woensdag 9 maart 2011

stage

Op de een of andere manier ben ik ooit op een website van de Académie terechtgekomen - die voor onderwijs, en dan de afdeling Midi-Pyrénées - en dat als persoon die een 'stage d'anglais' kan verzorgen.
Ik kwam erachter omdat ik als zodanig benaderd werd door het lycée van Nogaro (ruim 50 kilometer ten noordwesten van Mirande). Ik wist wel dat ik ooit een poging had gedaan me daarvoor op te geven, maar daar had ik nooit meer iets op gehoord, dus het was wel een verrassing.
Toch wilde ik de beker aan mij voorbij laten gaan, omdat ik genoeg werk heb en het werken met drie vreemde talen me zelfs meer dan genoeg leek,  maar dat lycée kon niemand anders vinden, de onderdirectrice van het lycée was vreselijk enthousiast, en ik werd nieuwsgierig naar iets nieuws.

Dus vorige week heb ik 15 uur intensief Engels gedoceerd. Valt nog niet mee, 15 uur (verdeeld over tweeënhalve dag) vol praten, maar het is ons (ons, omdat de leerlingen vooral moesten praten, al moest ik verzinnen waarover en hoe het eruit te krijgen) gelukt.
Daarna heb ik, net als die leerlingen, even welverdiend van een paar dagen vakantie genoten.
Nogaro is trouwens erg lelijk. Heel erg lelijk zelfs. Misschien is het wel het lelijkste stadje van de Gers. Ik kom er zelden, ik heb er meestal niets te zoeken. En ik heb ook niks moois gevonden, toen ik in mijn eerste lunchpauze even ging rondwandelen. Behalve misschien de arena (voor de course landaise). De trots van Nogaro is overigens de racebaan. Maar of die nou mooi is...







zondag 6 maart 2011

Alles wat groeit en bloeit, deel II

Van twee kanten bereikte me de goede naam van de mysterieuze plant van 2 maart: het is de helleborus orientalis, ook wel lenteroos genoemd. Wat dat betreft zat ik toch een béétje in de buurt, met dat lente-verhaal. De verzamelnaam voor Helleborus is in het Nederlands nieskruid. Er is hier wat meer over te vinden.
"Door de Grieken werd het wortelpoeder [gemalen wortel van het nieskruid] gebruikt bij krankzinnigheid en aanvallen van epilepsie," schrijft wikipedia bijvoorbeeld. "Laxeermiddelen bevatten nog wel eens bestanddelen van de wortel van het nieskruid. [Geconstipeerden, opgepast!] Alexander de Grote is mogelijk overleden aan een overdosis nieskruid. Zekerheid is er niet, maar men speculeert al eeuwen over zijn eventuele overmatig gebruik van nieskruid."
Rest de vraag waarom hij dit kruid overmatig gebruikte, maar daar verzin ik zelf wel wat op.

Verder nog een fantastische reactie op de oorsprong van "alles wat groeit en bloeit" (etc.) die ik, met toestemming van de schrijver, die normaal gesproken vooral bijdragen levert als fotograaf, grotendeels overneem:
"Het is een uitspraak van dr. Foppe I. Brouwer (bioloog) , die in het grijze verleden op zaterdagochtend denk ik, in een radioprogramma een column had over de natuur. Hij besloot dat praatje altijd met die zin. [...] Het zit allemaal in mijn hoofd, ik wist al jaren niet wat ik moest met die kennis. Maar nu heeft het dus toch zijn nut." 
Precies. Lang leve de interactie!

vrijdag 4 maart 2011

20 ans déjà

Eergisteren, op 2 maart, was het 20 jaar geleden dat Serge Gainsbourg overleed. Tien jaar geleden werd uitgebreid herdacht dat dat - inderdaad - 10 jaar geleden was. We woonden nog maar kort in Frankrijk en eigenlijk wist ik niet zo veel van Serge. Ik herinnerde me vooral het ongemakkelijke gevoel van middelbareschoolfeestjes, als die "hijgplaat" (Je t'aime moi non plus) werd opgezet. Wat duurde dat plaatje verschrikkelijk lang.  

Dit jaar lijken er nog veel meer herdenkingsprogramma's te zijn. Ik telde er zeker vier op de televisie, plus nog een hele dag op radio France Inter. Maar de hiaten in mijn kennis van 10 jaar geleden waren al redelijk opgevuld. Ik weet inmiddels dat Gainsbourg (in 1928 geboren uit Russisch-joodse ouders trouwens) een aantal, zelfs een heel flink aantal, eigenlijk gewoon heel erg veel, mooie tot prachtige teksten en melodiën heeft geschreven.
Dat hij zich er soms te snel, of met weinig smaak vanaf maakte (let bijvoorbeeld op de snikkende-vrouw-geluiden op Je suis venu te dire); het zij hem vergeven. Zeker deze dagen.

woensdag 2 maart 2011

Alles wat groeit en bloeit en ons steeds weer boeit,

en waarvan ik de naam niet weet. Ik weet geen zinnetje dat rijmt op de titel van deze post; volgens mij een zin uit, of zelfs de titel van een ouderwets tuinboek. Uit dezelfde tijd als 'Wat vliegt daar?' zou ik zeggen, maar misschien vergis ik me en is het gewoon een spreuk.  

Afijn. De vraag is: wat bloeit hier? Het doet me denken aan een anemoon. Het kwam langzaam op in mijn tuintje in Mirande, en staat nu in volle bloei, als een originelere aankondiging van de lente - origineler dan de narcis bedoel ik.
Een winteranemoon, probeerde ik op google, maar dat geeft andere plaatjes.
Van de zomer heb ik het niet gezien, dus het is een terugkerend, maar een deel van het jaar verstopt zijnd iets.Wie het weet, mag het zeggen.

O ja, dat brengt me op die caféfoto met Olympische ringen: dat was het dorpje Capvern, dans les Hautes Pyrénées.

zaterdag 26 februari 2011

Stadion

In Mirande heb je, net als in een heleboel andere eigenlijk niet zo grote stadjes, een stadion. Meestal zijn ze vernoemd naar een beroemde burger van dat stadje (iedereen weet wie dat was, behalve de verse import), maar hier heb ik geen naam kunnen vinden.
Het is gewoon een sportpark; hier in het zuidwesten natuurlijk bedoeld voor rugby. Eens per jaar is het tevens het festivalterrein voor ons welbekende countryfestival, dat in 2012 haar 20e verjaardag viert waarvoor men - zo gaat het gerucht - Bob Dylan EN (of?) Bruce Springsteen probeert te contracteren. Ja, ja, noteer maar vast in de agenda als u fan is.

Tegen die tijd moet het nieuwe stadion klaar zijn, gelegen tegenover het redelijk grote en veel nieuwere voetbalveld. Visueel is, vind ik persoonlijk, alleen het Parc des Sports interessant, maar ik zal toch binnenkort wat plaatjes maken van het nieuwe muziekstadion, in aanbouw een klein eindje buiten de stad en vooral opvallend door de gigantische hoeveelheid zonnepanelen. De lokale oppositiepartij vindt het maar niets (véél te duur); ik zal er eens onschuldig naar te informeren als we volgende week naar de welkomsborrel gaan op de Mairie, georganiseerd voor de nieuwe inwoners van Mirande.

maandag 21 februari 2011

Op de koffie

Toen ik onlangs in mijn oude dorp was, besloot ik even bij buurman Robert langs te gaan.  Dat was ik al langer van plan, maar stelde ik steeds uit. Robert heeft een beperkt aantal gespreksonderwerpen: zijn gezondheid en de operaties die hij heeft ondergaan, de voortplanting van onze hond Bella, en ons zwembadje. Dat badje hebben we al lang niet meer, het was zo’n plastic geval, ideaal voor wie met bescheiden financiële middelen toch wil poedelen, maar ze gaan slechts een paar jaar mee. Of het nou in de tuin stond of niet, het bracht Robert er altijd op dat er mensen zijn die graag naakt zwemmen. Hond Bella inspireerde hem tot het onderwerp voortplanting in het algemeen, en zijn gezondheid en operaties hadden op de een of andere manier altijd met testikels te maken. Robert was de enige dorpsgenoot die niet zelf het weer ter sprake bracht; daar begonnen wij altijd maar over.

Ik voelde me schuldig dat ik hem sinds de zomer niet meer gesproken had. Hij was toch jarenlang onze buurman, en voorzag ons regelmatig van eieren, kool en tomaten. Robert zat in de keuken, waar de tafel al gedekt was voor het middagmaal: twee diepe borden en een homp brood op een oude krant. Zijn oudere broer was zoals gewoonlijk in de moestuin aan het werk. Robert zette een steelpannetje koffie op. Al gauw kwamen operaties ter sprake (ik zal niet in detail treden), hond Bella (loops noch zwanger) en vervolgens deed Robert zijn beklag over het matige televisieaanbod van de laatste tijd. Een nieuw onderwerp, en ik was het in principe wel met hem eens, maar bracht er toch tegenin dat ik pas een mooie film* had gezien op Arte. Het was een treurige film, dat wel, over een aantal Iranese vrouwen die allemaal in een andere, maar even hopeloze, situatie zaten. ‘Ja, maar vroeger,’ zei Robert, en wierp een snelle blik naar buiten, waar broer nog altijd bezig was in de moestuin, ‘had je rond middernacht van die films van, nou ja, je weet wel, van vrouwen die helemaal bloot zijn en mannen die…’ Ik begreep dat we het niet over hetzelfde genre hadden (in mijn film liepen de vrouwen juist gesluierd rond), nam een slok van de gloeiend hete koffie en mompelde dat middernacht erg laat was voor mij.
‘Heb je in Mirande ook het zwembad neergezet?’ vroeg Robert nu. En hij legde uit dat het zomers zo warm kan zijn, dat je zelfs mensen hebt die naakt zwemmen. Echt waar!

De koffie was op. Bij vertrek vielen mij de twee paarse gordijntjes op, die voor de ruitjes van de voordeur zaten, opengehouden met twee wasknijpers. 'Leuk,' wees ik, 'ook nieuw, net als het behang?' Dat was me in de keuken namelijk opgevallen, dat daar in plaats van het behang met koffiepotten nu behang met paprika’s zat. 'Nou, dat kwam zo,' antwoordde Robert enthousiast, 'een keer ging de telefoon. En ik stond onder de douche! Dus ik ging opnemen en ik was helemaal bloot!' Hij voegde hieraan toe dat hij niet bloot gezien wilde worden. Behalve dan door mij.

Ik reed enigszins verward en bezoedeld terug naar Mirande. Mocht ik er al ooit de fysiek voor hebben gehad; ik heb in ieder geval nooit de ambitie gehad pin-up te worden. Echt niet. 


* De cirkel van Jafar Panahi. Panahi werd onlangs veroordeeld tot zes jaar gevangenis en een verbod van twintig jaar om films te maken, interviews te geven of het land te verlaten.  

vrijdag 18 februari 2011

Pen

Afgelopen dinsdag zat ik op het Forum des Métiers op het collège van dochter. Sommige van haar klasgenoten - degenen die 'découverte professionnelle' doen - hadden dat georganiseerd, en ik was erg trots er ook voor gevraagd te worden. Eindelijk werd ik ook beschouwd als iemand met een métier! In plaats van een vage zelfstandige die zich met onduidelijke dingen bezighoudt bedoel ik.
Er waren brandweer- en politiemannen, psychologen, een meneer van de regionale krant, een fysiotherapeut, een logopediste, winkeliers, timmermannen enzovoort. Wel 40 métiers hadden de leerlingen (allemaal zo rond de 15 jaar) weten te vinden. En ook aan mijn tafel kwamen bezoekers, andere leerlingen dus, naar mijn métier informeren.

De jonge organisatoren ontvingen de deelnemers bij de ingang en waren allen op hun kerstbest (dat lijkt me toepasselijker dan paasbest, omdat het winterse nette kleren waren met veel zwart) gekleed. Sommige jongens droegen zelfs een pak-met-stropdas, wat ik erg vertederend vond en er waarschijnlijk op wijst dat ik echt oud word. Ze hadden mijn naam foutloos op een kaartje geschreven en eronder stond 'ecrivain', hoewel ik vooral informatie heb verschaft over het ook zo mooie beroep van tolk/vertaalster. Halverwege kwamen ze met koffie langs (het duurde slechts anderhalf uur), ik kreeg ook nog een flesje water en na afloop waren er hapjes en vruchtensap.

Pas toen ik er zat, begreep ik dat het helemaal door de leerlingen was georganiseerd. Ik was blij dat ik niet gereageerd had op de bevestigingsbrief. Daarin stond onder meer dat je kon doorgeven of je behoefte had aan bijvoorbeeld een schoolbord, een videoprojector of een pen. Ik had bijna gebeld om te zeggen dat ik een pen nodig had. Dat zou een heel flauwe grap zijn geweest, die bovendien niet paste bij hun serieuze toewijding. En ik ga écht nooit de deur uit zonder pen.