die kudt-Fransen' de interessantste vond. Slechts één keer werd het citaat nogmaals aan Jorritsma toegeschreven, verder stond er hooguit 'men zegt wel dat'.
Nu heb ik ook gehoord dat de Gaulle dit over zijn eigen land gezegd zou hebben. Wat er tegen pleit, is dat ik deze opmerking nooit in het Frans, Engels of andere taal heb gehoord, terwijl de Gaulle hier toch regelmatig aangehaald wordt. (Mijn favoriet: "Comment voulez-vous gouverner un pays où il existe 258 variétés de fromage?"). Toch ben ik nog zeker zo'n 100 citaten van de Gaulle langsgegaan (de Gaulle, de Cruijff van Frankrijk?). Daar zaten hele mooie bij, maar niet deze.
Is er iemand die weet wie deze zin voor het eerst gebezigd heeft?
Ik dacht dat de uitdrukking oorspronkelijk van Annie M.G. Schmidt kwam en ging op zoek naar bewijzen, maar vond die helaas - vooralsnog - niet. Ik leerde wel dat Annie M.G. tussen 1972 en 1981 in Frankrijk woonde (Grasse), en las meerdere malen haar beroemdste opmerking, namelijk dat de Nederlandse roman een langzame coïtus is, maar daar was ik niet mee bezig. De zoekopdracht met Frankrijk, Fransen en jammer bracht me op allerlei sites waar het bewuste citaat vooral werd gebruikt in reacties, opvallend vaak omringd door taalfouten, waarvan ik 'die kudt-Fransen' de interessantste vond. Slechts één keer werd het citaat nogmaals aan Jorritsma toegeschreven, verder stond er hooguit 'men zegt wel dat'.
Nu heb ik ook gehoord dat de Gaulle dit over zijn eigen land gezegd zou hebben. Wat er tegen pleit, is dat ik deze opmerking nooit in het Frans, Engels of andere taal heb gehoord, terwijl de Gaulle hier toch regelmatig aangehaald wordt. (Mijn favoriet: "Comment voulez-vous gouverner un pays où il existe 258 variétés de fromage?"). Toch ben ik nog zeker zo'n 100 citaten van de Gaulle langsgegaan (de Gaulle, de Cruijff van Frankrijk?). Daar zaten hele mooie bij, maar niet deze.
Is er iemand die weet wie deze zin voor het eerst gebezigd heeft?
zondag 30 januari 2011
Mooie muziek
Sinds september zing ik eindelijk weer eens in een koortje. Niks Russisch, wel veel sacraals, afgewisseld met een eeuwenoud liefdesliedje of een oud gedicht op hedendaagse muziek. Alles vierstemmig en soms ook meer, maar dat laatste is niet de bedoeling en klinkt dan ook niet goed. Leuk is het wel.
Onze juf Cécile heeft een prachtstem. Ik heb haar net beluisterd op myspace; het lukt me niet de muziek meteen op mijn blog te zetten, maar wie (bijvoorbeeld op deze druilerige zondag) zin heeft in iets moois moet beslist even op de link klikken. Ik ben helemaal in de ban van het Requiem van Alain-Paul Gaillot (nummer 2 op de lijst), een jonge componist uit de Midi-Pyrenées.
Onze juf Cécile heeft een prachtstem. Ik heb haar net beluisterd op myspace; het lukt me niet de muziek meteen op mijn blog te zetten, maar wie (bijvoorbeeld op deze druilerige zondag) zin heeft in iets moois moet beslist even op de link klikken. Ik ben helemaal in de ban van het Requiem van Alain-Paul Gaillot (nummer 2 op de lijst), een jonge componist uit de Midi-Pyrenées.
vrijdag 28 januari 2011
Vleermuizen
De favoriete knuffel van zoon was een vleermuis. Max heet-ie. En net zoals Titia de trol nog altijd op mijn kamer staat, staat Max nog steeds bij zoon. Meestal draagt hij een door mij gebreide muts, met twee gaatjes voor de oren. Hij heeft een paar brandgaatjes van de keer dat hij te dicht bij het vuur was gaan zitten (zoiets moet je ook niet doen, als vleermuis), maar verder ziet hij er nog even lief uit als toen ik hem lang geleden kocht, ergens in Engeland.
In ons oude huis in ons oude dorp hingen er nog lange tijd een paar vleermuizen op zolder. Soms vlogen ze rondjes door het huis, steeds dezelfde rondjes, op zoek naar de opening waar ze altijd doorheen konden vliegen, totdat wij het huis betrokken en er een raam van maakten. Ooit hing er zelfs een héél klein vleermuisje boven het bed van dochter, die dat helemaal niet eng vond. Ze kende Max tenslotte ook.
Vleermuizen hebben, ook als ze geen knuffel zijn, heel lieve gezichtjes. Ik zag het onlangs nog bevestigd op bijgaande foto. 130 verweesde vleermuisjes die in Australië gered zijn na de overstromingen. Vond ze zo lief, dat ik het niet kon laten het plaatje over te nemen.
In ons oude huis in ons oude dorp hingen er nog lange tijd een paar vleermuizen op zolder. Soms vlogen ze rondjes door het huis, steeds dezelfde rondjes, op zoek naar de opening waar ze altijd doorheen konden vliegen, totdat wij het huis betrokken en er een raam van maakten. Ooit hing er zelfs een héél klein vleermuisje boven het bed van dochter, die dat helemaal niet eng vond. Ze kende Max tenslotte ook.
![]() |
©Luke Marsden/Newspix/Rex |
Abonneren op:
Posts (Atom)



