maandag 25 mei 2015
295
Dit blog wordt niet meer bijgehouden, maar klik gerust op oude blogs over diverse aspecten van het Franse leven.
maandag 27 oktober 2014
Het meer, de bomen en de bergen in de verte
In de 17e eeuw werd er ten behoeve van de watervoorziening van het Canal du Midi een meer gegraven bij Revel, aan de voet van de Montagne Noire. Le lac de Saint Ferréol heet het, en het ligt op een uurtje rijden van Toulouse.
Je kunt er heerlijk zwemmen, en de dennenbomen geven het gevoel heel ergens anders te zijn. In Zweden of zo. (Mijn beeld van Zweden is gevormd door Zweedse jeugdfilms uit de jaren '70, waar het altijd zomer was en kinderen op blote voeten door de bossen renden op weg naar een meertje.)
Het meer ligt op het grondgebied van vier dorpen die tot drie verschillende departement behoren, en twee verschillende regio's. Het is dus een driedepartementenpunt (Aude, Haute-Garonne en Tarn) en een tweeregio's-punt (Midi-Pyrénées en Languedoc-Roussillon). De gemeente Revel heeft er een bord aan gewijd. Maar het gaat hier om het water, de bomen en de bergen in de verte, niet om onzichtbare geografische punten.
De dame van de winkel met strandballen en ansichtkaarten geeft me een niet heel recente kaart en kruist met balpen aan wat er allemaal is verdwenen: camping de Lasprade en de gelijknamige discotheek, de school, de gendarmerie, de vakantiekolonie van de SNCF, de buitenschoolse opvang van Revel en twee hotels. Ook discotheken Le Solaimon en Le Brezzy zijn er niet meer.
Je kunt er heerlijk zwemmen, en de dennenbomen geven het gevoel heel ergens anders te zijn. In Zweden of zo. (Mijn beeld van Zweden is gevormd door Zweedse jeugdfilms uit de jaren '70, waar het altijd zomer was en kinderen op blote voeten door de bossen renden op weg naar een meertje.)
Het meer ligt op het grondgebied van vier dorpen die tot drie verschillende departement behoren, en twee verschillende regio's. Het is dus een driedepartementenpunt (Aude, Haute-Garonne en Tarn) en een tweeregio's-punt (Midi-Pyrénées en Languedoc-Roussillon). De gemeente Revel heeft er een bord aan gewijd. Maar het gaat hier om het water, de bomen en de bergen in de verte, niet om onzichtbare geografische punten.
De dame van de winkel met strandballen en ansichtkaarten geeft me een niet heel recente kaart en kruist met balpen aan wat er allemaal is verdwenen: camping de Lasprade en de gelijknamige discotheek, de school, de gendarmerie, de vakantiekolonie van de SNCF, de buitenschoolse opvang van Revel en twee hotels. Ook discotheken Le Solaimon en Le Brezzy zijn er niet meer.
Ze vertelt het treurig. Maar het gaat me toch echt om het water, de bomen en de bergen in de verte.
zondag 14 september 2014
waterautomaten
Zo ging dat nog in 1987 in de Sovjet-Unie: 1 kopeke voor een glas water (met bubbels), 3 kopeken als je er ook wat siroop in wilde. Ik vond het toen zo normaal, dat ik niet het lagere deel heb gefotografeerd, daar waar een glas stond (een glazen glas, geen plastic), en waar een minuscuul fonteintje zat waar je dat glas boven kon omspoelen.
Ik vond wel een plaatje van zo'n automaat op internet, tussen foto's van vervallen fabieken:
In een oude Ogonjok las ik dat de automaten opkwamen onder Chroesjtsjov. Hij was in 1959 in de Verenigde Staten en was onder de indruk van de maïsproductie, en van de automaten voor koffie, frisdrank, pasfoto's enzovoort. "Je gooide er geld in, het product viel naar beneden, je consumeerde het en het plan was vervuld", aldus Ogonjok. Een jaar later stonden er in de Sovjet-Unie al 10.000 waterautomaten.
Misschien was het niet enorm hygiënisch, maar ik dronk er regelmatig een glaasje aan. Van grote steden krijg je dorst. En zo heb ik, begrijp ik nu, regelmatig het plan vervuld, zo niet over-vervuld.
donderdag 10 juli 2014
Orange
Opeens hing er een ballon in de plataan waar ik op uitkijk. Een oranje ballonnetje. Dat was toch toevallig, net aan het begin van de wereldkampioenschappen voetbal.
Ook weer niet héél toevallig, wat orange had hier net geprobeerd abonnementen te slijten, maar dat het een oranje ballon van orange was zag ik pas toen ik beter inzoomde.
Het ballonnetje hangt er nog steeds, maar de puf is eruit. Gek hè.
Ook weer niet héél toevallig, wat orange had hier net geprobeerd abonnementen te slijten, maar dat het een oranje ballon van orange was zag ik pas toen ik beter inzoomde.
Het ballonnetje hangt er nog steeds, maar de puf is eruit. Gek hè.
maandag 9 juni 2014
donderdag 19 september 2013
Andermans veren
Daar wil ik toch even mee pronken. Het boek dat ik vorig jaar vertaald heb, Ik zal er zijn van Holly Goldberg Sloan, kreeg afgelopen zaterdag de Gouden Lijst voor het beste vertaalde boek voor de leeftijdscategorie 12 tot 15 jaar. (Er is ook een Gouden Lijst voor het beste Nederlandse boek; dit jaar was dat Rotmoevie van Marian De Smet). Ik zal er zijn is dus niet het best vertaalde boek - dan had ik met mijn eigen veren kunnen pronken - maar het beste vertaalde boek.
Nu was ik toevallig even in Nederland en kon ik naar de prijsuitreiking, terwijl de schrijfster er niet was. Wat ook weer niet zo vreemd is aangezien ze in Amerika woont. Die middag kon ik samen met Querido-redacteur Dik Zweekhorst (superredacteur overigens), pronken met de prijs die we geen van beiden hadden gewonnen. Maar we hebben er wel een bijdrage aan geleverd, en kregen een heuse oorkonde. Die staat niet op de foto, want de echte Gouden Lijst is stukken mooier.
Nu was ik toevallig even in Nederland en kon ik naar de prijsuitreiking, terwijl de schrijfster er niet was. Wat ook weer niet zo vreemd is aangezien ze in Amerika woont. Die middag kon ik samen met Querido-redacteur Dik Zweekhorst (superredacteur overigens), pronken met de prijs die we geen van beiden hadden gewonnen. Maar we hebben er wel een bijdrage aan geleverd, en kregen een heuse oorkonde. Die staat niet op de foto, want de echte Gouden Lijst is stukken mooier.
zaterdag 7 september 2013
Op het dak
Overdag, van 7 tot 19 uur om precies te zijn, kun je bij ons het dak op. Er zijn een heleboel waslijnen, en er is uitzicht. Kan ik zien hoe de bouw vordert van de Toulouse School of Economics (ja, die heeft een Engelse naam), en of de Pyreneeën te zien zijn (deze keer niet).
En dan denk ik aan Karlsson van het dak, en aan Pluk van de Petteflet en vraag me af of het tijd wordt voor een nieuwe kinderboekendakheld. Misschien moet ik de volgende keer niet de camera meenemen, maar pen en papier.
En dan denk ik aan Karlsson van het dak, en aan Pluk van de Petteflet en vraag me af of het tijd wordt voor een nieuwe kinderboekendakheld. Misschien moet ik de volgende keer niet de camera meenemen, maar pen en papier.
dinsdag 13 augustus 2013
Van vierkant naar rond
Lang geleden scheef ik een boek over Russische kunst voor kinderen. Nou ja, een boek: ik hoopte dat het een boek zou worden. Ik noemde het Een Zwart vierkant, want dat vierkant lag aan de basis van het boek. Ik was ooit begonnen met een stuk over het vierkant van Malevitsj, omdat ik me afvroeg of je dat kon uitleggen aan kinderen. Langzaam ging ik ook andere schilderijen kindvriendelijk vertellen, en ten slotte stuurde ik het manuscript naar verschillende uitgevers. Men reageerde vriendelijk, maar het kwam er altijd op neer dat het niet in hun fonds paste, of dat de doelgroep te klein was. Jammer, maar begrijpelijk. Algemene kunstboeken voor kinderen verkopen al matig, een boek alleen over Russische kunst moest helemaal lastig zijn. Het boek-in-wording verdween dus in een la, zoals zoveel boeken.
Af en toe kwam het er even uit. Ik wist dan wel dat er geen markt voor was, maar kon het toch niet vergeten. Op een dag besloot ik het te gaan herschrijven voor volwassenen. Dat ging niet snel, maar dat gaf niet. Het was toch vooral voor mijn eigen plezier. Maar toen ik zag dat 2013 een Ruslandjaar werd, besloot ik het af te maken. Dan zou ik het zelf wel uitgeven. Ik las, keek plaatjes, zocht, las weer en schreef. Ik zocht geld, want met al die plaatjes werd het duur. Ik zocht hulp, want er kwam meer bij kijken dan alleen schrijven. Samenwerken bleek bovendien een stimulans om het écht af te maken. En erg prettig.
Nu zijn er 16 verhalen, één inleiding en 35 afbeeldingen. Een rond Portret van Rusland. Een kleine Russische kunstgeschiedenis, van icoon tot nu, ofwel van heilige tot homo zoals een wellicht iets te jolige slagzin luidt. Het is klaar, het is af, het is prachtig.
Nu 't stapeltje nog verkopen.
maandag 5 augustus 2013
Cloud Appreciation Society
Bovengenoemd genootschap werd in 2004 opgericht door Gavin Pretor-Pinney. Ik las vorig jaar een interview met hem in de Volkskrant naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek Clouds That Look Like Things en ik heb dat artikel zorgvuldig bewaard, want ik vond het allemaal even leuk wat meneer Pretor-Pinney zei. En dat boek leek me ook geweldig.
'Naar wolken kijken is een tijdverdrijf zonder doel. Je bereikt er niets mee,' zegt hij. 'Naar de wolken kijken of naar de golven staren [daar heeft hij ook een boek over geschreven] zijn manieren om iets te doen zonder iets te doen. Net als meditatie. Het legen van je geest, het vertragen van je tempo. Dat is goed voor lichaam en ziel.'
De Cloud Appreciation Society kreeg al gauw een hoop leden en Pretor-Pinney het steeds drukker met die wolken, maar: 'Ik wil helemaal niet rondrennen, op zoek naar wolken, grabbelend naar mijn camera en statief om ze vast te leggen. Het meest interessante is natuurlijk het moment van het zien, het ervan genieten. En het laten gaan.'
Ik ben dus niet woest gaan wolkenjagen, maar eerlijk gezegd heb ik zijn advies om elke dag een paar minuten omhoog te kijken ook niet braaf opgevolgd. Terwijl ik het toch helemaal met hem eens ben, dat het de kunst is om de schoonheid te ontdekken, 'juist in het dagelijkse spul dat overal om ons heen is'.
Onlangs moest ik weer aan het genootschap van Gavin denken. Ik zag niet een wolk die op een ding leek, maar een gat in een wolk die op een mens leek. En omdat ik mijn camera in m'n tas had zitten heb ik dat gat gefotografeerd. Toen ik later naar huis fietste ben ik zeiknat geregend, maar dat mocht de pret geheel niet drukken.
Ik heb me wederom voorgenomen vaker naar de lucht te kijken.
'Naar wolken kijken is een tijdverdrijf zonder doel. Je bereikt er niets mee,' zegt hij. 'Naar de wolken kijken of naar de golven staren [daar heeft hij ook een boek over geschreven] zijn manieren om iets te doen zonder iets te doen. Net als meditatie. Het legen van je geest, het vertragen van je tempo. Dat is goed voor lichaam en ziel.'
De Cloud Appreciation Society kreeg al gauw een hoop leden en Pretor-Pinney het steeds drukker met die wolken, maar: 'Ik wil helemaal niet rondrennen, op zoek naar wolken, grabbelend naar mijn camera en statief om ze vast te leggen. Het meest interessante is natuurlijk het moment van het zien, het ervan genieten. En het laten gaan.'
Ik ben dus niet woest gaan wolkenjagen, maar eerlijk gezegd heb ik zijn advies om elke dag een paar minuten omhoog te kijken ook niet braaf opgevolgd. Terwijl ik het toch helemaal met hem eens ben, dat het de kunst is om de schoonheid te ontdekken, 'juist in het dagelijkse spul dat overal om ons heen is'.
Onlangs moest ik weer aan het genootschap van Gavin denken. Ik zag niet een wolk die op een ding leek, maar een gat in een wolk die op een mens leek. En omdat ik mijn camera in m'n tas had zitten heb ik dat gat gefotografeerd. Toen ik later naar huis fietste ben ik zeiknat geregend, maar dat mocht de pret geheel niet drukken.
Ik heb me wederom voorgenomen vaker naar de lucht te kijken.
| Toulouse 23 juli 2013 |
dinsdag 30 juli 2013
Poëzie
We waren dus ook in Narbonne, wat een bijzonder leuke en bovendien poëtische stad bleek te zijn. Her en der waren er gedichten te lezen, en teksten van Charles Trenet die in Narbonne geboren is (wist ik niet) en dat is dit jaar bovendien 100 jaar geleden.
Leuk, toch?
Achter een kerk liepen we vervolgens op een gedicht van Theun de Vries, in het Fries en Frans in de grond gebeiteld. Ik ken maar één gedicht van Theun de Vries, en dat is dit gedicht. En ik vind het prachtig.
zaterdag 27 juli 2013
Parasolletjes
vrijdag 26 juli 2013
Met het hoofd in de hand
Onlangs las ik l'éléphant, dat is een 'revue de culture générale' en algemene cultuurgaten opvullen kan nooit kwaad. Ik las het op het strand, want ik was even op bezoek bij zoonlief die tijdelijk op een camping aan de Middellandse Zee werkt.
De artikelen in l'éléphant zijn niet extreem lang en niet extreem ingewikkeld, ideaal als je neigt tot in slaap vallen op het strand. Ik las (met onderbrekingen) een interview met de filosoof Michel Serres dat ik niet ga navertellen, op één ding na. Sprekend over moderne technologieën legde meneer Serres een verband tussen de heilige Didier die in de 3e eeuw in Parijs onthoofd werd en vervolgens nog enige tijd rondliep met zijn hoofd in de hand, en de moderne mens met zijn I-pod. Beide lopen als het ware rond met kennis in de hand. Toen ging ik zwemmen.
De volgende dag gingen we een kijkje nemen in Béziers (en Narbonne, maar daarover wellicht later). Nooit gelezen dat er een heilige met zijn hoofd had rondgelopen, nooit een beeld van een onthoofde heilige gezien, et voilà. Hij heette weliswaar niet Didier, maar Cyr (tenzij dat dezelfde is, hoewel deze in Béziers onthoofd zou zijn). Sint Cyr met zijn Ipod uit de 3e eeuw na Christus.
De artikelen in l'éléphant zijn niet extreem lang en niet extreem ingewikkeld, ideaal als je neigt tot in slaap vallen op het strand. Ik las (met onderbrekingen) een interview met de filosoof Michel Serres dat ik niet ga navertellen, op één ding na. Sprekend over moderne technologieën legde meneer Serres een verband tussen de heilige Didier die in de 3e eeuw in Parijs onthoofd werd en vervolgens nog enige tijd rondliep met zijn hoofd in de hand, en de moderne mens met zijn I-pod. Beide lopen als het ware rond met kennis in de hand. Toen ging ik zwemmen.
De volgende dag gingen we een kijkje nemen in Béziers (en Narbonne, maar daarover wellicht later). Nooit gelezen dat er een heilige met zijn hoofd had rondgelopen, nooit een beeld van een onthoofde heilige gezien, et voilà. Hij heette weliswaar niet Didier, maar Cyr (tenzij dat dezelfde is, hoewel deze in Béziers onthoofd zou zijn). Sint Cyr met zijn Ipod uit de 3e eeuw na Christus.
maandag 22 juli 2013
Berenvallei
Als ik ergens over begin, vind ik het soms moeilijk er weer over op te houden. Op een gegeven moment is het ook weer helemaal over, dat wel. Vorig jaar wilde ik alles over beren weten, te beginnen bij de Europese bruine beer uit de Pyreneeën, maar ook over verre en minder verre familie. Over de rol van de beer in de Europese cultuur en waarom de beer daar van krijgshaftige held was afgezakt tot een sukkel, van zijn troon verstoten door de leeuw. Over de beer als knuffel, filmster en boekenheld (lees vooral dit prachtige boek over de beer Wojtek!). Vorig jaar deze tijd kende ik de stamboom van de Pyrenese beer bijna van buiten, en wist alles van de Sloveense beren die in de Pyreneeën waren uitgezet, en hoe hun nakomelingen heetten. Dat weet ik inmiddels niet meer zo goed, maar toen Mijn Berenleven in de brievenbus lag, leefde het oude vuur weer op. Daarom nog een berenplaatje.
Er is namelijk één vallei in de Pyreneeën waar nogal wat berentemmers leefden. Montreurs des ours heten ze hier, berentoners. De montreurs waren meestal boerenzonen die geen eigen boerderijtje hadden, omdat de ouderlijke boerderij naar de oudste zoon ging. In het begin vingen ze de beren ter plaatse, maar aangezien de beer in de 19e eeuw al vrij zeldzaam werd, schaften ze hen meestal aan in de haven van Marseille. Daar werden Oost-Europese beren verkocht. Het was een flinke investering, maar een beetje berentemmer verdiende meer dan een onderwijzer, en stukken meer dan een boer in de bergen.
Weer later zijn sommige berentemmers naar Amerika vertrokken, met beer en al. Samen op de boot naar het land van de ongekende mogelijkheden. Toen het daar verboden werd met een beer per trein te reizen (je mag ook niks), belandden ze in Amerikaanse circussen. Er is een museumpje aan hen gewijd in Erce, een dorpje in het dal van de berentemmers in de Ariège. Daar ben ik vorig jaar natuurlijk ook geweest. En daar komt dus dat plaatje vandaan.
zaterdag 13 juli 2013
Berenpoten
Het dichtst dat ik bij een beer was, was vorig jaar mei. Ik wandelde met een vriendin in de Pyreneeën tot een refuge die net weer open was na de winter. De mevrouw daar had de afdruk van een berenpoot in de sneeuw gefotografeerd, twee dagen voor onze komst. En ik zag die foto.
Ik zag de vrouw die de poot van de beer zag. Het was een indrukwekkende ervaring.
Ik wil die ervaring niet voor mezelf houden. Hier staat niet dé foto, maar wel een foto van de man die de poten van de beer in de sneeuw zag en in de krant zette. Misschien iets minder indrukwekkend, maar toch.
De foto komt uit de krant Sud-Ouest.
Ik zag de vrouw die de poot van de beer zag. Het was een indrukwekkende ervaring.
Ik wil die ervaring niet voor mezelf houden. Hier staat niet dé foto, maar wel een foto van de man die de poten van de beer in de sneeuw zag en in de krant zette. Misschien iets minder indrukwekkend, maar toch.
De foto komt uit de krant Sud-Ouest.
![]() |
Traces d'ours photographiées le 22 mars en Aspe (Parc national des Pyrénées / R. Camviel) |
zondag 7 juli 2013
Berenboekje
Ik schreef alweer een hele tijd geleden (namelijk hier) dat ik bezig was met een boekje over beren. Dat boekje is inmiddels verschenen. Het is alleen verkrijgbaar via een leesleeuwabonnement en dat loopt via scholen, maar ik meld het toch, al is het maar omdat ik de omslag zo mooi vind. Die is getekend door Martijn van der Linden.
Het is non-fictie en de hoofdpersoon is de beer Aspe-Ouest en dat is (of was) de laatste échte Pyreneeënbeer. Alle beren in de Pyreneeën, ook zij die uit Slovenië komen en hun nazaten, hebben van die leuke namen. Camille, Papillon, Néré, Bouxty, Pyros, Balou... maar deze moest zo nodig vernoemd worden naar de vallei waar hij geboren werd, en dat was het westelijke deel van de vallei Aspe.
Aspe-Ouest is al zo'n drie jaar niet meer gezien; waarschijnlijk is hij dood. Op de laatste foto's die van hem gemaakt zijn, eind 2009, is te zien dat zijn billen helemaal kaal zijn. Blootbil gingen ze hem noemen. Waarschijnlijk had hij een ziekte, mogelijk iets hormonaals, veroorzaakt door de afwezigheid van vrouwtjes. Dat kan dus ook, althans, dat zeggen ze hier.
Het zat 'm niet mee. Die naam, die billen, geen vriendin en zijn moeder werd destijds doodgeschoten door een jager, ook dat nog. Zijn levensverhaal opschrijven was het minste wat ik kon doen.
PS
Mocht iemand het boekje graag willen lezen, stuur dan een mailtje.
maandag 1 april 2013
Carnaval?!
Gisteren, eerste paasdag, hingen her en der in Toulouse versieringen ter ere van carnaval. Ik weet dat er in Frankrijk enigszins willekeurig carnaval wordt gevierd, maar op eerste paasdag ben je echt wel heel erg laat.
Interessante versieringen trouwens.
Interessante versieringen trouwens.
vrijdag 16 november 2012
Anna Politkovskajastraat
Als nieuwe bewoner van Toulouse krijg ik zo af en toe kortingsbonnen en dergelijke in de brievenbus. Onlangs zat daar een wat klunzig A4tje van de Simply Market bij, dat een onderdeel van de toch niet zo klunzige Auchan is. Men stelde me 750 happy in het vooruitzicht, een soort spaarpunt begreep ik. Dan moet je dus weer aan zo'n klantenkaart en daar heb ik geen zin meer in. Het velletje hing al boven de oudpapier-bak, toen ik het adres zag: 2 rue Anna Politkovskaïa.
Vandaag ben ik dus toch even naar de Simply Market, en vooral naar de rue Anne Politkovskaïa gegaan. Hij ligt vlak bij de Ponts Jumeaux, een wat rommelig knooppunt van drie kanalen en twee afritten, waar ik Toulouse gewoonlijk binnen rij. De buurt is een mengsel van oude huisjes, rommelige bedrijfjes en nieuwe, niet eens lelijke flats. Een beetje een uithoek, maar het lijkt erop dat er steeds meer niet-eens-lelijke flats bij komen, terwijl de rommeligheid verdwijnt. En in het centrum van de stad komen er nu eenmaal niet gauw nieuwe straten vrij.
Thuisgekomen ging ik toch even googelen om te zien of er in andere steden, en in andere landen, misschien ook Anna Poltikovskaja straten, streets, strassen of rues zijn. De enige stad die ik vond was Tblisi.
dinsdag 30 oktober 2012
zondag marktdag
Ik liep met twee hier logerende vriendinnen naar de Basiliek St Sernin (die moet je hier natuurlijk wel gezien hebben), en toen bleek er markt te zijn. Nou ja, hij was er net geweest. Vandaar deze doorschijnende dames.
donderdag 11 oktober 2012
Fietsen (2)
In afwachting van de eerder beschreven wielingreep nam ik een abonnement op
Vélô Toulouse. Dat is dat wittefietsenplan dat in talloze Franse steden is
ingevoerd. Parijs begon ermee en noemde het vélib; de steden die volgden gaven
het allemaal een eigen naam, maar eigenlijk noemt iedereen het waar dan ook
gewoon vélib.
Voor 25 euro per jaar (een dagabonnement kost 1,20€) mag ik
op maar liefst 253 fietsstations een fiets nemen. Het eerste half uur is
gratis, daarna betaal je 50 cent per half uur. Een beetje handig plannen en je
fietst de hele dag gratis, als je maar op tijd je fiets (even) inlevert. En het dichtstbijzijnde station ligt op enkele meters van
mijn flat!
Een geweldig systeem. Goed, ik heb wel eens een fiets
gekozen die een lekke band bleek te hebben, zette hem weer terug, herhaalde de
diverse handelingen met mijn vélibkaart en koos een fiets die, toen ik hem voor
het postkantoor op slot wilde zetten, geen sleuteltje meer bleek te hebben. En
ik heb er eentje gehad waarvan het zadel maar omlaag bleef zakken, waardoor ik
me voelde als een beer op een circusfiets. Ook was mijn fietsstation een keer leeg
(maar die van twee hoeken verder niet). Ik zie dagelijks een vrachtautootje langsrijden die
(bijna) lege stations vult en (bijna) volle stations uitdunt. Er zijn nu
eenmaal plekken waarvandaan men vooral vertrekt, en plekken waar men vooral
arriveert.
Natuurlijk zullen er mensen zijn die wat te zeuren
hebben.
Dat de fietsen stuk, slecht, of niet te vinden zijn. Zo
was in Parijs onlangs een « Collectif
des habitants du XVIIIe et des quartiers populaires de Paris » actief,
dat vond dat er in de armere buurten te weinig fietsen waren. Daarom gingen ze
vélibbanden stuksnijden in rijkere wijken. Na enkele dagen werd een man
aangehouden die moest bekennen dat het collectif
anti-vélib eigenlijk alleen uit hemzelf bestond.
Of dat fietsers een anarchistische bende van de stad
maken. Dat is wel een béétje waar; de fietspaden in Toulouse zijn meestal
gewoon wat witte strepen en een fiets die op stoep of straat zijn geschilderd,
zonder dat er over nagedacht lijkt te zijn dat er zo weinig stoep overblijft
voor de voetgangers, of dat een eenrichtingsverkeerstraatje met zowel links als
rechts een fietspad behoorlijk smal wordt voor auto’s.
Maar ik verken Toulouse op de fiets.
woensdag 3 oktober 2012
Op zoek naar de top
Er stonden allerlei vreemd gevormde bomen langs het pad en de vergezichten waren indrukwekkend. Wel kwamen er steeds méér wolken in plaats van minder, terwijl de méteo toch echt voorspeld had dat de zon steeds meer zou doorbreken.
De weg naar de Pic du Gar stond overal duidelijk aangegeven, met bordjes, gele strepen of steenmannetjes.
Toen ik op zo'n 1500 meter zat, waren er geen bordjes meer. Als je zo dichtbij bent, dan zie je die Pic gewoon vanzelf. Behalve als-ie in een dikke wolk zit. Het werd ijskoud. Ik kwam een paar andere wandelaars tegen die net als ik in die wolk dwaalden, op zoek naar de Pic. Niemand kon 'm vinden.
Toen ben ik maar weer naar beneden gelopen, en maakte een foto van de Pic du Gar zonder Pic.
Abonneren op:
Posts (Atom)




